BRUSSEL Behoeftig zijn en tegelijk een studio kopen van 45.000 euro, in het centrum van Parijs. Dat kan niet volgens de fiscus. Maar de rechtbank van Luik besliste er anders over, zo lezen we in de jongste aflevering van Fiscoloog, een vakblad voor fiscalisten.

Zoonlief is meerderjarig en heeft zijn diploma op zak. De legerdienst is al een tijdje afgeschaft. Tijd dus om professioneel aan de slag te gaan. Maar in eigen land wil het niet zo vlotten. Daarom besluit de kersverse informaticus zijn geluk in de Franse hoofdstad te beproeven.

Hij pakt de zaken meteen grondig aan en koopt zich prompt een studio in hartje Parijs. Waarom hij die oplossing verkiest boven huren, wat hem toch heel wat meer soepelheid zou bieden als de zoektocht naar werk ook in de Lichtstad niet wil lukken, wordt nooit duidelijk.

Appartementen en studio's zijn schaars in Parijs. Bijgevolg liggen de prijzen er flink boven het Europees gemiddelde. Zoonlief gooit het gros van zijn spaarcenten in de strijd en gaat bovendien een lening aan van 45.000 euro.

Zonder inkomen is het niet evident om een lening vast te krijgen. Daarom steken de ouders een handje toe. Zij stellen zich borg en garanderen daarmee formeel dat hun zoon zijn financiële verplichtingen tegenover de bank zal nakomen.

Die hulp is welkom, want ook in Parijs wil het met de professionele carrière niet erg lukken. Het eerste jaar verdient hij er geen rooie duit, de twee jaren nadien blijft hij met ongeveer 8.000 euro ver beneden de verwachtingen. Pas na drie jaar slaagt hij er in echt op eigen vleugels te vliegen.

Al die tijd storten zijn ouders maandelijks 500 euro op zijn rekening in Parijs. Dat bedrag gaat vooral naar de financiering van het woonkrediet. Het overblijvende gedeelte is meer dan welkom om maandelijks de eindjes aan elkaar geknoopt te krijgen in een stad als Parijs.

Voor de ouders is 500 euro per maand niet niets en daarom brengen zij dat bedrag op hun aangifteformulier in als onderhoudsgeld. Maar de fiscus is het met die aftrek niet eens. Hij argumenteert onder meer dat zoonlief niet behoeftig is omdat hij in Frankrijk een belastbaar inkomen geniet.

De ouders werpen op dat het inkomen van hun zoon drie jaar lang niet veel voorstelde en dat hij dus in Parijs niet kon overleven zonder hun financiële hulp.

Uiteindelijk belandt de zaak voor de rechtbank van eerste aanleg in Luik. Die oordeelt dat de zoon voor de drie betrokken jaren wel degelijk als 'behoeftig' kan worden beschouwd, en verwijst daarvoor naar artikel 205 van het Burgerlijk Wetboek dat op zijn beurt verwijst naar artikel 207.

Wie beide artikels samen leest, komt tot het heel elementaire besef dat mensen die niet in hun onderhoud kunnen voorzien als 'behoeftig' moeten worden beschouwd en dat kinderen de verplichting hebben om hun behoeftige ouders te helpen en omgekeerd.

Met een inkomen van minder dan 700 euro per maand kan iemand die in Parijs moet gaan wonen om werk te zoeken volgens de rechtbank niet decent leven zonder de hulp van zijn ouders. Het jaar waarin de zoon helemaal geen inkomen had, was dat uiteraard absoluut onmogelijk.

Dat het onderhoudsgeld door de zoon besteed werd aan de aflossing van een hypothecaire lening en aan de betaling van de rente daarop, eerder dan aan het betalen van een huur, maakt volgens de rechtbank geen verschil.

Over de vraag of het überhaupt zinnig is dat iemand zonder inkomen naar een dure stad trekt en daar prompt een studio huurt, spreekt de rechtbank zich niet uit. Dat is een individuele beslissing die de fiscus moet respecteren en waar hij strikt genomen niets mee te maken heeft.

En zo kan iemand dus de trotse bezitter zijn van een dure studio in hartje Parijs en toch drie jaar lang als behoeftige door het leven gaan.

We vragen ons af of de wetgever zich ooit heeft afgevraagd hoe onrechtvaardig zoiets is tegenover ouders die zuinig met hun spaarcenten omspringen en vinden dat hun zoon, na jarenlang studeren op kosten van de belastingbetaler, nu maar eindelijk eens op eigen benen moet staan.

Waarop zoonlief dan maar beslist om in eigen land te blijven en de ambities wat te verlagen. Uiteindelijk slaagt hij er daardoor ook hier in zo'n 8.000 euro per jaar of 666 euro per maand te verdienen. Een pak meer dan het bestaansminimum dat voor een alleenstaande iets boven 500 euro per maand ligt.

Om het toch enigszins redelijk te houden ontspaart hij elke maand nog zo'n 200 euro per maand, huurt een studio buiten de stad, gebruikt het openbaar vervoer, gaat niet met vakantie,

Na drie jaar vindt ook hij beter betaald werk en zijn de financiële zorgen van de baan. Maar in tegenstelling tot de Parijse 'avonturier' is hij zowat 7.500 euro armer geworden omdat hij niet behoeftig was. Of omdat zijn ouders vonden dat er grenzen zijn aan de solidariteit.

Redacteur Luc Coppens bespreekt elke vrijdag een aspect van onze gezinshuishouding.