Vlamingen rijkste inwoners Eurozone
Mark Hofmans. Foto: © Photo News
Bijna één Belg op de drie heeft meer dan 50.000 euro in zijn spaarpot, tegen gemiddeld één West-Europeaan op de acht.

ENKEL de Zwitsers doen met 32 procent portefeuilles van 50.000 euro of meer beter dan de Belgen (29 procent), en net zo goed als de Vlamingen (32 procent). Met iets minder dan een kwart portefeuilles van 50.000 euro zou Wallonië, als het onafhankelijk was, goed zijn voor een derde plaats. De Britten zitten hen op de hielen met 22 procent. Zweden en de Italianen maken de top-vijf vol met respectievelijk 18 en 14 procent.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich Duitsland en Spanje met elk nauwelijks 7 procent van de gezinnen die over een spaarpot beschikken van 50.000 euro of meer. Als we ons tenminste beperken tot West-Europa.

Verruimen we de horizon tot Centraal- en Oost-Europa dan wordt de ,,armoede'' van de Duitsers en de Spanjaarden wel heel relatief. Hoewel de drempel voor de nieuwe lidstaten van de Europese Unie en Rusland verlaagd werd tot 25.000 euro, wordt hij gemiddeld maar door 2 procent van de bevolking gehaald.

De Belgen hebben hun positie bij de Europese top vooral te danken aan hun goede spaargewoonten. Een op de vier verwacht de volgende maanden meer te kunnen sparen en een kleine helft ziet zichzelf ongeveer evenveel opzijzetten. Toch denkt een derde van onze landgenoten dat de komende twaalf maanden op beleggingsvlak minder rooskleurig zullen zijn.

Daarmee presteren we wat beter dan het West-Europese gemiddelde, want maar één Europeaan op de vijf verwacht meer te kunnen sparen. De Amerikanen, allicht onder druk van de leeglopende vastgoedbel, hebben alleszins uitermate goede voornemens. Meer dan 40 procent wil meer gaan sparen en nog eens een op de drie zal evenveel opzijzetten als de voorbije maanden.

De goede prestatie van de Belgen verrast Mark Hofmans niet. Ons land heeft altijd al in de top-vijf gezeten van de meest welvarende landen, zegt de general manager van GfK Worldwide. Het onderzoeksbureau peilt twee keer per jaar naar het vermogen van Europeanen en Amerikanen en naar de samenstelling ervan en probeert ook hoogte te krijgen van hun spaarverwachtingen.

Daaruit blijkt nog steeds een grote verknochtheid van de Amerikanen aan de beurs. Ruim een gezin op de drie kiest er rechtstreeks of onrechtstreeks voor aandelen. Toch is dat heel wat minder dan in voorgaande studies, toen de helft of meer van de Amerikanen aandelen(fondsen) in portefeuille had.

West-Europa belegt traditioneel heel wat conservatiever. Gemiddeld één op de twee kiest voor spaarrekeningen of kortetermijndeposito's. Nauwelijks 21 procent waagt zich nog op de beurs, tegen ruim een kwart de jongste jaren.

De Zweden zijn kampioen. Gemiddeld twee op de drie volwassenen hebben een deel van hun vermogen in aandelen gestopt. Met 28 procent komt België op de vijfde plaats.

Verder blijkt dat ruim één Europeaan op de drie aan langetermijnsparen doet via een levensverzekering (25 procent) of een pensioenfonds (12 procent). In de Verenigde Staten is dat respectievelijk 21 en 24 procent, of bijna één gezin op de twee dus. Een gevolg allicht van het beter uitgebouwde sociale vangnet in Europa.

Hoewel. Zweden, dat toch niet bepaald bekendstaat als een sociaal achterlijk land, is ook hier koploper. Als pensioenfondsen (58 procent) en levensverzekeringen (40 procent) samengeteld worden, blijkt dat zo goed als alle Zweden sparen voor hun oude dag. België is op korte tijd opgerukt naar de tweede plaats met tweederde van de gezinnen die aan langetermijnsparen doen.

Ook het aandeel van dat langetermijnsparen lag in vorige studies hoger, met respectievelijk 50 procent in Europa en bijna 60 procent in de VS. Waar is het spaargeld langs beide kanten van de oceaan dan heen gegaan? Naar ,,niet financiële beleggingen'', wat een eufemisme is voor cash of geld op een zichtrekening dat op korte termijn uitgegeven zal worden.

De tendens naar meer geld beschikbaar houden is algemeen, zegt Hofmans. Mensen kopen om de paar jaar een nieuwe computer, vervangen erg frequent hun gsm en met het Wereldkampioenschap voetbal vlogen de televisies met groot vlakscherm de deur uit.

In West-Europa heeft gemiddeld 37 procent van de gezinnen geen financiële beleggingen gedaan, met als uitschieters Zweden met maar 4 procent en Spanje met 75 procent. België komt op een behoorlijke derde plaats met 23 procent.

Als ze gevraagd worden wat hun eerste keuze zou zijn als ze een som van 50.000 dollar of euro zouden kunnen besteden, blijkt één Europeaan op de vier geen duidelijke voorkeur te hebben en veeleer te neigen naar consumeren. Bij de Amerikanen loopt dat op tot 30 procent. Sinds GfK zijn investeringsbarometer berekent, werden nog nooit zo'n hoge waarden opgetekend.

Wie wel belegt, kiest in West-Europa in de eerste plaats voor spaar- en termijnrekeningen (één op vier), Fransen en Duitsers op kop, terwijl de Amerikanen (met 22 procent) de voorkeur geven aan aandelen.

Tussen aandelen en obligaties is het voor de modale Europeaan blijkbaar moeilijk kiezen. Beide categorieën krijgen ongeveer 12 procent van de ondervraagden achter zich.