MASQAT - De Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld is niet enthousiast over de geplande hervormingen van de inlichtingendiensten. Haastige veranderingen kunnen de kwaliteit van de diensten aantasten. Dat heeft hij gisteren gezegd in het vliegtuig op weg naar Oman, tijdens een zevendaags bezoek aan bondgenoten in het Midden-Oosten.

Rumsfeld is het in principe eens met president George Bush over de aanstelling van een 'inlichtingentsaar' die toezicht moet houden op het werk van alle inlichtingendiensten. Bepaalde voorstellen over de invulling van die functie zijn bij Rumsfeld echter in het verkeerde keelgat geschoten.

Zo hebben critici uitgehaald naar zogenaamde 'stovepipes' (hoge hoed), de praktijk om geheime informatie van één agentschap verborgen te houden voor andere diensten. Het delen van die informatie kan leiden tot nieuwe theorieën waarmee terreuraanslagen voorkomen zouden kunnen worden. Maar Rumsfeld voert aan dat die stovepipes er zijn om een reden: veiligheid. Hoe meer mensen en diensten op de hoogte zijn van inlichtingen, des te sneller die gelekt dreigen te worden.

Rumsfeld richtte zijn pijlen op het 'groepsdenken', dat volgens sommigen geleid heeft tot de misleidende analyse dat Irak massavernietigingswapens bezat. Te veel analisten die samenwerken leidt tot minder diverse opinies en creativiteit, aldus Rumsfeld, die journalisten toesprak op het moment dat president Bush Porter Goss voordroeg als nieuwe directeur van de CIA.

Een hervorming van de inlichtingendiensten heeft veel impact op Rumsfelds ministerie. De meeste agentschappen werken voor het Pentagon, dat bovendien 80 procent beheert van het budget voor inlichtingendiensten, geschat op zo'n veertig miljard dollar per jaar.

Rumsfeld hield zich op de vlakte over een voorstel van de commissie die de aanslagen van 11 september 2001 onderzocht om geheime paramilitaire operaties van de CIA over te dragen aan het leger. Volgens Rumsfeld is het runnen van die operaties door de CIA niet een probleem dat verholpen dient te worden.