BRUSSEL - ,,Dexia Bank is niet van plan zoals andere grote banken aan outsourcing te doen en ondersteunende diensten naar lagelonenlanden te verschuiven. We zijn ons bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en willen de tewerkstelling hier houden. Dat betekent dat we op een andere manier onze concurrentiekracht moeten aanscherpen'', zegt Axel Miller.

Outsourcing is een belangrijke nieuwe kreet in de financiële sector. Door logistieke diensten uit te besteden, willen banken hun kostenstructuur verbeteren. Grote instellingen zoals verzekeraar Axa hebben hun datacenter in lagelonenlanden geconcentreerd zoals India. Een model dat Miller niet wil kopiëren.

,,Aan die verschuiving van activiteiten naar het buitenland willen we niet meedoen. We hebben wel de ambitie om minstens even concurrentieel te zijn als de groepen die via dergelijke ingrepen hun kostenstructuur verlichten. We willen er binnen dertig jaar nog zijn.'' Dexia rekent op flexibiliteit om de concurrentiekracht op te vijzelen. In plaats van een ,,monocultuur'' en mono-aanpak, wil Miller een aanpak afgestemd op de verschillende métiers en afdelingen.

,,Geen one size fits all '', zegt hij. De teams die met private banking of met bankieren voor particulieren bezig zijn, hebben andere noden dan de IT-teams of de corporate teams. ,,De structuur moet iedereen in zijn vakgebied toelaten in de beste omstandigheden te concurreren. Een mono-aanpak deugt daarbij niet. Elke activiteit heeft haar eigen concurrentiële omgeving en uitdagingen.''

Miller gelooft ook in impulsen die komen vanuit de ploegen die op het terrein actief zijn. ,,Ik geloof in het geven van verantwoordelijkheid aan mensen en hen om rekenschap vragen in verband met de behaalde resultaten.'' Volgens Miller heeft Dexia de wil zich opnieuw te positioneren in het wijzigende bankenlandschap. ,,De maatregelen die we daartoe moeten nemen zijn minder zichtbaar dan de integratie de afgelopen drie jaar van Artesia en Dexia, maar in feite belangrijker.''

Concreet gaat het om het herwerken van de organisatiestructuur op alle niveaus. De definiëring van globale doelstellingen en de vertaling ervan naar het terrein met daaraan gekoppeld de middelen om de doelstellingen te halen. Nu is Dexia in feite de optelsom van de oude statuten van Artesia en Dexia Bank. Dat wil Miller op termijn vervangen door een ,,Dexia-model''.

Miller, die onlangs verklaarde naar kansen te zoeken in landen in Centraal-Europa waar de kaarten op bancair vlak nog niet geschud zijn, zegt dat Dexia de tijd heeft om naar mogelijkheden te kijken. ,,Meer dan 200 miljard euro van onze kredieten zijn verstrekt aan publieke overheden en hebben een looptijd van 8 tot 10 jaar. Daardoor hebben we belangrijke visibiliteit op de resultaten en de mogelijkheid om rustig rond te kijken hoe we ons overtollig kapitaal kunnen aanwenden. Als we geen goede projecten vinden, zullen we de middelen terugstorten aan onze aandeelhouders via inkoop van eigen aandelen.''

De voormalige zakenadvocaat is optimistisch over de groeikansen van Dexia. ,,We zijn zowel actief in de publieke sector als in de markt voor particulieren. De combinatie van beide activiteiten geeft mogelijkheden voor groei in het buitenland.''

Over concrete projecten wil Miller zich nog niet uitlaten. Tot 1 januari is de Fransman Pierre Richard nog de eerste man. Miller stelt wel een diepgaand onderzoek in het vooruitzicht naar de mogelijkheden van de groep. De bevindingen van die studie zal hij overmaken aan de raad van bestuur. Het is zonneklaar dat Miller zich aan een kritische jury mag verwachten na het miljardendebacle van Dexia in Nederland.

De mogelijkheden die hij ziet voor Dexia zullen mee bepalen hoe de invulling van de nieuwe ploeg er zal uitzien en hoe de verantwoordelijkheden zullen liggen. Miller wil wel de persoonlijke uitdagingen kwijt die hij op korte termijn voor zichzelf ziet. Het zijn er drie: de integratie van Artesia voltooien (de gemakkelijkste opdracht), het bedrijf mobiliseren achter het strategisch project en de bank aanpassen aan de veranderende omgeving.

Bankieren wordt elke dag iets complexer. Er is de toenemende regelgeving door de toezichthouder en de wijzigende commerciële dynamiek. Nog niet zo lang geleden was het een beschermde sector waarbij de overheid invloed had op de kostprijs van de werkmiddelen. De concurrentie was lokaal met lokale spelers. Anno 2005 wijzigt dat plaatje. De Europese Commissie - en zeker Charlie McCreevy, de Europese commissaris voor de Eenheidsmarkt - heeft de ambitie de grenzen te slopen. Europa zet druk op de betalingssystemen. Retailbankieren en private banking genieten nog van lokale bescherming maar in markten waar de globalisering wel al haar stempel heeft gedrukt, zijn de marges laag. Die margedruk zal zich ook in de nog niet geglobaliseerde marktsegmenten voordoen. De roep om efficiënter te worden, zal alleen maar toenemen.

(pdd)