GfK doet al zeven jaar onderzoek naar de tendensen van de gezinsinvesteringen in Europa en in de Verenigde Staten. Sinds 2002 worden systematisch dezelfde vragen gesteld. Voor de jongste enquête werden 13.200 personen ondervraagd van 18 jaar of ouder die in het gezin de financiële beslissingen nemen. In eigen land waren er dat ruim 700.

De resultaten, verzekert Hofmans, zijn representatief voor elk land. De foutenmarge schommelt voor de meeste landen rond 3,5 procent, met uitzondering van Zwitserland waar ze iets boven 4,5 procent uitkomt.

Voor percentages die betrekking hebben op Europa of de hele studie worden de resultaten gewogen in functie van het aantal inwoners. Daardoor wegen de resultaten van Duitsland in het geheel van de studie acht keer zwaarder dan die van België. Met 31,4 procent hebben de Verenigde Staten de zwaarste weging, gevolgd door Rusland met 16 procent. België is goed voor 1,1 procent.