ARBEID ADELT. Frauderende studenten
Foto: © Wouter Van Vooren
MINISTER van Begroting Freya Van den Bossche (SP.A) lag de voorbije weken onder vuur omdat ze ervan verdacht wordt haar thesis niet zelf te hebben geschreven.

De media focusten daarbij sterk op het persoontje van de minister. Eigenaardig genoeg was het geen aanleiding om het fenomeen van studiefraude even van nabij te bekijken. Verder dan wat fait divers kwam men niet.

Nochtans gaat het om een belangrijk maatschappelijk fenomeen. Studies in het buitenland zijn formeel: frauderen tijdens de studie is niet alleen een veel voorkomende praktijk, het wordt door de betrokkenen ook als normaal ervaren. Studenten die betrapt worden op fraude reageren meestal geïrriteerd en tonen weinig of geen gevoel van schaamte.

Volgens Nederlands onderzoek geeft 16 % van de ondervraagden uit het hoger onderwijs toe tijdens het studeren gefraudeerd te hebben. Meestal hebben ze werkstukken laten maken door anderen. Daarnaast is ook het spieken tijdens het examen zeer populair. Mannen frauderen meer dan vrouwen. Hoe lager de punten tijdens het middelbaar onderwijs, hoe hoger de kans dat er fraude wordt gepleegd in het hoger onderwijs. Naarmate de vader hoger opgeleid is, neemt de kans op fraude ook toe. Het opleidingsniveau van de moeder speelt dan weer geen enkele rol. Ook etniciteit en leeftijd blijken geen invloed te hebben. Engels onderzoek wijst in dezelfde richting: 20 tot 25 % van de ingeleverde werkstukken in het universitair onderwijs zouden volledige of gedeeltelijke reproducties zijn van het werk van anderen.

De vraag dringt zich op waarom frauderen zo genormaliseerd is.

Volgens een opiniestuk van de Britse socioloog Frank Furedi in The Guardian begin dit jaar heeft het alles te maken met de groeiende invloed van de ouders op het studeren van de kinderen.

Brits onderzoek suggereert dat ouders gemiddeld zes uur per week bezig zijn met huistaken van de kinderen. Twee derde van de ouders zou de kinderen een handje helpen bij hun huiswerk. Huistaken, ook voor jonge kinderen, moeten bijgevolg niet meer beschouwd worden als het bewijs van de inspanningen van een leerling, maar als een resultaat van een joint venture tussen ouder en kind. Het zijn ironisch genoeg de ouders die beginnen met opzoekingen op het internet en dus eigenlijk beginnen te plagiëren.

Volgens Furedi leidt deze ondersteuning van de ouders rechtstreeks tot het fraudegedrag van studenten.

De toenemende invloed van ouders op het studiegedrag van de kinderen is dan weer een rechtstreeks gevolg van het groter belang van onderwijs op een succesvolle maatschappelijke en economische integratie.

De invloed van schoolprestaties op een succesvolle carrière wordt door weinigen ontkend. Ouders wordt goed ingeprent dat het succes van het kind op school mee een gevolg is van de ondersteuning die ze thuis krijgen. Het is dus eigenlijk uit deze dynamiek dat fraude ontstaat.

De lijn tussen ondersteuning geven of zelf huiswerk beginnen te maken, wordt dan snel overschreden. De oproep van Furedi tot de ouders om opnieuw wat meer afstand te nemen, lijkt mij echter vrij naïef.

Zelfregulering biedt meer dan waarschijnlijk geen oplossing.

Het verhogen van de pakkans is de enige remedie. Maar het is zeer de vraag of de onderwijsinstellingen die weg wel willen inslaan.

Jan Denys is arbeidsmarktdeskundige bij Randstad.