De overheid verkocht de jongste jaren een pak participaties. Toch heeft ze bij meer bedrijven dan ooit een vinger in de pap.

Meer dan 17,5 miljard, dat is de opbrengst van de participaties die de overheid de jongste 14 jaar verkocht. Zo berekende het Planbureau in een studie die vandaag wordt vrijgegeven. De drijfveer achter die verkopen was vaak van budgettaire aard. Om de frank te kunnen inruilen voor de euro moest de overheidsschuld omlaag.

Soms ging het ook kwaadschiks. Omdat Europa de staatssteun tot het minimum wil beperken en ook de diensten van openbaar nut strenger definieert. Paradoxaal genoeg leidde dat beleid tot een forse toename van het aantal bedrijven waarin de overheid een participatie van ten minste 5 procent heeft. Meer dan 3.000 waren het er einde 2003, een toename met 17 procent in zes jaar.

De overheid begon haar participatieportefeuille op te bouwen in 1962, met de oprichting van de Nationale Investeringsmaatschappij. Die moest vooral kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) aan kapitaal helpen. Nadien werd de maatschappij geregionaliseerd en opgesplitst in de gewestelijke investeringsmaatschappijen voor Vlaanderen (Gimv) en voor Brussel (Gimb) en de Sriw in Wallonië.

In de jaren tachtig wilde de overheid faillissementen vermijden. Ze nam toen participaties in de vijf ,,nationale sectoren'': staal, scheepsbouw, textiel, steenkool en holglas. De gevolgen zijn bekend. En het is in die periode dat de staatsschuld explodeerde.

En toen kwam Europa voor de dag met het euroverhaal. Het was gedaan met potverteren en de overheid begon participaties af te stoten. Niet alleen de federale (zie tabel), ook de regio's en de gemeenten deden hun duit in het zakje. Samen goed voor 17,5 miljard euro einde vorig jaar.

Maar parallel daarmee werden overheidsbedrijven opgesplitst in diverse autonome eenheden en begonnen vooral de regio's durfkapitaal te verstrekken aan veelbelovende jonge ondernemingen, vaak in spitstechnologische sectoren. Die participaties, zo stelt het Planbureau vast, zijn niet stabiel in de tijd. Slechts 1.844 bedrijven waarin de staat in 1997 een aandeel had, waren ook in 2003 nog van de partij.

Hoewel de overheid in meer bedrijven participeert, daalde het economisch belang ervan. Het aandeel van de overheid in de toegevoegde waarde, gewogen op basis van het belang van de overheidsparticipatie, daalde van 10,8 procent in 1997 tot 9,8 procent in 2003. Het gewogen aandeel in de werkgelegenheid bleef in dezelfde periode stabiel rond 8,8 procent.

Opgesplitst per sector valt het kleine overheidsaandeel op in de energiesector. Nauwelijks 13 procent van de activa, 8 procent van de omzet en 14 procent van de tewerkstelling, becijferde het Planbureau. ,,Vergelijk dat eens met Frankrijk.''

Koploper is het personenvervoer. Op één procent na zijn alle activa van de sector in handen van de overheid. De postbestelling komt op de tweede plaats met 90 procent en de luchtvaart met 83 procent activa in overheidshanden. De lotto-activiteiten prijken op een vierde plaats met 73 procent.

(lc)