Hebben de leveranciers van zoektechnologie te veel macht over ons en over het internet? Die vraag dook de afgelopen jaren geregeld op, maar meestal waaide het snel weer over. Bijvoorbeeld toen Google het idee lanceerde, om de e-mail van zijn Gmail klanten te scannen om er aangepaste advertenties bij te vertonen. Na een paar dagen was de herrie alweer vergeten.

Misschien dat het dit keer wat langer blijft hangen. Eerst kwam de onthulling dat de grote internetbedrijven (Microsoft MSN, Yahoo, America Online en Google) hun producten censureren om de Chinese machthebbers te plezieren. En dat ze zelfs bereid zijn een blog op te doeken en de identiteit van een journalist te verraden.

Dan bleek dat de Amerikaanse overheid, die toch al vrij losjes omspringt met de wettelijke beperkingen op afluisteren, zeer geïnteresseerd is in gegevens over het internetgebruik van haar burgers. Gegevens waarover een bedrijf als Google in zeer grote mate blijkt te beschikken. Want jawel: Google weet precies welke opzoekingen u op zijn zoekmachine hebt gedaan. Als u een gebruiker bent van een Google-product als Gmail, kan Google u identificeren met naam en toenaam. Gebruikt u die producten niet, dan kent Google u alleen van de "cookie" die het op uw harde schijf plant en van uw IP-adres. Dus moet de Amerikaanse overheid dan eerst nog even langs de internetprovider om een burger te vinden.

In november werd een Amerikaanse man veroordeeld voor moord met zijn Google-opzoekwerk als bewijsmateriaal. De bezwarende gegevens kwamen weliswaar niet van Google maar van de pc van de man zelf. Maar Google bezit dergelijke gegevens wel degelijk en is in Amerika wettelijk verplicht ze door te geven.

In het licht van dit alles, klinkt Quaero steeds aantrekkelijker. Quaero, dat is het algemeen geridiculiseerde idee om met overheidssteun een Europese zoekmachine te bouwen. Dat het idee komt van de hoogbejaarde Jacques Chirac, maakt Amerikaanse commentatoren vrolijk. En dat er grote overheidsbudgetten en onmogelijke, Airbus-achtige samenwerkingsverbanden voor nodig zijn. Maar wat dan nog?

Zo is het ondertussen duidelijk aan het worden, dat het Internet is verdeeld geraakt in twee delen. Aan de ene kant een zindelijk, gefilterd internet dat door de grote zoekmachines wordt geïndexeerd. Aan de andere kant een duister terra incognita met websites waar alles kan en mag, maar die u normaal gesproken nooit zult vinden.

Deze de facto tweedeling is misschien niet zo'n slecht compromis tussen wetteloosheid enerzijds en censuur anderzijds. Alleen: vandaag beslissen privébedrijven op grillige manier welke websites naar die internet-vergeetput verbannen worden.

Een topman van Google verdedigde het wegfilteren van termen als "Tiananmen" van het Chinese internet, door te vergelijken met wat Google voor Frankrijk en Duitsland doet: die landen vragen Google om neofascistische en negationistische sites weg te stoppen. Dat is precies hetzelfde, impliceerde de man. Een onfris woord als "verkrachting" is dan weer zeer geliefd bij Google: de site veilt advertenties erop aan pornosites.

In Europa hebben we onze eigen opvattingen over vrije meningsuiting. En we beschikken over een prachtige wetgeving rond privacy, al hebben we die de jongste jaren wat verwaarloosd. Nee, misschien is Quaero nog zo gek niet.



Dominique Deckmyn is hoofdredacteur van het magazine ,,Smart Business Strategies''.