Regering lost discriminatie gezinspensioenen op


Foto: BENOIT DOPPAGNE
BRUSSEL - Op de superministerraad in Oostende werd afgelopen weekeinde een oplossing uitgewerkt voor de discriminatie van gehuwden die nu een gezinspensioen genieten, maar sinds de fiscale hervormingen van begin dit jaar beter af zouden zijn met hun individuele pensioenen. De Standaard kon de details inkijken.



DE laatste fase van de fiscale hervorming, die begin dit jaar van kracht werd, belangt vooral de gepensioneerden aan. Sinds dit jaar heeft elk van de gehuwde partners recht op dezelfde belastingvrije som als een alleenstaande. Of men gehuwd is of niet, doet dus niet meer terzake. Voor gehuwden betekent dat een verhoging van de belastingvrije som met zowat een kwart.

Bovendien hebben zij voortaan elk recht op een eigen belastingvermindering voor vervangingsinkomens. Of zij gehuwd zijn of samenwonen, speelt ook hier geen rol meer.

Verder zal bij de berekening van zowel de belastingvrije som als van de bijkomende vermindering enkel rekening worden gehouden met de eigen netto-inkomsten van iedere partner afzonderlijk. Naar de gezinsinkomsten wordt niet meer gekeken.

Goed nieuws dus voor gepensioneerde paren die maandelijks al gauw 100 tot 200 euro meer zullen overhouden dan vorig jaar. Maar veel gepensioneerden kozen jaren geleden al voor het gezinspensioen omdat een van beide partners maar korte tijd had gewerkt of - meestal door deeltijds werk - veel minder verdiende dan de echte ,,kostwinner''.

Nadat fiscalist Jef Wellens van Kluwer Software het probleem einde vorig jaar in deze krant had aangekaart, beloofde minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke ook hen de kans te geven om van de hervormingen te genieten, en dus op hun keuze van destijds terug te komen.

Velen kregen de voorbije maanden een brief in de bus van de Rijksdienst voor Pensioenen, waarin werd gezegd dat de nodige berekeningen aan de gang waren om na te gaan of ze beter af zouden zijn met twee individuele pensioenen. Maar nu wordt op het kabinet toegegeven dat al dat herberekenen een hopeloze zaak is. ,,Pensioenen berekenen die nooit werden uitbetaald, is hopeloos. De dossiers van de partners die aan hun eigen pensioen verzaakten zijn al jaren, soms zelfs decennia, gesloten. De bedragen werden nooit meer geïndexeerd en ze werden ook niet meer bijgehouden.''

Daarom werd afgelopen weekeinde een ,,praktische'' oplossing uitgewerkt. De coalitiepartners kwamen overeen artikel 35 van het Wetboek Inkomstenbelastingen zo aan te passen dat een gezinspensioen voortaan opgesplitst kan worden in verhouding tot ,,de persoonlijke rechten die iedere partner afzonderlijk heeft opgebouwd''.

Een en ander komt er op neer dat de Rijksdienst voor Pensioenen zal nagaan hoeveel jaar elke partner gewerkt heeft en vervolgens het bruto-gezinspensioen zal opsplitsen in functie van het aantal gewerkte jaren. Op het kabinet wordt toegegeven dat daarbij geen rekening kan worden gehouden met het effectieve inkomen van de partner die aan zijn pensioen heeft verzaakt en evenmin met eventuele periodes van deeltijds werk. ,,Enkel over het aantal gepresteerde dagen per jaar hebben we gegevens, maar deeltijds werk was de voorbije decennia veeleer een uitzondering.''

Dit is een ,,creatieve oplossing'' vindt Jef Wellens. Het is een logischer aanpak dan de administratieve rompslomp waar de administratie eerst op af stevende. En dankzij de berekening op basis van het bruto gezinspensioen zal ze in een veel gevallen wat voordeliger uitvallen dan een echte herberekening.

In de meeste gevallen verdiende de partner die nu fiscaal ook recht krijgt op een eigen deel van het gezinspensioen, immers aanzienlijk minder dan de eigenlijke ,,kostwinnaar''. Soms werkte hij zelfs deeltijds. Toch zal met de hoogte van het inkomen geen rekening worden gehouden, gewoon omdat daarover onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Enkel het aantal gewerkte jaren telt.

Zo kan iemand individuele pensioenrechten hebben opgebouwd van 5.000 euro, maar die hebben laten vallen ten voordele van een gezinspensioen op naam van de partner. Die 5.000 euro kan zowel het gevolg zijn van een goed betaalde ,,carrière'' van nauwelijks 10 jaar, als van een veel minder betaalde loopbaan die ruim 25 jaar heeft geduurd.

De oplossing die nu werd uitgedokterd houdt enkel rekening met die 10 en die 25 jaar, waardoor ze in het voordeel uitvalt van de lange carrière. Fiscaal maakt het uiteraard een groot verschil of een gezinspensioen van pakweg 22.000 euro wordt opgesplitst in 18.000 en 4.000 euro, dan wel in 13.000 en 9.000 euro.

De nieuwe regeling gaat retroactief in vanaf één januari, maar het zal nog zeker een jaar duren voor alle berekeningen gemaakt zijn en alle betrokkenen weten waar ze aan toe zijn. Overigens is dit een fiscale oplossing, de gezinnen blijven gewoon hetzelfde pensioen ontvangen maar ze worden er als gezin minder op belast. Voor gezinnen waar beide partners nu al een eigen pensioen genieten, verandert er uiteraard niets.