BRUSSEL - De mondiale bananenindustrie zit in een diepe crisis. Vertegenwoordigers uit de hele wereld zijn deze week in Brussel om over mogelijke oplossingen te praten. Maar, zo geven ze toe: ,,Niemand heeft het antwoord''.



,,Een westerling die een hap neemt van zijn banaan, heeft geen idee wat daar allemaal achter schuil gaat'', zegt een Ecuadoraanse bananenarbeidster tijdens de International Banana Conference, die gisteren van start ging in het gebouw van het Vlaams Parlement. Ze doelt op de schrijnende arbeidsomstandigheden van de arbeiders op de plantages. Maar ook de manoeuvres op het wereldhandelstoneel tussen bananenproducerende en -consumerende landen ontgaan de meeste consumenten.

Nochtans staat er veel op spel. Wereldwijd werken een half miljoen mensen in de grootschalige plantages van Del Monte, Dole en Chiquita, en vijftigduizend kleine en middelgrote boeren zijn afhankelijk van de bananenteelt.

Die laatsten zijn vooral actief in voormalige Europese kolonies zoals Kameroen of de Bovenwindse Eilanden in de Caraïben. De laatsten, de zogenaamde ACP-landen, konden jarenlang een quotasysteem genieten dat hen een preferentiële toegang gaf tot de Europese markt. Maar zo'n systeem is onder de huidige wereldhandelsregels niet te handhaven en moet op last van de Werelhandelsorganisatie worden afgebouwd. Met ingang van 2006 zal er een ander systeem van kracht worden. De quota worden afgeschaft, maar in plaats daarvan krijgen niet-ACP-landen een extra hoog invoertarief opgelegd. Daartegen hebben Midden-Amerikaanse landen alweer geprotesteerd bij de WTO.

Eén enkel hoog tarief zou een ramp zijn voor de sector, zo was de algemene opinie op het bananencongres. Weliswaar zou het de ACP-landen beschermen, maar plantagearbeiders en kleine producenten in Midden-Amerika zouden er het slachtoffer van worden. De prijzen, die nu al onder zware druk staan, zullen dalen. Er zal in dat geval dus nóg goedkoper geproduceerd moeten worden. Dat betekent slechtere arbeidsomstandigheden, minder respect voor het milieu en lagere lonen. Een neerwaartse spiraal, een ,,race to the bottom'', zo zeggen de betrokkenen, met aan het einde alleen maar verliezers. Het gerechtelijk akkoord van Chiquita, vier jaar geleden, is er het bewijs van.

Deelnemers aan de conferentie stellen voor om de invoering van het nieuwe systeem nog twee jaar uit te stellen. In de tussentijd kan nagedacht worden over een oplossing. De ngo's opperen de mogelijkheid om niet één tarief in te voeren, maar gedifferentieerde tariefniveaus. Die zouden lager kunnen zijn naarmate er meer aandacht is voor de sociale en milieu-aspecten van de teelt. Of zo'n systeem door de WTO zou worden goedgekeurd, en hoe het moet worden gecontroleerd, blijven open vragen.

Intussen kampen de arbeiders en boeren op het terrein met de gevolgen van de crisis. Door overproductie is de prijsconcurrentie keihard. Tijdens de conferentie vertelden vertegenwoordigers uit Ecuador over arbeiders die voor werkdagen van twaalf tot veertien uur enkele dollars ontvangen. Door te werken met kleine onderaannemers wordt voorkomen dat de arbeiders zich organiseren - een vakbondsdelegatie is bijvoorbeeld in Ecuador pas verplicht in bedrijven met meer dan twintig werknemers.

Dat de conferentie geen pasklare oplossing voor de problemen zal opleveren, geven de betrokkenen zelf grif toe. ,,Maar in plaats van de toestand te betreuren, kunnen we beter werken aan een gezamenlijk platform'', zegt een vertegenwoordiger van de bananensector op de Bovenwindse Eilanden, een verzameling van vier Caraïbische eilandjes die erg afhankelijk zijn van de bananenteelt. ,,De bedoeling van deze conferentie is om tot een dialoog te komen tussen alle betrokkenen''. Eén ding is duidelijk: ook de consumenten moeten meewerken. Want zij zullen uiteindelijk bereid moeten zijn iets meer te betalen voor hun tros bananen.

www.ibc2.org