BRUSSEL - Familiebedrijven doorgeven van de ene generatie op de andere is een kunst op zich. Ehsal-professor Johan Lambrecht stelt vast dat er bij de praktijkgevallen die hij onderzocht, geen passieve familiale aandeelhouders waren.

"Ik weet ook niet waarom, maar in de tien gevallen die wij onderzochten was nergens sprake van passieve familiale aandeelhouders'', zegt Lambrecht die samen met Liesbet Baum een boek schreef over familiebedrijven. In alle onderzochte gevallen kreeg de opvolger de aandelen van het bedrijf toegewezen.

Dat is de laatste stap in het proces. De opvolging zelf is een levenslang proces. Het begint met het vertrouwd maken met het bedrijf van de kinderen van de bedrijfsleider op jonge leeftijd. ,,Maar je moet vermijden dat de stress van het bedrijf zich overdraagt op het gezin. Zo niet zullen de kinderen zich afzetten tegen het bedrijf'', zegt Lambrecht die de praktijkgevallen aanvulde met literatuur over de problematiek.

Een familiebedrijf heeft een ,,ziel'' en het komt erop aan die over te dragen. De kandidaat-opvolger haalt best een universitair diploma, al is het maar om aan te tonen dat hij of zei iets kan. Enkele jaren werkervaring in een ander bedrijf kan ook helpen. Dat komt niet alleen de geloofwaardigheid van de opvolger ten goede, maar wekt ook vertrouwen bij de overdrager, luiden enkele van de vuistregels.

De kandidaat-opvolger blijkt in de onderzochte gevallen onderaan de ladder begonnen te zijn in het bedrijf en de verschillende niveaus doorlopen te hebben. Volgens Lambrecht is het belangrijk dat de opvolger de ruimte krijgt om zich te bewijzen. Dat betekent dat de overdrager de zaak moet kunnen loslaten en zijn rol op een bepaald ogenblik beperken tot die van adviseur.

Planning is volgens Lambrecht belangrijk, maar wordt te veel als toverformule afgeschilderd. ,,Het is een levenslang proces. Men heeft de neiging te veel de nadruk te leggen op de technische en juridische aspecten van de overdracht.'' Toch zegt ook Lambrecht dat het belangrijk is om tot een degelijke schriftelijke planning te komen.

Voor Lambrecht mogen gerust verscheidene familieleden in het bedrijf werken, en is het niet nodig dat één familielid de eigenlijke baas is. ,,Ik heb een textielbedrijf gezien waar men bijvoorbeeld de bevoegdheden verdeelde op basis van de ingevoerde merken.'' Volgens de onderzoeker moeten banvloeken - zoals ,,geen schoonfamilie in het bedrijf'' - vermeden worden. Voor Lambrecht is het ook belangrijk dat een gezond bedrijf doorgegeven wordt. Maar zoals Cornelius Vanderbilt (alias The Commodore), die destijds de rijkste man was van de VS, op zijn sterfbed zei: ,,Elke dwaas kan een fortuin maken. Je moet geniaal zijn om het gemaakte fortuin te kunnen behouden.''

(pdd)

Johan Lambrecht & Liesbet Baum, Naar een familiedynastie, Lannoo.