Nog al te vaak zijn ouders tot op hoge leeftijd in de weer met hun spaarcenten. Ze aarzelen tussen dat spaarboekje en die Tak 21, tussen een gewoon beleggingsfonds, Tak 23 of rechtstreeks beleggen op de beurs, en waarom niet wat goud of andere grondstoffen in portefeuille houden?

Allemaal goed en wel. En verre van ons om te argumenteren dat het beheer van je vermogen - hoe bescheiden ook - minder belangrijk wordt met de jaren. Maar heel wat mensen staren zich blind op details, terwijl ze niet inzien hoe hun zorgvuldig bijeen gespaarde vermogen als een Titanic op de ijsberg van de erfenisrechten afstevent.

Toch volstaat het om (een deel van) je vermogen tijdig door te geven aan je kinderen, en je zeilt keurig langs de kille klip en vermijdt dat je vermogen van de ene op de andere seconde makkelijk 5 procent minder waard wordt.

Een handgift blijft voorlopig fiscaal de beste oplossing. Maar die is niet zonder risico.

Alles staat of valt met het vertrouwen tussen ouders en kinderen, en dat zal altijd zo blijven. Als de ouders ervan overtuigd zijn dat de kinderen hen zullen bijstaan als ze heel oud of zwaar hulpbehoevend worden, moeten ze niet twijfelen en (een deel van) hun vermogen aan de kinderen schenken.

Als het niet zo wil boteren tussen de twee generaties, dan is voorzichtigheid geboden. Beter wat voorwaarden koppelen aan de schenking. Maar vergeet dan de handgift, want die moet absoluut onvoorwaardelijk zijn. De fiscus aanvaardt wel dat een vermogen onderhands wordt weggeschonken, maar niet dat daarbij bijvoorbeeld wordt bepaald dat de schenker het vruchtgebruik behoudt, de coupons mag blijven innen.

Een officiële notariële schenking dus. Maar dan moet je schenkingsrechten betalen. Einde vorig jaar werden die tussen kinderen en ouders verlaagd tot 3 procent. Voordien betaalde je makkelijk 10 procent en vaak nog veel meer.

Daarom zat de notariële schenking jarenlang in het verdomhoekje en werd veel meer gekozen voor de handgift. Maar niet iedereen is nu gelukkig met het resultaat. Er zijn schrijnende gevallen van ouders die nagenoeg hun hele vermogen doorschoven naar hun kinderen die nu niet meer naar hen omkijken en zelfs weigeren hen financieel bij te springen als die het zelf wat moeilijk krijgen.

Wat kan je daaraan doen? Niet veel, valt te vrezen. Wat je kinderen met hun geld doen, is hun zaak, ook als ze het eerst van jou hebben gekregen. Als er door middel van een notariële acte voorwaarden aan de schenking zijn gekoppeld, en die worden niet nageleefd, dan kan de transactie nietig worden verklaard.

Maar bij een handgift zijn er geen voorwaarden. De enige uitweg die dan nog rest is de herroeping wegens ondankbaarheid van de kinderen. Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek stelt echter behoorlijke strenge voorwaarden.

Het artikel onderscheidt drie vormen van ondankbaarheid, de ene al wat extremer dan de andere.

Ondankbaarheid, zo zegt de wet, is er als de begunstigde van de schenking of handgift een aanslag heeft gepleegd op het leven van de schenker. Daarnaast is er sprake van ondankbaarheid als de begunstigde zich tegenover de schenker schuldig maakt aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen. En tenslotte kan ook een weigering van de begunstigde om in het levensonderhoud van de schenker te voorzien, als ondankbaarheid worden ingeroepen.

Het is evident dat geen van de drie vormen van ondankbaarheid zomaar te bewijzen is. Een aanslag op je leven moet letterlijk worden genomen, maar moet bovendien mislukken, anders heb je er ook niet veel meer aan als argument.

Mishandelingen kunnen mogelijk aan de hand van doktersattesten aangetoond worden, maar ook de band met de begunstigde van de schenking moet duidelijk zijn. Net als voor grove beledigingen en misdrijven in het algemeen zal je vaak moeten terugvallen op schriftelijke bewijzen of op getuigen die onder ede willen aantonen dat er sprake is van grove ondankbaarheid.

Een weigering om in je levensonderhoud te voorzien is allicht makkelijker aan te tonen, al was het door je zoon of dochter voor de rechtbank te dagen en hem of haar daar kleur te laten bekennen. Maar vanaf wanneer komt je levensonderhoud in het gedrang?

Wie 75 is en moet zien rond te komen met een pensioentje van 500 euro per maand en kan aantonen dat hij enkele jaren voordien meer dan 100.000 euro heeft gegeven aan zijn kinderen die zelf over een goed inkomen beschikken, zal allicht een welwillend oor vinden bij de rechter.

Maar wat met iemand van 93 die een pensioen geniet van 1.500 euro, maar daar jarenlang evenveel bovenop legde uit zijn spaarpot, om zo dezelfde levensstijl te kunnen aanhouden als tijdens zijn beroepsactieve leven?

Twintig jaar geleden, toen hij niet voorzag zo oud te worden, heeft de man zijn kinderen 400.000 euro doorgespeeld. Nu is de rest van zijn spaarpot op, en vraagt hij zijn kinderen een deel van de som terug. Ze weigeren. Is er hier sprake van problemen met het levensonderhoud?

Redacteur Luc Coppens bespreekt elke vrijdag een aspect van onze gezinshuishouding.