Tachtig van de honderd rijkste families in ons land zijn Vlamingen. Albert Frère werd vorig jaar een half miljard euro rijker. De eigenaars van InBev zelfs 5,5 miljard. De rijkste zakenfamilies hebben een bijzonder goed jaar achter de rug, schrijft het zakenblad 'Trends' in zijn jaarlijkse overzicht van de meest gefortuneerde families.



De lijst van Trends handelt niet over de allerrijkste Belgen. De waarde van villa's, kastelen of kunstverzamelingen telt immers niet mee. Het blad rekent enkel uit hoeveel het zakenimperium van de bewuste families waard is. Het berekent daarvoor de waarde van de aandelen in hun bedrijfsimperium. Tachtig van de honderd rijkste families zijn Vlamingen, zo blijkt. Veelal gaat het om bedrijfsleiders die zelf actief in hun zaak werken. Denk aan Jef Colruyt, baggeraar Jan De Nul of Roger 'boer' De Clerck, die met 1,5 miljard euro overigens slechts twaalfde staat.

De allerrijkste Belgische familie blijven de eigenaars van InBev. Zij hebben samen 15,4 miljard euro in handen, een stijging met meer dan de helft. Op nummer drie staat Albert Frère, die op zijn eentje de allerrijkste Belg blijft. Zijn bezittingen stegen vorig jaar met een zesde. Deze aanwas van fortuin hangt natuurlijk samen met de grote sprong voorwaarts die de koersen op de beurs maakten.

Maar niet alle superrijken halen hun miljoenen of miljarden op de beurs. Zeventig van deze honderd superrijken hebben gewoon een familiebedrijf of -imperium. Vaak gaat het om echte wereldleiders in een kleine economische branche. Nummer 6 Lhoist bij voorbeeld is een specialist in kalk en dolomiet. Van zes naar vier springen de families Emsens, Cuvelier en Schmidheiny, de eigenaars van Eternit. Hun vermogen nam met een vijfde toe tot 2,4 miljard. Ooit waren ze bekend als asbestproducenten, nu maken ze gevel- en dakplaten, en genieten ze mee van de bouwboom van de voorbije jaren.

De bouw- en immosector leverde het voorbije jaar wel meer nieuwe rijkdom op. Opvallend blijft de steile opgang van de discrete familie Van de Vyvere, eigenaars van Matexi. De nummer één bij de nieuwkomers, de groep Hamon, komt dan weer uit de aircosector. Een onopvallende nieuwkomer op plaats 84 is de familie Blijweert. Peter Blijweert verkocht vorig jaar Aliplast, zijn door de hemden van Jean-Marie Pfaff bekende aluminiumbedrijf, en richtte prompt Blijweert Aluminium op. Blijweert is natuurlijk ook bekend als de man die in 1991 in opspraak kwam in de milieuboxenaffaire. Zijn vader ging ooit als mede-eigenaar van Amelinckx mee over de kop met dit ooit heel roemrijke appartementenbouwbedrijf.

De grootste dalers zitten volgens Trends in de media, met de familie Hurbain (Rossel, met onder meer Le Soir) en Baert (Concentra met onder meer Het Belang van Limburg). Jan Callewaert van het beroemde Leuvense high-techbedrijf Option staat op de 83ste plaats, maar heeft nog geluk: Trends sloot zijn onderzoek af op 30 juni, enkele dagen voor de beurskoers van Option in elkaar stortte. Hij daalde al van plaats 60 naar 83. Uit het klassement verdween Jos Sluys: hij verkocht Arinso voor 375 miljoen euro, bedrijfsfortuin dat nu privégeld is, en dus niet meetelt in dit klassement.