BRUSSEL - In 2003 ontving de Vlaamse Milieu-inspectie gemiddeld tien klachten per dag, vooral over geurhinder, geluidshinder en over het niet naleven van de exploitatievoorwaarden. Daarnaast werd tijdens preventieve controles in 4.612 bedrijven, bij één bedrijf op zeven proces-verbaal opgesteld. De cijfers staan in het milieuhandhavingsrapport 2003 dat vandaag werd gepubliceerd.

De afdeling Milieu-inspectie van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap werd in het leven geroepen om bedrijven te controleren die belangrijke schade en hinder kunnen veroorzaken voor mens en milieu. Naar schatting telt Vlaanderen meerdere tienduizenden dergelijke bedrijven. De negentig milieu-inspecteurs kunnen bij hun controles zelf aanmaningen schrijven of dwangmaatregelen opleggen en hoeven dus niet te wachten op gerechtelijke initiatieven.

In 2003 liepen bij de dienst 2.227 klachten binnen, of een gemiddelde van 10 per dag. Het merendeel van de klachten handelde over geurhinder (751), gevolgd door geluidshinder (561) en het niet naleven van de exploitatievoorwaarden (538). Maar liefst 99 procent van de vorig jaar binnengelopen klachten werd effectief behandeld.

Daarnaast voerde de Milieu-inspectie ook 11.605 inspecties uit bij 4.612 bedrijven. Bij 659 van deze bedrijven werden in totaal 751 processen-verbaal opgesteld. Dit betekent dat een op zeven gecontroleerde bedrijven werd geverbaliseerd. De Milieu-inspectie stuurde het afgelopen jaar ook 1.627 raadgevingen en aanmaningen naar 1.440 van de 4.612 gecontroleerde bedrijven, een gemiddelde van een op drie bedrijven. Daarbovenop legde de Milieu-inspectie 48 dwangmaatregelen op die hoofdzakelijk leidden tot de stopzetting van de activiteiten van benzinestations. In 80 gevallen werden voorstellen gestuurd naar burgemeesters om bedrijfsactiviteiten stop te zetten omdat de milieuvergunningen van de bewuste bedrijven niet in orde of zelfs onbestaande waren. En tot slot gingen er ook 26 voorstellen naar vergunningverlenende overheden om vergunningen te schorsen omwille van inbreuken op de vergunningsvoorwaarden.

Omdat de Milieu-inspectie onmogelijk alle betrokken bedrijven in Vlaanderen kan controleren, zijn de bedrijven verplicht om zelf bedrijfseigen milieugegevens te meten en te registreren. Toch worden de zelfcontroleverplichtingen niet altijd even nauwgezet nageleefd, zo stelde de Milieu-inspectie vast. Sommige bedrijven voeren een strikte zelfcontrole uit, terwijl andere bedrijven helemaal niet op de hoogte zijn van de wettelijke verplichtingen.

In 2003 bleek bijvoorbeeld bij een controle van deze zelfcontrole van de afvalwaterlozingen dat slechts 60 procent van de bedrijven voldeed aan de opgelegde verplichtingen. De overige 40 procent voldeed er deels of zelfs helemaal niet aan. ,,Dit geeft aan dat zelfcontrole op zich niet volstaat als controle-instrument en dat de naleving van de verplichtingen op dit vlak ook intense overheidscontrole behoeft'', zo stelt de Milieu-inspectie.

Bovendien meldt het milieuhandhavingsrapport dat maar liefst 78 (25 procent) van de 308 Vlaamse gemeenten na 12 jaar Vlarem nog altijd niet beschikken over een Vlarem-toezichthoudend ambtenaar. ,,Het blijven negeren van deze taak is onaanvaardbaar'', meent de Vlaamse Milieu-inspectie.