Textielsanering pijnlijk  maar onvermijdelijk
Activiteiten als weven en spinnen verhuizen naar het Verre Oosten. Foto: © photo news
BRUSSEL - Met de sluiting van Fabelta Ninove start de textielsector het nieuwe jaar in mineur. Het is de zoveelste etappe in de sanering van de Vlaamse textielindustrie. Een pijnlijk proces, maar onvermijdelijk in het licht van de toegenomen internationale concurrentie.

EEN januari 2005 was een symbolische datum voor de wereldwijde textielindustrie. Op die dag vielen de laatste importquota weg die de Europese textielindustrie jarenlang hebben beschermd. Tienduizend Belgische jobs zullen daardoor verdwijnen, zo heeft de textielfederatie Febeltex al meermaals aangekondigd. En in de aanloop naar de liberalisering zijn de afgelopen twee jaar ook al zo'n vierduizend textielbanen voor de bijl gegaan.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel in de sector. Al zou je dat wel gaan geloven als je de litanie van afslankingen en herstructureringen ziet die vorig jaar de revue passeerde. Louis De Poortere, Eurotapis, Prado, De Witte Lietaer, Santens: allemaal gingen ze door een herstructurering. In het Waasland sloot de ene breigoedproducent na de andere zijn deuren.

Vooral de productiekolom voor kleding en huishoudlinnen, van garens via stoffen tot afgewerkte producten, staat onder grote druk. Niet alleen kan in het Verre Oosten veel goedkoper kleding gemaakt worden, ook activiteiten als weven en spinnen verhuizen. De garenproducent Fabelta Ninove gaat dicht omdat nieuwe en betere vezels de markt voor viscosegarens (kunstzijde) verdringen. Maar die nieuwe garens worden wel in Azië gemaakt.

Toch omvat deze productieketen, die het meeste te lijden heeft onder de afbouw van de importquota, maar 30 procent van de totale textielactiviteit in Vlaanderen. De voornaamste pijler, ook qua werkgelegenheid, is nog altijd de tapijtindustrie die goed is voor zo'n 40 procent van het totaal. België neemt in deze sector, samen met de Verenigde Staten, een leidende positie in. Omdat het een kapitaalintensieve sector betreft, is de concurrentie uit het Verre Oosten minder sterk.

Maar op het terrein van de geweven karpetten, binnen de tapijtindustrie de meest arbeidsintensieve activiteit, heeft de Vlaamse industrie ook al af te rekenen met meer en meer concurrentie. Fa Quix, de directeur-generaal van Febeltex: ,,Landen als Turkije, Egypte en Rusland investeren veel in die sector en komen sterk op.'' Toch denkt hij niet dat de tapijtindustrie op termijn dezelfde weg zal opgaan als de confectie-activiteiten. ,,We kunnen ons nog goed weren, en in sectoren als getuft tapijt of naaldvilt staan we nog altijd sterk. Dat is een Belgische specialiteit en dat zal niet snel veranderen.''

Een derde sector, ook goed voor zo'n 30 procent van de textielactiviteit, is die van het technisch textiel. Hier is helemaal geen sprake van afbouw. Dit is volgens Quix juist een zeer dynamische en innoverende tak. Vaandeldrager is uiteraard Sioen, dat textiel voor bijvoorbeeld airbags maakt. Maar ook minder bekende bedrijven als Bexco uit Hamme of Bonar uit Zele zijn succesvol met uiteenlopende producten zoals geotextiel voor dijken, agrotextiel voor irrigatieprojecten of textiel voor medische toepassingen. ,,Het aandeel van technisch textiel in de Vlaamse textielindustrie is in tien jaar tijd verdubbeld.''

Volgens Quix is het voor de textielbedrijven nu zaak om de juiste strategische keuzes te maken in de steeds internationaler wordende concurrentiestrijd. In die zin is de sluiting van Fabelta-Ninove goed te verantwoorden. Het heeft geen zin om geld te blijven steken in een activiteit zonder toekomst, vooral als er binnen de groep ook onderdelen zijn die wel goed draaien.

Blz. 52: Fabelta Ninove slachtoffer van krimpende markt.