Verzekeraars voeren strijd op tegen fraude
Het is niet moeilijk te bewijzen dat een brand is aangestoken. Maar pas wanneer er een bewezen link is met de verzekerde, is er ook sprake van verzekeringsfraude. Foto: © WDK
Verzekeraars zijn veel te kwetsbaar voor oplichters. Dat is de harde conclusie van een studie in Nederland. Om de pakkans te vergroten kondigen de Nederlandse verzekeraars een uitgebreid actieplan aan, inclusief elektronische stemanalyse van telefonische oproepen. Wat een contrast met de discrete aanpak in België, waar vaak nog een taboesfeer hangt rond het onderwerp. Toch staat fraudebestrijding ook bij veel Belgische verzekeraars hoog op de agenda. Honderden verzekeringsexperts hebben inmiddels de licentie van privé-detective en de meeste grote maatschappijen installeerden elektronische knipperlichten om hun databanken systematisch te scannen op onregelmatigheden. Want de ervaring leert dat de oplichters steeds stoutmoediger worden. Nico Tanghe

DE privé-detective heeft een vaste, maar weinig benijdenswaardige plaats in de verbeelding van het grote publiek. Het cliché wil dat hij scherp afgelijnde gelaatstrekken heeft, trieste ogen en een verbeten trek om de mond. Hij houdt van een goed glas whisky, rookt goedkope, zelfgerolde sigaretten en doet zijn beste werk in een onopvallende regenjas.

Toch is het archetype van de eenzame speurder dringend aan vernieuwing toe. De privé-detective van vandaag zie je nog zelden 's avonds rondsnuffelen in vuilniszakken. En zelfs het schaduwen van verdachten is eerder uitzondering dan regel geworden.

Neen, de moderne speurder werkt nu voor een verzekeringsmaatschappij. Hij ruilde zijn schimmig bestaan in voor een dure laptop, een comfortabele bedrijfswagen en een degelijk bedrijfsrestaurant. Zijn voornaamste wapens zijn niet langer zijn notitieboekje en revolver, maar muisclicks en computerbestanden.

De cijfers liegen niet. De voorbije vijf jaar is het aantal privé-detectives in België verveelvoudigd tot 930, waarvan naar schatting 500 speurders in dienst werken van verzekeringsbedrijven. Die haasten zich om te benadrukken dat het meestal gaat om gewone verzekeringsexperts, die om beroepsredenen zowat verplicht zijn een bijkomende licentie van privé-detective te verwerven.

,,Zelfs voor het vaststellen van de verzekerde schade bij een auto in de garage, kan dit van nut zijn. Bijvoorbeeld om getuigen of derden te ondervragen. Iets wat gewone experts wettelijk niet mogen", verduidelijkt Pim Robyn, fraude-coördinator bij ING. Slechts een beperkte groep houdt zich uitsluitend bezig met het verzamelen van achtergrondinformatie, meestal in fraudedossiers waar grote bedragen mee gemoeid zijn.

Op de vraag waarom het aantal licenties pas vanaf 2001 is geëxplodeerd - de wet op privé-detectives dateert al van 1991 - komt er geen overtuigend antwoord. ,,Het duurde lang vooraleer er duidelijkheid was over de interpretatie van de wet op privé-detectives", klinkt het in koor.

Een mogelijk verband met de voorbije beurscrisis wordt ontkend. Toen de internetzeepbel op de beurs uiteenspatte en de sector in een crisis stortte, zouden een aantal verzekeraars nochtans fraudebestrijding hebben herontdekt uit financiële noodzaak.

Voor de beurscrisis in 2001 hadden veel maatschappijen er niet echt nood aan om extra middelen in te zetten tegen oplichting. Dankzij hun enorme aandelenportefeuilles boekten zij met de vingers in de neus recordwinsten. Dus waarom hun commercieel imago op het spel zetten in de jacht op fraudeurs?

Maar toen de beurskoersen in elkaar klapten, zagen verzekeraars zich verplicht om meer aandacht te besteden aan hun kernmetier: de verkoop en beheer van hun polissen. Ook fraudebestrijding werd belangrijker. Zelfs al doen sommige verzekeraars in België daar nodeloos geheimzinnig over, zo blijkt uit een rondvraag bij Fortis, AXA, ING Insurance, KBC en Ethias.

Zo weigerde Ethias op onze vragen te antwoorden. Andere verzekeraars werkten wel mee, zij het niet altijd met volle overgave. Ofwel bleven de antwoorden op een aantal vragen bewust vaag, zoals soms bij KBC, ofwel verschool de verzekeraar zich achter nietszeggende slogantaal. Zo hamerde Fortis er tijdens een telefoongesprek meermaals op dat ,,bij Fortis, we er in principe vanuit gaan dat de verzekerde te goeder trouw is".

Fortis stelde de laatste jaren ook ,,geen significante stijging" vast van het aantal fraudegevallen. Maar dat betekent niet dat er geen probleem is. Zeker als je de resultaten bekijkt van de recente sectorstudie in Nederland ( zie kader ). Het onderzoek toont opnieuw aan dat verzekeraars erg kwetsbaar zijn voor oplichting. En dat een betere fraudebestrijding geen overbodige luxe is.

