NEW YORK - De wervelstorn Charley die vorig weekend de Amerikaanse staat Florida teisterde, gaat verzekeraars ongeveer 7,4 miljard dollar kosten. Dat heeft het Insurance Institute, een overkoepelend orgaan van Amerikaanse verzekeringsmaatschappijen, vandaag bekendgemaakt.

De schade valt daarmee een stuk lager uit dan aanvankelijk was voorspeld. Voordat Charley Florida bereikte, werd op basis van computersimulaties uitgegaan van een schadebedrag van tussen de tien en veertien miljard dollar. Volgens een analist van het Insurance Institute komt dat doordat Charley minder huis hield in 'rijke' delen van Florida, waar veel kostbaar onroerend goed staat.

Toch is Charley de vierde duurste ramp uit de Amerikaanse geschiedenis. In de topdrie staan de aanslagen van 11 september 2001 (32,5 miljard dollar), de wervelstorm Andrew in 1992 (15,5 miljard) en de aardbeving in Northridge in 1994 (12,4 miljard).

Verzekeringsmaatschappijen kunnen bij orkanen terugvallen op het Hurricane Catastrophe Fund, een door de overheid in het leven geroepen herverzekeringsfonds dat verzekeringsmaatschappijen voor faillissement moet behoeden in geval van miljardenrampen als Charley. Het fonds werd gesticht nadat een groot aantal verzekeringsmaatschappijen in de financiële problemen kwam door de schade die Andrew veroorzaakte.