Gilbert De Swert: ,,Ik ben het ACV niet''
Gilbert De Swert: ,,Een goede sanering van de overheidsfinanciën is een veel betere financieringsbasis voor de sociale zekerheid dan mensen wat langer te laten werken.'' Foto: © herman ricour
Huisideoloog. Denktank. Geheim onderhandelingswapen. De echte sterke man van het ACV. Gilbert De Swert wordt veel macht toegedicht. ,,Dat is allemaal sterk overdreven.''

HET bureau van Gilbert De Swert op het ACV-hoofdkwartier in Schaarbeek puilt uit van het papier. Metershoge pijlers van documenten en boeken beheersen elke hoek van de kamer, tafels, stoelen en vensterbank inbegrepen.

De Swert heeft nog enkele dagen tijd om die erfenis van jarenlang studie- en schrijfwerk en van vele onderhandelingen op te ruimen. Op 1 juli verlaat hij de christelijke vakbond. Dan gaat de erudiete, maar evenzeer veelbesproken chef van de ACV-studiedienst met brugpensioen. Zoals het een tegenstander van het Generatiepact betaamt.

Is 60 jaar de aangewezen leeftijd in de vakbond om met pensioen te gaan?

Oh, ik kon al op 58 jaar met brugpensioen zijn gegaan. Ik ben dus al over tijd. Maar ik wil de paarse regering niet het plezier gunnen om, door nog langer te blijven werken, de indruk te geven dat ze gelijk heeft. (cynisch lachje) Ik ben mentaal niet opgebrand, hoor. Bovendien ken ik de dossiers en procedures onderhand zo goed dat ze mij niet meer helemaal in beslag nemen. Maar ik heb wel mijn bekomst van de nota's en de vergaderingen. Duizenden nota's moeten dat zijn, over al die jaren.

Stopt u echt helemaal, of toch niet?

Ik blijf tot in september of oktober het dossier opvolgen van de welvaartvastheid van de sociale uitkeringen, een thema dat me na aan het hart ligt. En misschien ook het debat over de gelijkgestelde dagen bij de berekening van het recht op brugpensioen. Dan is het aan mijn opvolger, Chris Serroyen.

U bent de verpersoonlijking van de studiedienst op het ACV. U zit hier onafgebroken sinds 1969. Heeft u dan nooit iets anders willen doen?

Pas op, ik ben na mijn studies rechten enkele maanden freelancer geweest voor Het Volk . Ik vond de journalistiek best een leuke roeping, maar ik kon met mijn verdiensten zelfs geen pint betalen (lacht). Toen kwam er een examen voor een baan op de studiedienst van het ACV. Daaraan meedoen was geen toeval, maar een uitloper van mijn thuisbiotoop. Mijn vader was een metaalarbeider, maar daarnaast ook nog bode voor de vakbond en de mutualiteit, in Duffel. En hij was de lokale man van de BAC-spaarbank. Tijdens de schoolvakanties ging ik met hem mee op zijn sociale dienstronde. Dat vakbondswerk zat er dus al vroeg in. Bovendien was ik dankbaar omdat ik had mogen studeren en wou ik mijn kennis goed gebruiken.

De studiedienst van toen was totaal niet te vergelijken met die van nu. Wij waren les scribes , de notuleerders op vergaderingen. Voorzitter Gust Cool had de studiedienst nog niet lang tevoren opgericht omdat hij nota's nodig had om zijn beslissingen te rechtvaardigen (lacht). Nu maken we met z'n zestienen niet alleen technische dossiers op, maar worden we zelf ook als vertegenwoordiger van de vakbond uitgestuurd naar onderhandelingen, zoals in de nationale Arbeidsraad. Dat is goed. Je moet niet alleen nota's kunnen maken waarin je gelijk hebt. Of denkt te hebben. Je moet ook leren gelijk te krijgen.

De stress is daarmee wel flink toegenomen. Van de kaartnamiddagen met de nationale bestuursleden uit mijn beginjaren is niets meer overgebleven.

In al die jaren hebt u slechts drie voorzitters gekend: Jef Houthuys, Willy Peirens en nu Luc Cortebeeck. Vergelijk ze eens.

