HET BOEKEN-ONDERZOEK. Ode aan de nietsnut
Thierry Debels Foto: Stefanie Deleu
VOLGENS Tom Hodgkinson, auteur van Lof der Luiheid , is de wereld verdeeld in twee typen mensen: de nietsnut en de anti-nietsnut. De anti-nietsnut is een druktemaker. Iemand die het simpelweg niet kan laten zich met andermans leven te bemoeien. Het ontbreekt hem aan verbeelding, hij gelooft in hard werken, exploitatie en hypocrisie en het is een perfecte bureaucraat. Anti-nietsnutten willen dat er iets gebeurt en het maakt hen niet eens echt uit wat. Het ergste, volgens Hodgkinson, is bovendien dat ze voortdurend proberen de arme nietsnutten te dwingen ook dingen te gaan doen.

Het is duidelijk: de auteur vindt dat een mens recht heeft op nietsdoen. En om de nietsnutten te helpen, geeft de man enkele ,,wenken voor de beoefenaar''.

Het is evident dat Hodgkinson niet hoog oploopt met het idee van een vaste baan. ,,We hebben een baan. Een baan!'', schrijft hij. ,,De beloning voor onze ontwikkeling! We hebben in onze jeugd hard gewerkt om, als we volwassen zijn, weer hard te mogen werken. Een baan! Het toppunt van ons leven! De oplossing!''

Het idee van de ,,baan'' als antwoord op alle individuele en maatschappelijke ellende is volgens hem zelfs een van de verderfelijkste mythes van de moderne maatschappij. Ter verdediging wordt gezegd: ,,Mensen houden van werk vanwege de sociale contacten''. Flauwekul uiteraard. ,,Is er werkelijk iemand die denkt dat al het sociale verkeer zou stoppen als er geen banen zouden zijn?''

Voor Hodgkinson is inactiviteit nobel en daadkracht iets voor verliezers. Instellingen zijn bang voor lui volk omdat een nietsnut een denker is, en denkers in de meeste sociale situaties geen welkome toevoeging zijn. Denkers worden ontevreden, wat bijna een inwisselbaar woord is voor lui. Dus worden we allemaal druk beziggehouden.

Nog een wenk is leren spijbelen. Volgens de auteur is spijbelen een opstandige daad gericht tegen de saaie levensfilosofie waarmee we op school en werk worden geïndoctrineerd: het idee van nu lijden, en straks plezier. Deze denkwijze is natuurlijk een vloek voor nietsnutten. De echte nietsnut kan niet wachten tot morgen. Hij gelooft immers dat de opschorting van genot in dienst van een verbeelde, standvastige toekomst een burgerlijke mythe is.

Als rechtgeaarde nietsnut begrijpt Hodgkinson niet dat er mensen zijn die niet kunnen delegeren. Delegeren betekent toch eenvoudigweg dat iemand anders het werk doet? De droom van elke nietsnut. Om zijn stelling kracht bij te zetten, citeert hij een fragment uit Twains roman ,,De avonturen van Tom Sawyer''. Daarin komt een passage voor waarin tante Polly aan Tom vraagt om het hek te schilderen. Tom weet zijn vrienden te overtuigen dat verven geen werk is, maar iets wat je doet voor je plezier. Al zijn vrienden doen gretig mee en Tom wordt er nog voor betaald ook.

Hodgkinson eist ook het recht op de lunch en op een dutje weer op. ,,Bestuurders'' namen dat recht van ons af. Want tijdens de lunch vergeet je, even, zinnig, praktisch en efficiënt te zijn. ,,Gezellig, Bourgondisch, een traktatie: lunch is voor lanterfanters''. Ook een dutje doen is een natuurlijk deel van onze dagelijkse cyclus.

Hodgkinsin richt ook zijn pijlen op het moderne uitgaansleven. Steeds weer uitgaan is immers hard werken. Zorgen dat je de allerlaatste kroeg, club, film, galerie, theatershow of band kent, is eigenlijk een voltijdse baan op zich. En je denkt altijd dat het ergens anders leuker is. Thuis is het nochtans veel aangenamer: je kan ongebonden en wild tekeergaan. Alleen thuis heerst echte vrijheid.

Alle jonge kinderen weten dat ziek zijn een heerlijke manier is om de verloren tijd van ledigheid terug te krijgen. Ziek zijn zou volgens de auteur dan ook in een volwassen leven als een genoegen verwelkomd moeten worden. Als vrijaf van alle verantwoordelijkheid en last. Als je ziek bent, ben je heer en meester, je doet waar je zin in hebt. Proust was een hypochonder. ,,Als Proust een gezond en sterk lid van de maatschappij was geweest, dan zou hij misschien een succesvolle carrière in de opperste regionen van de ambtenarij hebben gehad en zou de literaire wereld er heel wat armzaliger hebben uitgezien'', oppert de auteur.

Kortom, de nietsnut moet volgens Hodgkinson lijden om te kunnen dromen. De bureaucraten en leraars die hem voorhouden dat zijn levensvisie tijdverspilling is, zijn wreed. Nietsnutten wordt verteld dat ze hun ogen moeten openen en de ,,werkelijke wereld'' moeten bekijken. Maar wat is de ,,werkelijke wereld'' precies? Betekent dit de hele dag ploeteren om nutteloze zaken te produceren die andere mensen armer en minder gelukkig maken? Waar het volgens de auteur werkelijk om gaat, is de twee werelden te verenigen, de droomwereld en de dagelijkse wereld samen te brengen. En zo is het maar net.

Beoordeling: 4 ½ sterren. Een van de leukste (anti-)managementboeken van de jongste jaren.

Tom Hodgkinson, (2004), Lof der luiheid. Wenken voor een beoefenaar., De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 90 234 16384



voor het oud papier

voor de ramsj

voor het boekenrek

onder de kerstboom

op het nachtkastje

Thierry Debels bespreekt elke maandag een boek voor managers en hun medewerkers.