Het lastige verleden van Umicore
Foto: photo news
Voor een machtig bedrijf als de Union Minière, had bedrijfsvoering altijd een politieke betekenis. Een nieuw boek licht een tip van de sluier.



DE geschiedenis blijft Umicore achtervolgen. Nog begin dit jaar raakten erg alarmerende gegevens bekend over de blijvende cadmiumvervuiling, vooral in Noord-Limburg, die wordt toegeschreven aan de fabrieken die historisch of vandaag nog altijd tot het patrimonium van Umicore behoren.

Tot het verleden van het bedrijf behoort vooral de Union Minière, een groep uit de invloedssfeer van de lang oppermachtige holding Generale Maatschappij.

Als belangrijkste exploitant van de bodemrijkdommen in Congo, vormde het bedrijf, toen de Union Minière du Haut-Katanga (UMHK), de economische ruggengraat van dat land, zowel toen het nog een Belgische kolonie was als toen het na 1960 onafhankelijk werd.

Tal van controverses hangen nog rond de UMHK: haar rol tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij de levering van uranium voor de eerste Amerikaanse atoombommen, bij de onafhankelijkheid van Congo, bij de afscheuring van de provincie Katanga, of in het politieke spel dat leidde tot de ondergang van Congo's eerste premier Patrice Lumumba.

Vandaag verschijnt het boek Van mijnbouw tot Mars van René Brion en Jean-Louis Moreau, dat doorheen de voorgeschiedenis van Umicore veel meer moet vertellen dan alleen een verhaal over productiecijfers en aandeelhoudersstructuren.

Het verhaal begint in 1805, toen de avontuurlijke Luikenaar Jean Dony een concessie verwierf voor zinkmijnen in Moresnet. Daaruit groeide een welvarend bedrijf, Vieille Montagne, dat in 1837 werd omgevormd tot een van de eerste Belgische naamloze vennootschappen.

Dat Brion en Moreau hiermee beginnen, komt doordat Union Minière later fuseerde met Vieille Montagne, dat ook onder de controle van de Generale was gekomen. Dat paste in een concentratiebeweging na de Eerste Wereldoorlog. De holding pretendeerde toen de uitvoerder te zijn van een nationalistische economische politiek die de Belgische industrie in Belgische handen wilde houden.

De Generale richtte zich daarbij naar de non-ferro-industrie, een nieuwe groeisector naast de klassieke staalindustrie. Ze had daarin al een dikke vinger in de pap via haar dochteronderneming UMHK. Het was de toenmalige koning Leopold II die haar ertoe had aangezet om te participeren in dat net een eeuw geleden in Congo opgerichte bedrijf. Al spoedig bleek daar heel wat te ontginnen: koper (waarnaar grote vraag bestond door de ontwikkeling van de elektriciteit), maar ook kobalt, tin, tantaal, radium, uranium en nog zoveel meer.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou UMHK, zonder de Belgische regering daarin te kennen, de Amerikanen een monopolie op het Congolese uranium hebben verkocht en in het bezette België onbezorgd handel hebben gedreven met de Duitsers. Volgens Brion en Moreau heeft het bedrijf, op soms een beoordelingsfout na, haar eigenbelang toch altijd afgemeten aan het nationale belang. Al valt niet te ontkennen dat UMHK ook wel eens de neiging had om ervan uit te gaan dat wat goed was voor haar, ook maar goed moest zijn voor België.

Delicater is de rol van UMHK in Congo zelf. Dat ze enkele dagen voor de onafhankelijkheid haar maatschappelijke zetel van Congo naar België verplaatste, tekent haar wantrouwen in het nieuwe Congo. Brion en Moreau stellen wel met nadruk dat ze niet de instigator was van de Katangese afscheiding, maar ze heeft die wel zonder morren aanvaard en zeker het voortbestaan van de Katangese staat ondersteund.

De UMHK-leiding toonde zich, op het onredelijke af, bevreesd door een communistische machtsovername in Congo. Daarvan zou eerste minister Patrice Lumumba het werktuig zijn, een toen door velen gedeelde, maar op weinig argumenten steunende angst.

En UMHK deed wel degelijk aan politiek, niet alleen in Katanga, maar ook in de rest van het land, ook om de Britten, de Amerikanen en later de Fransen te beletten haar belangen daar over te nemen.

Brion en Moreau beschrijven hoe UMHK op 14 september 1960 besloot om in Congo een staatsgreep te financieren. Ze trok 1,5 miljoen frank uit om politici om te kopen, die Lumumba zouden moeten wegstemmen. Maar het was niet nodig. Net die avond trok legerleider Joseph-Désiré Mobutu alle macht naar zich toe. Dat het bedrijf op één dag, zonder veel nadenken, tot financiering van de staatsgreep besliste, toont aan dat het ook onorthodoxe politiek tot zijn geplogenheden rekende.

Hun rechtstreekse toegang tot de archieven van UMHK verleent dit boek een groot gezag. Maar Brion en Moreau beperken zich tot het relaas dat ze uit die archieven kunnen puren. Ze gaan niet de confrontatie aan met andere bronnen. De geschiedenis is dus nog niet uitverteld.

René Brion en Jean-Louis Moreau, 'Van mijnbouw tot Mars. De ontstaansgeschiedenis van Umicore', Lannoo, Tielt, 471 blz., 39,90 euro

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig