IN 1996 is het Brusselse gerecht in het bezit gekomen van informatie over enkele duizenden Belgische klanten van de Luxemburgse bank KB Lux. Op basis van deze informatie werden van de klanten die geïdentificeerd konden worden, achterstallige belastingen gevorderd. Niet alle betrokkenen legden zich daar zomaar bij neer. Er is in de pers al melding gemaakt van een aantal vonnissen en arresten waarin de zogenaamde stukken van KB Lux als onbetrouwbaar werden bestempeld. Er zijn echter ook uitspraken in de andere richting.

Geen enkel rechtscollege heeft zich tot op vandaag uitgesproken over de vraag of de Belgische overheid op regelmatige manier in het bezit is gekomen van de bedoelde informatie. Verscheidene lagere rechtbanken en de hoven van beroep van Luik en van Brussel hebben wel al aanslagen moeten beoordelen die gesteund waren op gegevens geput uit het KB Lux-strafdossier.

Tot voor kort gingen de rechtscolleges ervan uit dat deze stukken onvoldoende bewijskrachtig waren om een taxatie te verantwoorden. Het is immers niet omdat een stuk in een strafdossier zit, dat het daarom ook de waarheid weerspiegelt.

Een van de argumenten die hierbij werden ingeroepen, was dat de herkomst van de documenten onduidelijk was. Er kan dan ook niet nagegaan worden of er geen sprake is van een vervalsing of van manipulaties van de informatie die voorkomt op de gegevensdragers in het strafdossier. Vergeet niet dat er ook stukken gecirculeerd hebben over het beweerde verborgen vermogen van de minister van Financiën. Later is een ex-bediende van de betrokken bank veroordeeld voor valsheid in geschrifte voor het verspreiden van deze valse documenten.

Een belastingplichtige die in eerste instantie het bestaan van zijn buitenlandse bankrekening had toegegeven, probeerde toch nog aan de fiscale gevolgen daarvan te ontkomen door aan te voeren dat de overheid op onrechtmatige wijze in het bezit was gekomen van deze gegevens. Onrechtmatig bewijs mag niet als basis voor een strafvervolging of een fiscale navordering gebruikt worden. Hij vroeg dan ook aan het hof van beroep van Antwerpen om het volledige KB Lux-dossier op te vragen, zodat hij de al dan niet rechtmatige herkomst van de informatie kon nagaan.

In een arrest van 21 juni 2005 weigert het hof evenwel op deze vraag in te gaan. Het hof is van oordeel dat het de wettigheid van de aanslag enkel en alleen moet beoordelen op basis van de stukken die de administratie voor de vestiging van de belasting gebruikt heeft. Volgens het hof wordt niet bewezen dat de belastingadministratie nog andere stukken in haar bezit heeft die op de betrokken belastingplichtige betrekking hebben en die voor hem stukken "à decharge" zouden zijn.

Zelfs als de stukken onrechtmatig aan de bank zouden zijn ontfutseld, dan nog is er geen aanwijzing dat Belgische speurders of Belgische belastingambtenaren onregelmatigheden zouden hebben begaan bij de bewijsgaring. Omdat er op het eerste gezicht geen aanwijzingen zijn dat de bewijzen onregelmatig zouden zijn verzameld, is er ook geen reden om ze niet te gebruiken voor een fiscale navordering. Bovendien heeft de belastingplichtige, geconfronteerd met deze stukken, al bekentenissen afgelegd. De aanslagen blijven dan ook behouden.

Tot eenzelfde conclusie kwam de fiscale rechtbank van Bergen in een vonnis van 28 februari 2005 met betrekking tot een belastingbetaler die niet tot bekentenissen was overgegaan. In deze zaak had de procureur des konings van Bergen nochtans laten weten dat niet kon worden nagegaan welke de herkomst was van de bewuste stukken en dat enkel de gerechtelijke instanties van Brussel daarover konden oordelen.

Dat belette de rechtbank echter niet om een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de fiscale bruikbaarheid van deze gegevens. Dat de informatie op de gewraakte stukken met de werkelijkheid overeenstemt, leidt de rechter, onder meer, af uit het feit dat andere personen die op dezelfde lijsten staan, hebben toegegeven dat zij een buitenlandse rekening hebben en dat de stand van die rekening overeenstemt met het op die lijsten vermelde bedrag. De informatie over de betrokken belastingplichtige wordt dan ook voor correct gehouden.

Het valt op dat geen van beide rechtscolleges het nodig vond om te wachten tot de strafrechter zich uitgesproken heeft over de herkomst van de KB Lux-documenten. Dat is vreemd, want in een arrest van 13 januari 1999 (P.& B., 1999, p. 323) heeft het Hof van Cassatie beslist dat een fiscaal bestuur geen voordeel mag halen uit stukken die, wegens onregelmatigheden, ook niet bruikbaar zijn voor een strafvervolging. Het is maar zeer de vraag of de uitspraken dezelfde zouden zijn, als de strafrechter zich reeds over de eventuele onregelmatigheid van de bewijsgaring zou hebben uitgesproken.

Deze rubriek verschijnt wekelijks op donderdag. De auteur is advocaat bij Dumon, Sablon & Vanheeswijck.