Een Vlaming op drie heeft spaarpot van 50.000 euro
Vlamingen en Zwitsers voeren samen de lijst aan van de rijkste Europeanen, maar geen van beide landen kan tippen aan de Amerikanen.

Van onze redacteur Luc Coppens

EEN Vlaams gezin op de drie heeft een spaarpot van 50.000 euro of meer, vastgoed niet inbegrepen, net evenveel als de Zwitsers. Geen enkel land in de Europese Unie doet beter, maar de Amerikanen laten het oude continent ver achter zich met één gezin op de twee dat er een portefeuille beheert van 50.000 dollar.



Een en ander blijkt uit de zesmaandelijkse enquête van het studiebureau GfK Worldwide. Een meer gedetailleerde analyse van de resultaten brengt een opvallend verschil aan het licht tussen Europeanen en Amerikanen.

Hoe ouder je wordt, hoe groter je spaarpot, zo zegt de Europese logica. Maar in de Verenigde Staten blijkt net het omgekeerde. Hoe jonger, hoe meer beleggingsportefeuilles die 50.000 dollar of meer bevatten.

In West-Europa, zo blijkt uit onderzoek van GfK Worldwide, kan maar 7 procent van de min dertigjarigen met een eigen inkomen prat gaan op een spaarpot van 50.000 euro of meer. Tussen 30 en 50 jaar loopt dat op tot 11 procent en boven de vijftig is dat voorrecht weggelegd voor 18 procent van de bevolking.

Logisch, vinden we in Europa. Als je jong bent, begin je pas te sparen en bovendien stop je voor je dertigste vaak een flink stuk van je centen in een eigen huis of appartement. Investeren in vastgoed is voor GfK niet hetzelfde al sparen.

Maar in de Verenigde Staten liggen de zaken heel anders. Bijna driekwart van de jongere ondervraagde beschikt er over een spaarpot van 50.000 dollar, een percentage dat zakt naar 60 procent voor de dertig tot 50-jarigen en nadien in elkaar stuikt. Maar één vijftigplusser op drie heeft in zijn spaarpot nog 50.000 dollar zitten.

Op het eerste gezicht is dat merkwaardig, maar het verschil tussen bruto- en nettoloon is in de VS veel kleiner dankzij de geringe fiscale druk en de bescheiden sociale bijdragen. Bovendien is een eigen woning voor Amerikanen veel minder een punt dan voor de modale Europeaan. Wie niet al te gek doet, ziet zijn spaarpot dus snel groeien.

Aanvankelijk toch, want met het ouder worden groeit ook het besef van de eigen kwetsbaarheid. Een hospitalisatie- en een ziekteverzekering is geen overbodige luxe, blijkt dan. Want tegenover de lage sociale bijdragen staan ook beperkte sociale voorzieningen.

Maar zulke verzekeringen zijn behoorlijk duur in de VS, zeker als je er pas op latere leeftijd aan begint. Ze kunnen, zo blijkt uit de GfK-cijfers, de spaarpot blijkbaar snel doen slinken.

Dat het absoluut aantal ,,rijkere'' Amerikanen toch dubbel zo hoog blijft als in Europa heeft paradoxaal genoeg ook te maken met hun krediethonger. John-met-de-pet schrikt er als hij nog jong is niet voor terug om met zijn huis als onderpand flink wat geld te lenen en dat kapitaal als hefboom te gebruiken om zijn beleggingen extra te doen renderen. Dat risico lopen de meeste Europeanen liever niet.