Een belastingplichtige heeft met zijn zwart verdiende centen euro-obligaties en kasbons gekocht. Die liggen netjes opgeborgen in zijn kluis bij een Belgische bank. Hij zou die effecten willen schenken aan zijn twee kinderen, maar wil ze eerst zuiveren onder de fiscale amnestie.

Wie effecten aan toonder, die niet op een rekening staan, wil witten, moet ze gedurende drie jaar deponeren op een rekening. Die rekening moet op naam van de aangever staan. Aangezien alleen wie kan bewijzen dat hij de effecten bezat voor 1 juni 2003 amnestie kan aanvragen, zal die rekening in elk geval op naam van de amnestieaanvrager staan. Die amnestieaanvrager zal trouwens de enige zijn die het attest zal ontvangen. Omdat het om effecten aan toonder gaat, zal trouwens in elk geval het boetetarief van negen procent betaald moeten worden. Daarnaast moet nog een waarborg van 6 procent gestort worden die pas vrijgegeven wordt zodra de belastingplichtige kan aantonen dat aan de deponeringsverplichting werd voldaan.

Het is echter niet evident om de effecten nu al weg te schenken zonder de deponeringsverplichting te schenden. Daarover zijn de fiscaal-advocaten Luc Vanheeswijck, Didier Van Laere, en Jan Tuerlinckx en Bruno Cardoen, van adocatenkantoor Dauginet, het eens. Maar toch zien de advocaten verschillende mogelijkheden om al een schenking te doen zonder aan de verplichting te raken. Schenken is voordeliger dan erven omdat de registratierechten op roerende waarden lager zijn dan de successierechten en bij een handgift worden helemaal geen registratierechten betaald.

Van Laere wijst op de mogelijkheid om de effecten weg te schenken en het vruchtgebruik voor te behouden. Vruchtgebruik over sommen, kapitalen of roerende waarden betekent dat men recht heeft op de opbrengsten ervan, zijnde de dividenden en intresten. De amnestiewet verplicht de belastingplichtige om de effecten gedurende drie jaar op naam van de aangever te deponeren. In de amnestiewet staat nergens dat de aangever als volle eigenaar geregistreerd moet zijn bij de bank of beursvennootschap.

De medewerkers van Dauginet en Van Laere zien ook een oplossing in een schenking onder opschortende voorwaarde. Bij een schenking onder opschortende voorwaarde hangt de uitvoering van de schenking af van een toekomstige en onzekere gebeurtenis.

Als de voorwaarde dan uiteindelijk voldaan wordt, wordt de schenking geacht met terugwerkende kracht te hebben plaatsgevonden. De schenking wordt dus geacht vanaf de eerste dag te hebben plaatsgevonden, terwijl de effecten zonder probleem op de rekening van de schenker kunnen blijven. Van Laere wijst er wel op dat de voorwaarde dat de effecten drie jaar gedeponeerd worden, niet kan als opschortende voorwaarde. Die voorwaarde vormt volgens hem geen onzekere gebeurtenis omdat de belastingplichtige er zelf controle over heeft. Die verbintenis is dan nietig in hoofde van diegene die zich verbindt. Maar volgens het kantoor Dauginet kan een schenking onder opschortende termijn.

Volgens Vanheeswijck is het ook mogelijk om voor de notaris te bedingen dat de effecten ter beschikking blijven van de aangever en door hem pas ,,geleverd'' worden na de deponeringsperiode van drie jaar.

Bij alle voorgaande sporen zal de schenking gebeuren voor een Belgische notaris, met als gevolg dat de kinderen nog eens drie procent registratierechten zullen betalen. De hele operatie kost in die gevallen dus 12 procent van het aangegeven bedrag.

Van Laere oppert nog de mogelijkheid om de gedeponeerde effectenportefeuille als onderpand te gebruiken om geld te ontlenen bij de bank. In die constructie is een handgift of een schenking voor een buitenlandse notaris van het ontleende geld perfect mogelijk.

Als de kinderen binnen de periode van drie jaar de effecten zouden erven, rijst geen enkel probeem. Bij een overlijden vervalt de deponeringsverplichting.