Het waren niet alleen drie verschillende persoonlijkheden, maar het ging ook om drie totaal verschillende politieke en sociaal-economische periodes. Vergelijken is dus heel moeilijk. Jef had een missie en een uitgesproken eigen mening. Hij steunde eigenlijk niet op de studiedienst van het ACV, maar op die van de Nationale Bank...

Willy geloofde heel sterk in het vakbondsfront met het ABVV. Het waren crisisjaren waarin de primaat van de politiek - lees de figuur Dehaene - voorop stond en waar het er voor de vakbonden op aankwam de sociale schade te beperken. Achteraf bekeken hebben we het als land toen niet zo slecht gedaan. Ondanks de saneringen zijn alle pijlers van de sociale zekerheid overeind gebleven. Al is de heilige koe van de loonindexering wat uitgehold geweest, en een beetje op een uitgemergeld exemplaar uit India gaan lijken.

Luc heeft met een paarse regering moeten werken, dat was nieuw voor ons.



Toen Cortebeeck voorzitter werd, in 1999, stond u al op het voorplan. En u bent voor het ACV sindsdien alleen maar belangrijker geworden, als ontwerper van de strategie en de standpunten. En als tekstschrijver van zowat alle speeches.

Gaandeweg is mijn rol belangrijker geworden, ja, maar De Swert is niet het ACV, zoals journalisten wel eens schrijven. De macht die mij soms wordt toegedicht is sterk overdreven en doet oneer aan de verdiensten van Luc en de anderen in het ACV-bestuur. Ik heb ook nooit graag de rol vervuld van officiële spreekbuis voor de vakbond. Omdat je dan niet altijd kunt zeggen wat je denkt. (lacht) Soit, daar heb ik niet altijd rekening mee gehouden.

Zoals toen u de impact van het Generatiepact vergeleek met een schuimbad, nadat het ABVV over een bloedbad had gesproken.

Tja, daar heb ik weinig applaus voor gekregen.

Uw boek '50 Grijze Leugens', over de mythe van de onbetaalbare vergrijzing, heeft veel commotie veroorzaakt. Het wordt de bijbel van de negationistische beweging genoemd. Wat vindt u van die kritiek?

Ik heb nooit steekhoudende, rationele argumenten tegen mijn discours gelezen. Zoals op mijn stelling dat een goede sanering van de overheidsfinanciën een veel betere financieringsbasis is voor de sociale zekerheid dan mensen wat langer te laten werken. Och, het was de werkgevers alleen om een grotere arbeidsreserve te doen en voor de liberalen een uitgelezen kans om ons sociaal systeem proberen te veranderen. Ik heb alleen nooit begrepen wat de socialisten hebben gezien in het Generatiepact. Het zal de christelijke ethiek van Frank Vandenbroucke zijn, zeker: dat de mensen hun hemel moeten verdienen door hard te werken op aarde.

In de voorbije weken regende het opnieuw verwijten tussen vakbonden en werkgevers. Dat belooft niet veel goeds voor het sociaal overleg in het najaar.

Bij het VBO weerklinkt maar een lied: kosten, kosten, kosten. Zelfs vorming en innovatie worden als een kost bekeken, en niet als een investering. De patroons weten perfect hoeveel jobs een procent loonkostenverhoging zal vernietigen. Maar ik heb nog nooit gehoord over hoeveel jobs er zouden kunnen bijkomen dankzij een procent lastenverlaging.

Het ACV zit helaas gevangen tussen de onmacht van het ABVV, waar de leiders niet door hun achterban willen voorbijgelopen worden, en de onwil van het VBO.



De vakbonden houden elke verandering op de arbeidsmarkt of de sociale zekerheid tegen. Dat maakt van u een conservatief. Bent u dat?

Het ACV is niet gekant tegen veranderingen. Tien jaar geleden liepen we voorop in het debat over een totaal andere financiering van de sociale zekerheid, met ons voorstel om de kinderbijslagen en gezondheidszorg niet langer te betalen met sociale bijdragen maar met fiscale inkomsten. Het communautaire spook maakte dat idee helaas onhaalbaar. Maar niet elke verandering staat gelijk aan maatschappelijke vooruitgang. Ik voel me niet verketterd omdat ik sociale verwezenlijkingen wil bewaren, neen.