SPRAAKMAKERS. Het tweede Dexia-avontuur van Axel Miller
Foto: © herman ricour
Axel Miller wist al twee keer zijn uitstekend parcours sneller te verzilveren dan verhoopt. Op zijn veertigste is hij al zeker van de ,,topjob'' bij Dexia. ,,Er is meer verantwoordelijkheid aan de functie verbonden dan privileges'', zegt hij filosofisch. Zijn blitzcarrière kan niet verbergen dat hij voor enkele grote uitdagingen staat.

DE jongste, de slimste, een natuurtalent.'' Er startte opnieuw een rondje superlatieven over Miller, de 40-jarige topbankier van Dexia Bank, toen de Belgisch-Franse bank twee weken geleden bekendmaakte dat Miller begin volgend jaar de nummer één wordt van Dexia Groep. ,,De berichten laten me koud'', zegt Miller. ,,Was ik een vrouw geweest, of van een andere etnische afkomst, dan was dat de focus geweest. Nu is het mijn leeftijd.''

Miller, een voormalig zakenadvocaat van Stibbe en Clifford Chance, wist tot nu toe persoonlijk succes te combineren met geluk, zij het dat dit laatste mogelijk was door zijn goede staat van dienst. Zijn grootste verdienste de afgelopen jaren was de manier waarop hij de integratie tussen Dexia Bank en Artesia (Paribas Bank België, Bacob met daaraan gekoppeld verzekeraar DVV) in goede banen leidde.

Dat was een moeilijk dossier, want Bacob was ingebed in de Christelijke Arbeidersbeweging en had eigen kantoren met bedienden, terwijl Dexia met zelfstandigen werkt. Toen een confrontatie in de maak leek, heeft Miller het dossier naar zich toegetrokken en ontmijnd. De zakenbankadvocaat bleek een grote empathie aan de dag te kunnen leggen, gekoppeld aan een luisterend oor, en won op die manier het vertrouwen van de bonden.

Het in elkaar schuiven van de qua cultuur tegengestelde commerciële netten gebeurde sneller en met minder problemen dan bijvoorbeeld bij Fortis. De integratie moet eind dit jaar voltooid zijn. Ook bij de inpassing van de centrale diensten, IT en de zogenaamde ,,back office'' bleek Miller grotere synergie te boeken dan bij de fusie vooropgesteld, zij het dat dit het resultaat was van hogere kostenbesparingen. Miller wist ook het directiecomité van Dexia Bank te verjongen met mensen als Stefaan Decraene en Xavier De Walque en op die manier meer ondernemerschap in de directiekamer te brengen.

Indrukwekkend is de snelheid waarmee Miller zijn zakelijk succes kan verzilveren. Toen de Vlaming Luc Onclin eind 2002 om persoonlijke redenen op 59-jarige leeftijd zijn functies neerlegde, was het Miller die sneller dan verwacht voorzitter werd van het directiecomité van Dexia Bank België.

In de coulissen werd toen al gefluisterd dat de volgende stap de opvolging was van de Fransman Pierre Richard als voorzitter van Dexia Groep, de holding boven de operationele dochters. En opnieuw hielp het lot Miller een handje. Richards agenda om Dexia te fuseren met het Italiaanse Sanpaolo Imi, kostte hem zijn geloofwaardigheid.

Richard weigerde conclusies te trekken uit die mislukking, maar anderen deden dat voor hem. Het nominatiecomité van Dexia wachtte niet tot mei 2006 - het moment waarop Richard normaal zou terugtreden - om zijn opvolging bekend te maken, maar koos voor een vroegtijdig signaal. Miller schuift per 1 januari 2006 door, en wordt van de nummer één van Dexia Bank België eerste man van de holding (Dexia Groep). De eerste man van Dexia Bank Frankrijk, de Fransman Jacques Guerber, wordt vice-voorzitter. Pierre Richard schuift dan door naar de raad van bestuur waar hij voorzitter wordt.

Als er bij Dexia al mensen geweest waren die voor ogen hadden om interne kandidaten te laten concurreren met externe kandidaten, was dat in de praktijk onmogelijk. Die snelle duidelijkheid over de opvolging heeft ook zijn kwalijke kantjes. Het doorschuiven van Miller en Guerber naar de holding betekent dat er postjes te verdelen zijn bij de dochters, en dat het gelobby achter de schermen nu in een erg vroege fase start.

De vraag is hoeveel ruimte Miller overhoudt om een ploeg naar eigen inzicht samen te stellen. Bij de bank koos hij voor de verjonging, maar bij de holding wordt de teamvorming moeilijker. Hij komt er terecht bij (oudere) bankiers met een ruimere ervaring dan de zijne, en die mee met de knikkers willen spelen. Dirk Bruneel bijvoorbeeld, ex-voorzitter van Artesia, gaf onlangs aan dat hij ,,opnieuw wil bankieren'' nu de problemen in Nederland grotendeels achter de rug zijn. De kwestie van de bevoegheidsverdeling wordt nog interessant.

Parallel moet Miller zijn eigen opvolging bij de Belgische operationele bank regelen (en die van Guerber bij Dexia Frankrijk). Als de logica gevolgd wordt dat aan de top een Fransman door een Belg opgevolgd wordt, lijkt het nu de beurt aan een Vlaming in België. Stefaan Decraene is dan de logische kanshebber. Waarnemers wijzen ook op de ,,grote chemie'' tussen (de Franstalige) Xavier De Walque (ex-Cobepa), de financiële man van Dexia België, en Miller.

Miller moet ook wat doen aan de afstand tussen de holding en de basis. Het directiecomité van de groep staat relatief ver van de basis. De vraag is of dat comité ook verantwoordelijkheid krijgt bij bijvoorbeeld Dexia Bank België. Bij KBC Groep hebben de leden van het directiecomité ook verantwoordelijkheid in de filialen en staan de directieleden dichter bij de realiteit. Waarnemers zien Dexia niet onmiddellijk het KBC-model copiëren maar verwachten toch een toenadering.

Ten slotte is er Richard. Die zal zijn rol als voorzitter van de raad van bestuur duidelijk ruimer interpreteren dan François Narmon dat de afgelopen jaren deed. Zij het dat Narmon alvast zijn aandeelhouders vloeiend in de twee landstalen aansprak.