TRENDS IN MANAGEMENT. China is geen modeverschijnsel
Haiyan Zhang (l.) en Daniel Van Den Bulcke: ,,Een vergelijking met Japan leidt tot een onderschatting van het Chinese fenomeen.'' Foto: © WDK
De spectaculaire opkomst van China als economische grootmacht is al geruime tijd in stilte bezig, maar sinds pakweg vorig jaar is ,,China'' echt wel het nieuwe buzz-woord geworden in het internationale zakenleven. Het volstaat dat een bedrijfsleider het land nog maar vernoemt, of de aandelenkoers van zijn bedrijf schiet de hoogte in -net zoals dat pakweg vijf jaar geleden gebeurde wanneer hij het woord ,,dotcom'' in de mond nam. Is China een nieuwe hype? Of gaat het om een duurzame en onomkeerbare ontwikkeling?

PROFESSOR Daniel Van Den Bulcke is duidelijk de tweede mening toegedaan: ,,China is zeer zeker geen bubble of zeepbel. Integendeel: het is eerder een economische tsunami - hoewel ik aarzel om dat woord nu in de mond te nemen. Maar als China zich blijft ontwikkelen zoals het nu doet, zal het de wereld nog versteld doen staan.

De invloed die het gaat hebben op de rest van de wereld en de wereldeconomie, is immens. Natuurlijk kunnen zich politieke of sociale incidenten voordoen die de groei tijdelijk kunnen onderbreken. Maar dat zullen volgens mij maar haperingen zijn in de ontwikkeling. Volgens mij wordt China op termijn de grootste economische macht ter wereld.''

Veel mensen vergelijken de opkomst van China ten onrechte met die van Japan in de jaren zestig, of met die van de zogenaamde Zuidoost-Aziatische ,,tijgers'' vanaf de jaren tachtig, zegt Van Den Bulcke. ,,Een vergelijking met Japan leidt tot een onderschatting van het Chinese fenomeen. Japan is nu weer wat weggedeemsterd op het internationale economische toneel. Met China zal dat volgens mij niet gebeuren.''

Waarom niet? ,,China begint meer en meer technologiegerichte producten te produceren, zonder de minder technologische productie af te stoten naar andere landen'', legt hij uit. ,,Dat kan het dankzij zijn enorme bevolking. Je hoort westerlingen soms al wel zeggen dat de lonen in China ook stijgen. Dat is waar, maar niet overal en niet voor alle jobs. Ze hebben nog een enorme reserve aan goedkope - en ook gekwalificeerde - arbeidskrachten.''

,,Daardoor zie je nu al dat in China een aantal industrieën naar het binnenland verhuizen'', voegt Haiyan Zhang eraan toe. ,,Niet naar andere 'lagelonenlanden', maar naar het eigen binnenland.''

Van Den Bulcke wijst er ook op dat men de enorme aspiraties en ambities van China niet mag onderschatten. ,,Bovendien hebben de Chinezen, alleen al door hun enorme omvang, een heel sterke onderhandelingspositie. Je stelt vast dat veel westerse bedrijven er actief worden en blijven onder omstandigheden die ze nergens anders zouden aanvaarden.''

Hij geeft het voorbeeld van de slechte bescherming van intellectuele eigendomsrechten: veel westerse bedrijven gaan in China producten maken, hoewel ze weten dat die zeer snel gekopieerd kunnen worden. ,,Dat zouden ze in geen enkel ander land aanvaarden'', zegt Van Den Bulcke. ,,Een ander voorbeeld van de sterke onderhandelingspositie van de Chinezen is hun visie op joint ventures. Er zijn een aantal Chinese bedrijven die erin slagen om tegelijkertijd een joint venture af te sluiten met twee concurrerende buitenlandse ondernemingen.

Zo heeft Guangzhou Automobile zowel met Honda als met Toyota een joint venture, terwijl SAIC zowel met VW als met GM een gemeenschappelijke onderneming heeft opgezet.''

,,Het is een typisch Chinees idee: twee concurrenten tegen elkaar uitspelen'', voegt Zhang eraan toe. ,,Als ze problemen hebben met één partner, of ze vinden dat die te sterk wordt, dan halen ze er een andere bij.''

Dat buitenlandse bedrijven die gang van zaken accepteren, heeft natuurlijk veel te maken met het potentieel van de enorme Chinese markt. ,,De meeste buitenlanders focussen zich nu nog vooral op de Chinese markt'', zegt Zhang. ,,Maar er is ook een belangrijke omgekeerde beweging bezig: in Europa en de Verenigde Staten duiken steeds meer Chinese investeerders nadrukkelijk op. Daar is veel minder aandacht voor, hoewel het ook opportuniteiten creëert.''

Zo verkocht IBM vorige maand zijn pc-activiteiten aan een Chinees bedrijf: Lenovo, het vroegere Legend, dat de grootste pc-maker van China is. Het Franse Thomson ging samen met het Chinese TCL, China's tweede producent van televisies en gsm's. Samen zijn ze nu de grootste televisieproducent ter wereld, voor ondernemingen zoals Sony, Philips en Matsushita. En, opvallend: de gezamenlijke onderneming is voor tweederde in handen van de Chinezen.

