Het Warande-manifest, het economisch verdriet van België
De denkgroep ,,In de Warande'' stelde haar ,,Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa'' voor. Vlnr.: August Van Put , Marc Platel , Remi Vermeiren , Jan Jambon en Guido Naets. Foto: © BDW
Zowel Vlaanderen als Wallonië kunnen economisch voordeel halen uit een radicale opsplitsing van België. Dat moet blijken uit de economische analyses die de ruggengraat vormen van het ,,Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen in Europa'' van de werkgroep ,,In de Warande''. Het document werd gisteren in boekvorm gepresenteerd. Een mooie aanleiding om de economische cijfergegevens waarop de stelling gebaseerd is, eens nader toe te lichten. Want los van de politieke stellingname en de emoties die onvermijdelijk verbonden zijn aan de opheffing van België, laten de auteurs de cijfers spreken. Over de haalbaarheid van een splitsing laten ze zich niet uit, wel over de wenselijkheid ervan. Zoals ze zelf stellen: het Manifest gaat niet over het hoe, maar over het waarom van een splitsing.

IN het Manifest is een massa economische gegevens verzameld om aan te tonen dat het Belgische staatsverband een rem zet op de economische ontwikkeling van het land. Tal van factoren zorgen ervoor dat de steeds verder uit elkaar groeiende landsdelen economisch gezien niet gediend zijn met een unitaire staatsstructuur. Dat geldt niet alleen voor Vlaanderen, maar ook voor Wallonië. Met instemming citeren de auteurs een analyse van drie Franstalige hoogleraren, die eveneens op basis van puur cijfermatige gegevens eerder dit jaar tot de conclusie kwamen dat de financiële overdrachten van het noorden naar het zuiden voorkomen dat Wallonië een dynamisch economisch beleid voert.

De auteurs van het Manifest verwijzen naar Slowakije om te tonen dat een boedelscheiding van twee landsdelen een positieve dynamiek in het armste deel kan teweegbrengen. Slowakije zal er dankzij een consequent economisch beleid in slagen het welvaartsverschil met Tsjechië volgend jaar te halveren. Naar verwachting zullen de twee landen in 2013 eenzelfde welvaartsniveau bereiken.

Zoiets zal in België nooit lukken als het unitaire staatsverband intact blijft, beweren de auteurs van het Manifest. Enkele van de factoren die daarbij een rol spelen:



Het centrale loonoverleg . Vlaanderen en Wallonië verschillen in sociaal-economisch opzicht danig van elkaar, maar een gedifferentieerde aanpak wordt belemmerd door de centrale loonpolitiek. De hoge loonkosten zijn volgens de auteurs de belangrijkste oorzaak van de hoge werkloosheid in Wallonië. Hoewel de evolutie van het arbeidsaanbod in Vlaanderen en Wallonië vrijwel gelijklopend was, is de vraag naar arbeid in het noorden veel sneller gegroeid dan in het zuiden. ,,Dat binnen dezelfde economische en sociale unie de regio met veruit de hoogste werkloosheid en de laagste werkgelegenheidsgraad eerder een kostenhandicap heeft dan een kostenvoordeel, en dit over een langere periode, is in principe ongehoord. Deze situatie heeft zo niet alles, dan toch zeer veel te maken met de situatie dat het collectief loonoverleg op Belgisch federaal niveau wordt georganiseerd'', zo luidt het.



De financiële transfers . De overdrachten van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel bedroegen volgens de auteurs in 2003 zo'n 10,4 miljard euro. Vlaanderen staat ongeveer 6,6 procent van de bruto regionaal product (brp) af aan de twee andere landsdelen. Wallonië is voor 12,1 procent van de brp afhankelijk van de overdrachten, Brussel voor 8,1 procent.

De auteurs onderscheiden vier soorten overdrachten: die in de sociale zekerheid, in de federale begroting, in de financiering van gewesten en gemeenschappen en de zogenaamde rentetransfers, die betrekking hebben op de financiering van de staatsschuld. Vooral de berekeningen van die laatste categorie ogen spectaculair. Als de Belgische staatsschuld in 1990 gesplitst zou zijn, zou Vlaanderen in 2003 een schuld gehad hebben van ongeveer 62 procent van het bruto regionaal product. Dicht bij de Maastrichtnorm dus. De Waalse schuld zou in dat jaar 209 procent van het bruto regionaal product bedragen hebben. Dat komt doordat het huidige systeem gebaseerd is op draagkracht. Vlaanderen is door zijn sterkere economie tot meer betalingen in staat.

De auteurs van het Manifest oordelen van de transfers in de sociale zekerheid een soort extra belasting op Vlaamse arbeid vormen. Zonder de overdrachten zouden de loonlasten lager kunnen zijn. In die zin bedreigen de transfers de economische gezondheid van zowel Vlaanderen als Wallonië.

Dat de vergrijzing, die in Vlaanderen sneller toeslaat dan in Wallonië, de transfers zal doen inkrimpen wordt door het Manifest geloochend. Het verschil in economische dynamiek is zo groot dat zelfs 279.000 extra jobs in Wallonië niet zouden volstaan om de geldstroom van richting te doen veranderen.



De inefficiënte en dure overheid. Met zeven parlementen en 47 ministers en staatssecretarissen is het huidige Belgische staatsbestel erg duur en weinig efficiënt. Uit een vergelijking van 23 Oeso-landen bleek dat België op dit punt als 21ste uit de bus kwam. Simulaties gaven aan dat als de Belgische overheid even efficiënt zou presteren als het best scorende land, dezelfde prestaties geleverd zouden kunnen worden tegen een kostprijs die 34 procent lager zou liggen.

In Brussel, met zijn 19 gemeenten en overkoepelende gewestelijke structuur, is dit probleem nog groter. De kosten voor de overheidsstructuren liggen er 2,5 keer zo hoog als in Vlaanderen. Bovendien blijkt het gewest met 1 miljoen inwoners eigenlijk te klein om de taken uit te voeren die van een volwaardig gewest verlangd worden.

Afgezien van de kosten is het gebrek aan eenduidig beleid volgens het Manifest een belangrijk probleem. Dat Ierland in enkele decennia van een arm in een rijk land is kunnen veranderen, heeft mede te maken met ,,een efficiënte economische politiek, gebaseerd op nationale consensus''. Die is in België niet aanwezig. De verschillen in inzicht zorgen ervoor dat tal van plannen en projecten in geruzie en onenigheid verzanden. De auteurs geven het Rosetta-plan, de dienstencheques en de werklozenbegeleiding als voorbeelden.

Pascal Dendooven, Ruben Mooiman