De intercommunales in ons land zijn samen 13 miljard euro waard, blijkt uit een studie.

België telt meer dan 200 intercommunales: bedrijven die (al dan niet volledig) eigendom zijn van een aantal gemeenten. Ze houden zich bezig met activiteiten zoals energie- en waterdistributie, afvalverwerking en -inzameling, streekontwikkeling, kabeldistributie en zelfs het beheer van crematoria of van vliegvelden en havens.

Die deelnemingen in de intercommunales vormen een niet onbelangrijk deel van het vermogen van de gemeenten. Maar bizar genoeg is nauwelijks geweten hoeveel die intercommunales economisch eigenlijk waard zijn. Er ontstond vorig jaar een discussie over naar aanleiding van de overname van Electrabel door Suez. De Amerikaanse investeerder Eric Knight beweerde toen dat de gemengde intercommunales alleen - dat zijn degene waarin, naast de gemeenten, ook een privépartner participeert - 15 tot 18 miljard euro waard zijn.

Het was onder meer die discussie die professor Wim Moesen en Kristof De Witte van de KU Leuven inspireerde tot hun onderzoek. Zij trokken na hoeveel de intercommunales waard zijn op basis van hun eigen vermogen. Voor de 204 intercommunales waarvan ze de balansgegevens voor de jaren 2000 tot 2003 terugvonden in de databank Belfirst van Bureau van Dijk, kwamen ze tot een gezamenlijke waardering van 13 miljard euro.

Bij de gemengde intercommunales komt een deel van die waarde uiteraard toe aan de privé-aandeelhouders, en niet aan de gemeenten. Daar staat dan weer tegenover dat de eigenlijke waarde van gemeentelijke activa vaak hoger ligt dan hun boekwaarde, zodat de 13 miljard waarschijnlijk een onderschatting is. De raming dat de intercommunales een ,,spaarpot'' van 13 miljard euro vertegenwoordigen voor de gemeenten, lijkt daarmee alvast niet overdreven.

(kdr)