,,Sommige Chinese ondernemingen zijn inmiddels echte multinationals geworden'', zegt Van Den Bulcke. ,,Ze willen ook een eigen distributiesysteem in het Westen. Toen China zich heeft opengesteld voor het westen, was dat vooral omdat het westerse technologie nodig had, en de westerse ondernemingen gingen ernaar toe voor de markt.

Geleidelijk aan zijn de westerse bedrijven ook aan ' outsourcing ' gaan doen: ze lieten er allerlei onderdelen (goedkoper) produceren, om ze te integreren in hun eigen producten. Zo zijn de Chinese bedrijven geëvolueerd van O riginal Equipment Manufacturers tot Original Design Manufacturers , en nu worden ze zelfs O riginal Brand Manufacturers , die hun eigen merken maken. In een aantal sectoren zijn ze nu al de grootste producenten ter wereld, bijvoorbeeld in microgolfovens, televisies en dvd's.

Voor sommige westerse bedrijven kan dat een bedreiging zijn. Want de Chinezen komen echt, op zoek naar zwakke ondernemingen die niettemin interessante technologie in huis hebben of die over merknamen beschikken die zij nodig hebben. Die outward investment - investeringen van Chinese bedrijven in het buitenland - is een logisch gevolg van de ontwikkeling die China heeft doorgemaakt.''

Zelfs in China zelf is die beweging bezig, zegt Zhang. ,,Neem het voorbeeld van Shanghai Bell (de joint venture van Alcatel Bell in China, red.). Ooit had die een marktaandeel van meer dan 50 procent op de Chinese markt voor telefoonschakelsystemen. Inmiddels is dat marktaandeel grotendeels ingepikt door Chinese ondernemingen zoals Huawei en is het marktaandeel teruggevallen tot minder dan 30 procent. Je ziet ook steeds meer Chinese werknemers die voor westerse ondernemingen werkten, overstappen naar Chinese bedrijven.''

Actief zijn in China is zeker niet gemakkelijk voor westerse ondernemingen, zegt Van Den Bulcke. ,,Niet omdat China - zoals Korea en Japan destijds - hen het leven moeilijk maakt, want de Chinezen willen absoluut de technologie die het Westen hen kan bieden, en ze willen alleen het beste.''

Wat het wél moeilijk maakt, zijn de cultuurverschillen en de typisch Chinese manier van zakendoen. ,,Neem nogmaals het voorbeeld van de intellectuele eigendom. In het kader van zijn toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft China op dat vlak maatregelen genomen. Namaak wordt bestraft met boetes, soms zelfs met gevangenisstraf. Maar passen ze die regels ook toe? Namaakproducten werden aanvankelijk vooral voor de lokale markt gemaakt, maar worden nu ook al uitgevoerd. En wat zie je dan? De uitvoer van namaakproducten wordt niet beschouwd als 'verkoop' van namaakproducten en dus niet als strafbaar beschouwd. Wat de Chinezen zeggen en wat ze doen, is dus zeker niet altijd hetzelfde.''

Om zaken te kunnen doen in China, moet je vooral een vertrouwensrelatie opbouwen, zegt Van Den Bulcke. ,,Dat betekent dat je verschillende keren naar ginds moet kunnen gaan. Gemiddeld is er drie jaar nodig om tot een sluitend en operationeel akkoord te komen. Een kmo kan zich dat zelden permitteren.''

,,Dat is een van de grote verschillen tussen Chinezen en Westerlingen'', zegt Zhang. ,,De Chinezen hebben tijd. Westerse ondernemingen hebben altijd een deadline, een planning die ze moeten halen, maar de Chinezen nemen de tijd. En dat begrijpt men hier niet altijd.''

,,Wij organiseren hier in het Euro-China Centre bijvoorbeeld programma's voor Chinezen die naar hier komen'', zegt Van Den Bulcke. ,,Maar de Chinezen beslissen telkens pas op het laatste moment of ze al dan niet komen, en met hoeveel en wat het uiteindelijke prijskaartje zal zijn. We kunnen dus weinig op voorhand plannen, en dat begrijpt men hier binnen de UAMS niet altijd. Voor ondernemingen die zaken doen met of in China, rijzen gelijkaardige problemen.''

Dat cultuurverschil verklaart ook waarom er toch nog zoveel westerse bedrijven in China werken via joint ventures met lokale partners, ook al zijn ze daar al lang niet meer toe verplicht: ,,In bepaalde sectoren hebben slechts weinig bedrijven hun structuur aangepast sinds die verplichting is weggevallen'', zegt Van Den Bulcke. ,,Ze beseffen maar al te best dat ze voordeel hebben bij die lokale partner, ook al heeft hij soms nog maar een belang van 10 procent. Maar het is ook een illustratie van de vertrouwensrelatie die ze hebben opgebouwd.''