Vanaf vandaag zet Belgacom zijn semafoondienst definitief stop. Volgens de telecomoperator heeft de technische evolutie, en meer bepaald de gsm, de dienst ingehaald.

De fabrikanten van semafonie-apparatuur ondersteunen de technologie niet langer en kunnen geen garanties meer geven voor de werking van het netwerk en de beschikbaarheid van toestellen. Op zijn beurt kan ook Belgacom niet langer instaan voor een goede ontvangst van het signaal. Eind vorig jaar trokken Nederland en Luxemburg de stekker al uit, nu is dus ook ons land aan de beurt.

De voorloper van de huidige semafoon deed zo'n veertig jaar geleden zijn intrede, in 1966. Vooral in de jaren tachtig en negentig, vlak voor de opkomst van de gsm, waren de toestelletjes, waarmee enkel tekstboodschappen konden verstuurd en ontvangen worden, zeer populair. In 1980 waren er 10.000 abonnees, in 1992 100.000 en in 1994 al 200.000. Het hoogtepunt lag in 1998, toen waren er 280.000 semafoonnummers in dienst.

Maar van toen af ging de mobiele telefoon met een deel van de koek lopen. Een jaar later, in 1999, waren er plots al 80.000 abonnees minder en sindsdien zat het aantal gebruikers in vrije val. Momenteel heeft Belgacom nog 16.000 nummers in dienst en als ze nog gebruikt worden, dan is dat vaak in combinatie met andere mobiele communicatiemiddelen. Wie nu tekstberichtjes wil sturen, zal eerder naar de mobiele telefoon grijpen, zo stelt de operator.

De meeste gebruikers van de bieper zijn verplegend personeel, brandweerlui en politiemensen. Zij kunnen overschakelen op het Astrid-netwerk, een beveiligd communicatienetwerk van de overheid. Ze moeten dan wel een nieuw toestel (met een nieuw oproepnummer) kopen, dat aan het nieuwe netwerk is aangepast.

Klanten die vanaf vandaag nog een oproep doen naar een semafoonnummer krijgen een standaardboodschap terug om te melden dat de dienst niet meer werkt.

(fpe)