Het aantal Belgische C&A-winkels is in enkele jaren tijd verdrievoudigd. Het plafond komt in zicht, maar is nog niet bereikt. De kledingketen ziet nog ruimte voor een twintigtal bijkomende winkels.

NA de overname van 35 Marca-winkels en 20 Superconfex-vestigingen is het aantal C&A-winkels in België gegroeid tot 98. Drie jaar geleden waren het er nog 34. De C&A-dichtheid in ons land is dus fors toegenomen. Maar met één winkel per 100.000 inwoners is België geen recordhouder.

Dat is Oostenrijk, waar 8 miljoen inwoners de beschikking hebben over 117 C&A-winkels. Eén per 68.000 Oostenrijkers dus.

Ook in ons land is nog ruimte voor uitbreiding, zegt marketingdirecteur Johan Soenens. Hij denkt tot 120, 125 vestigingen te kunnen doorgroeien. Vooral in Wallonië zijn nog witte vlekken te vullen. Maar dat is een werk van lange adem. Grootscheepse uitbreidingsplannen heeft C&A-België op dit moment niet, na de inlijving van de twintig Superconfex-winkels eerder dit jaar.

Die zou C&A dit jaar de zesde opeenvolgende omzetstijging moeten opleveren. De keten mikt op 430 miljoen euro voor 2006. Dat zou zo'n 10 procent meer zijn dan vorig jaar. Toen ging de omzet er met 14 procent op vooruit tot 391 miljoen euro.

C&A België/Luxemburg deed het daarmee beter dan de groep als geheel, die zijn omzet met 8,5 procent zag stijgen tot 5,2 miljard euro. De groei in ons land had veel te maken met de integratie van de Marca-keten, maar ook de bestaande winkels verkochten 3,3 procent meer. En dat in een kledingmarkt die vorig jaar geen groei vertoonde.

Het marktaandeel van C&A België/Luxemburg ligt nu op 6,8 procent. In de twaalf landen waar de keten aanwezig is, heeft ze een marktaandeel van 5,7 procent.

Hoewel de kledingmarkt vorig jaar in België stabiel bleef en in Europa met 1 tot 2 procent kromp, is er geen gebrek aan marktdynamiek. Een belangrijke trend is dat de prijs van kleding daalt, waardoor consumenten zich meer stukken kunnen aanschaffen. Sinds 1993 is kleding 30 procent goedkoper geworden, maar is het aantal verkochte stuks met 30 procent gestegen. De prijserosie heeft ervoor gezorgd dat consumenten nu minder aan kleding besteden, maar voor dat lagere bedrag wel meer stuks kunnen kopen.

Een flinke uitdaging voor de kledingketens, want hun kosten stijgen terwijl de omzet gelijk blijft. Bovendien volgen ook de modetrends elkaar steeds sneller op. Er wordt nu eerder in termen van weken dan van maanden gesproken. Toch gaat C&A prat op een stijgende winstgevendheid. Hoewel de groep al een aantal jaren omzetten en marktaandelen bekendmaakt, houdt C&A de omvang van de winstcijfers angstvallig geheim.

De groei in België is geen alleenstaand geval. In heel Europa is C&A aan een opmars bezig. De afgelopen jaren werden 450 nieuwe winkels geopend, waardoor het totale aantal nu 1.002 bedraagt. De overschrijding van de grens van duizend winkels wordt gevierd met enkele commerciële acties. Tussen nu en 2008 wil C&A nog ten minste driehonderd extra winkels openen, vooral in Frankrijk en Spanje. In die landen is de keten relatief zwak vertegenwoordigd. In Italië is ze helemaal afwezig, en dat geldt ook voor Groot-Brittannië waar C&A in 2000 zijn 108 winkels sloot. Wel wil de keten volgend jaar de Turken, Slovenen en Slowaken laten kennismaken met haar winkelconcept. In Rusland is dat al gebeurd. Dat is trouwens het enige land waar C&A met een franchisepartner in zee is gegaan.

De komende drie jaar plant het bedrijf investeringen ter waarde van 600 miljoen euro. Dat geld gaat niet alleen naar nieuwe winkels, maar ook naar renovatie van de bestaande vestigingen.

Gemiddeld wordt het interieur van een winkel elke drieënhalf jaar onder handen genomen. ,,Bij de concurrenten is dat elke vijf of zes jaar'', zegt Soenens.

(rmg)