Bij Axa en ING hebben de fraude-coördinatoren minder moeite om dat toe te geven. En ook KBC erkent dat er de voorbije jaren duidelijk meer is geïnvesteerd in fraudebestrijding. Niet zozeer in extra mensen, wel in tijd en middelen om de fraude efficiënter op te sporen.

,,Je moet wel. Vergelijk het met een hacker op internet. Die zoekt ook de zwakste schakel'', zegt Peter van Roy, fraude-coördinator bij AXA.

Toch benadrukt ook hij dat slechts een minderheid fraude pleegt. Bovendien is omzichtigheid geboden. Een klant ten onrechte beschuldigen van verzekeringsfraude is dodelijk voor het commercieel imago. En fraudebestrijding kost geld. Dus moeten de geïnvesteerde middelen in verhouding staan tot de vangst. En dat verklaart meteen ook de terughoudendheid van veel verzekeraars.

Daar staat tegenover dat fraude de premies voor de grote groep eerlijke klanten de hoogte in jaagt. Volgens een oude schatting van de beroepsvereniging Assuralia betaalt elk verzekerd gezin tussen de 60 en 120 euro per jaar voor onrechtmatige schadeclaims, wat meer is dan de jaarpremie van een familiale verzekering.

En hoewel bovenstaande premievork alles behalve wetenschappelijk is onderbouwd - over fraude bestaan per definitie geen harde cijfers - stemt dit tot nadenken.

Verzekeraars zoals ING, AXA en KBC hebben dan ook doelbewust geïnvesteerd in een betere fraudedetectie. Enerzijds via opleiding, anderzijds via het inbouwen van elektronische knipperlichten in hun computersystemen. Een trend die komt overgewaaid van de VS.

Het systeem treedt in werking wanneer een verzekerde een schadeaangifte indient. Op dat moment speurt de computer automatisch naar knipperlichten. Heeft de klant bijvoorbeeld een schadeverleden, werd de verzekering recent aangesloten of zijn er andere verdachte omstandigheden ?

Zo zal een omniumverzekering voor een autowrak van 12 jaar een belletje doen rinkelen. Het is een typevoorbeeld van een dossier dat zal opzij gelegd worden voor nader onderzoek.

De verzekeraars benadrukken wel dat de elektronische knipperlichten voldoende scherp afgesteld moeten staan. ,,Vergelijk het schadebeheer met een lopende band, die je niet om de haverklap mag stilleggen", verduidelijkt Pim Robyn van ING.

De ontwikkeling van een centraal schadebestand zoals in Nederland, zou de verzekeraars daarbij kunnen helpen. Maar dat botst op weerstand van maatschappijen die vrezen dat hun data zullen misbruikt worden voor commerciële prospectie. Voorlopig blijft de uitwisseling van gegevens dan ook beperkt tot de fraudecommissie van Assuralia, die al anderhalf jaar werkt aan een geactualiseerde lijst van elektronische knipperlichten.

In Nederland is men al twee stappen verder. Daar roept de beroepsvereniging haar leden op tot het inzetten van een extra hulpmiddel: elektronische stemanalyse. Dat is een soort telefonische leugendetector. Ingewikkelde elektronische apparatuur meet de trillingen in de stem bij schadeaangiften door de telefoon. Bij twijfel over de eerlijkheid van de verklaring, wordt het dossier apart gelegd.

In België twijfelt men aan de betrouwbaarheid van dit staaltje spitstechnologie. Geen enkele van de ondervraagde verzekeraars gebruikt het en slechts één coördinator had al eens een demonstratie gezien. Niet toevallig in Groot-Brittannië, waar stemanalyse wel op grote schaal wordt ingezet.

De Belgische fraude-coördinatoren wijzen erop dat niet de detectie van verdachte dossiers het grote probleem is. Wel het vergaren van voldoende bewijsmateriaal. Bewijzen dat een brand aangestoken is, bijvoorbeeld, is vaak kinderspel. Pas wanneer de maatschappij kan bewijzen dat de verzekerde de brand zelf aanstak of daartoe opdracht gaf, is er sprake van verzekeringsfraude.

Vandaar het belang van de expert/privé-detective, die het nodige bewijsmateriaal moet verzamelen. ,,Want de fraudeur wordt stoutmoediger en is steeds beter ingelicht", stelt Pim Robyn van ING.

Voor een fraudeur die tegen de lamp loopt, zijn de sancties nochtans niet min. De fraudeur moeten niet alleen de kosten betalen, de verzekeraar zegt ook de lopende contracten op en geeft zijn naam door aan Datassur, de beheerder van de zwarte lijst.

Als een expert/privé-detective in het kader van een opdracht strafbare feiten ontdekt, is hij bovendien verplicht dat te melden aan het parket. De fraudeur riskeert dan vervolging en een strafblad.

Bij het parket worden die dossiers wel al te vaak verticaal geklasseerd. ,,Jammer genoeg stellen we vast dat de meeste parketten andere prioriteiten hebben."