BRUSSEL - De werkgeversfederatie van de technologische industrie, Agoria, heeft gisteren de banbliksems van premier Guy Verhofstadt getrotseerd en het centraal akkoord verworpen dat de overkoepelende werkgevers- en vakbondsorganisaties vorige week hadden gesloten. ,,Onze directe concurrenten, Nederland en Duitsland, hebben veel matiger loonakkoorden gesloten of mogen veel meer flexibiliteit in hun personeelsbeleid inbrengen. Dit centraal akkoord zal ons veel bestellingen en veel jobs kosten'', zegt Paul Soete, topman van Agoria.

Afgelopen week had de regering zware druk uitgeoefend op Agoria, onder meer met als argument dat de (bij de sanering van Ford Genk beloofde) vermindering van de lastendruk op ploegenpremies vooral die industrie ten goede komt. Agoria ,,apprecieert de inspanningen van de regering en ook die van de werkgeversonderhandelaar Luc Van Steenkiste'', maar vindt dat dit alles niet opweegt tegen de nadelen van het akkoord ,,dat de lonen te veel doet stijgen en de flexibiliteit nauwelijks verhoogt''.

Als een meerderheid van de bedrijfstakken in het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) het akkoord aanvaardt, zal Agoria zich daar bij neerleggen. Het hoopt dan op de realiteitszin van de vakbonden van zijn sector om de concurrentiekracht niet te zeer in het gedrang te brengen.

Agoria hoopt ook dat nog andere werkgeversfederaties het centraal akkoord afkeuren, maar vreest dat er geen meerderheid voor te vinden is. De werkgeversfederaties waar het meest verzet leeft, zijn die waar de internationale concurrentie het sterkt gevoeld wordt: textiel en voeding.

Intussen hoor je werkgevers vaker - maar nog altijd stil - zeggen dat nationale akkoorden nog weinig zin hebben doordat de concurrentiemogelijkheden sterk verschillen per regio en, vooral, per bedrijf.