Het koninklijk besluit van 1 maart 2005 ( Staatsblad 9 maart 2005) heeft de regels voor "back-service" en inhaalbijdragen met terugwerkende kracht gewijzigd. Maar de koning gaat te ver terug. Hij grijpt onterecht in tot 1 januari 2004.

Het wettelijke pensioen is onvoldoende om na de loopbaan de gebruikelijke levensstandaard op peil te houden. De opbouw van een aanvullend pensioen ofwel binnen het beroep (de tweede pensioenpijler) ofwel binnen de privé-sfeer (de derde pensioenpijler) is aangewezen. Eén van de fiscale voordelen binnen de tweede pijler is dat de pensioenbijdragen die een onderneming betaalt voor haar werknemers of bedrijfsleiders aftrekbaar zijn als beroepskosten.

De bijdragen zijn echter niet oneindig aftrekbaar. De 80%-regel moet worden gerespecteerd. Het totaal van het wettelijke en het aanvullende pensioen mag niet meer bedragen dan 80% van het laatste normale brutoloon. Bijdragen die er toe leiden dat het totale pensioen meer bedraagt dan 80% van het salaris zijn niet aftrekbaar. Om de grens te berekenen, moet er ook rekening worden gehouden met de looptijd en het verloop van de carrière. Praktisch leidt dit tot de volgende formule:

EWP {lt}= (80% T - WP) x N/D

Het bovenwettelijke pensioen mag niet hoger zijn dan 80% van het jaarsalaris, verminderd met het wettelijke pensioen, en dit alles vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan de in de onderneming gepresteerde en nog te presteren jaren en de noemer gelijk is aan 40 (de normale duur van een beroepswerkzaamheid).

Om een echt volwaardig pensioen op te kunnen bouwen, is vaak een "back-service" en/of een inhaalbijdrage noodzakelijk. Wat dekken deze technische termen?

Indien het bedrag van de bezoldiging verhoogt, stijgt per definitie ook de 80%-grens. Bijgevolg wordt een hoger aanvullend pensioen mogelijk. In de jaren voorafgaand aan de loonsverhoging zijn er echter bijdragen betaald voor een lager pensioen. Het tekort mag men compenseren.

De onderneming kan beslissen om een hoger pensioen toe te kennen. In de jaren voorafgaand aan de beslissing werden echter bijdragen gestort voor een lager pensioen. Het tekort mag men compenseren.

Op een bepaald moment beslist de onderneming een pensioenplan in te voeren. Voor de werknemers of bedrijfsleiders zijn er voor de voorgaande jaren geen bijdragen betaald. Het tekort mag men compenseren.

Werknemers of bedrijfsleiders die buiten de onderneming hebben gewerkt waar geen pensioenplan bestond, kunnen geen pensioen opbouwen voor een volledige loopbaan. Het tekort voor de jaren die elders werden gepresteerd, kan worden gecompenseerd.

Tot vóór het kb van 1 maart gold de grens niet voor bijdragen die gestort waren om de "back-service" en de inhaalbijdragen te realiseren. Dit is nu veranderd. Voortaan zijn zij wel onderworpen aan de 80%-regel.

De wijziging kan worden verklaard en is zelfs zeer goed te begrijpen. De lacune werd al te vlot gebruikt om bijvoorbeeld op het einde van de carrière een grote loonsverhoging door te voeren of een omvangrijk plan te starten om alsnog een zeer hoge eenmalige premie als beroepskosten te kunnen aftrekken.

De manier waarop dit gebeurt, is evenwel niet aanvaardbaar. De nieuwe regel gaat in met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004. Met één pennentrek zijn bijdragen van vorig jaar niet langer aftrekbaar. De koning wijzigt dus na het fluitsignaal eenzijdig de regels van het spel. De koning werd daarbij misleid door de minister van Financiën. In zijn verslag schrijft de minister namelijk: "De inwerkingtreding zal noodzakelijkerwijze samenvallen met de inwerkingtreding van de wijzigingen die door de wet inzake de aanvullende pensioenen (WAP) worden aangebracht aan artikel 59 en 149/3, WIB 92." Waarom noodzakelijkerwijze? De WAP heeft geen enkel aanknopingspunt met de back-service of de inhaalbijdragen. Er is dus geen enkele reden voor de terugwerkende kracht.

De uitvoerende macht is daarbij een belangrijk detail vergeten. De terugwerkende kracht van een koninklijk besluit is verboden. Artikel 108 van de wet van 4 augustus 1986, het beruchte charter van de belastingplichtige, zegt uitdrukkelijk dat besluiten die worden genomen ter uitvoering van de belastingwetten alleen kunnen beschikken voor de toekomst. Hier heeft het kb beschikt voor een aanslagjaar dat al is afgesloten. We kunnen de terugwerkende kracht rustig naar de prullenmand verwijzen.

Deze rubriek verschijnt wekelijks op donderdag. De auteur is advocaat bij Tiberghien-advocaten.