Verzekeraars doen veel te weinig om het oplichters lastig te maken. Dat is de conclusie van een recente studie in Nederland, de enige markt op het Europese continent waar er vrijuit over verzekeringsfraude wordt gecommuniceerd.

Volgens het onderzoek, een initiatief van het Verbond van Nederlandse Verzekeraars, frauderen veel meer consumenten dan oorspronkelijk gedacht. Vooral met reis- en aansprakelijkheidsverzekeringen kan makkelijk gesjoemeld worden. Naar verluidt loopt in dat segment slechts een op de twintig oplichters tegen de lamp.

De kans op ontdekking is weliswaar groter, maar het blijkt uitermate moeilijk om de verzekeringsfraude nadien ook te bewijzen.

De consument zelf blijkt zich daar goed van bewust. Twee op de drie verzekerden schatten de pakkans erg laag in. Bovendien roept verzekeringsfraude bij het gros van de consumenten erg weinig schaamtegevoel op.

De consumenten tillen zelfs zwaarder aan een winkeldiefstal of zwartrijden op bus en trein, dan aan het oplichten van de verzekeraar. Enkel het oplichten van de fiscus staat nog lager op het lijstje van slecht gedrag.

De klanten hebben ook weinig vertrouwen in de verzekeraars. Ruim de helft van de consumenten denkt dat verzekeraars fraudecijfers gebruiken als excuus om de premies hoog te houden. En bijna een op de drie zegt zeker te weten dat er verzekeraars bestaan die schadeclaims standaard afwijzen.

Tegelijk vindt de overgrote meerderheid van de consumenten dat verzekeringsfraude harder moet worden aangepakt.