VROUWEN met macht in de topsport. Ze zijn zo zeldzaam als een voetballer met de conditie van een coureur.''

Het was een krachtige openingszin die Kathleen Van Bremt, minister van Gelijke Kansen, vorige woensdag in Oudenaarde uitsprak bij de voorstelling van de Vlaanderen-vrouwenploeg. Alle sprekers waren het er opnieuw roerend over eens: er wordt de competitief fietsende vrouw ontiegelijk veel onrecht aangedaan. En ja, daar moest eindelijk eens komaf mee worden gemaakt.

De twaalf leden van het Vlaanderen - Capri Sonne - T-Interim-team werken tegen het minimumbarema onder een gesco-statuut. Het budget van de ploeg bedraagt 450.000 euro. Dat is peanuts vergeleken met de eerste de beste professionele mannenwielerploeg.

Bij gebrek aan middelen wordt de Primavera Rosa (Milaan-Sanremo voor vrouwen) dit jaar niet georganiseerd. De organisatoren van de Ronde van Vlaanderen voor vrouwen zitten budgettair krap.

Gisteren werd de eerste Omloop Het Volk voor vrouwen gereden. U wist van niets?

De vaststelling dat wielersport voor vrouwen in ons land niet van de grond komt, wordt al tientallen jaren gemaakt. Hoe komt dit?

Voor een aantal mannen is de verklaring eenvoudig: vrouwen zijn niet gemaakt op het op een fiets tegen elkaar op te nemen, net zoals ze op een voetbalveld niet uit de voeten kunnen. Bij viriele coryfeeën als een Johan Museeuw ontlokt het vrouwenwielrennen alleen maar een geeuw. Sporend met het totaalbeeld dat deze heren van een vrouw hebben, is deze laatste in de eerste plaats geschikt om te excelleren in gracieuze disciplines zoals ijsdansen of tennis. Deze zelfde heren vinden Kevin Van der Perren wellicht ook maar een jeannet .

Ook de populaire media vinden vrouwenwielrennen maar niks. Zij wachten op een vrouwelijke Tom Boonen, die niet alleen de vrouwenwielersport maar ook hun kijk- en verkoopcijfers doet opschieten. Dit fietsende witte merelvrouwtje moet internationaal de top bereiken, goed van de tongriem zijn gesneden en er bij voorkeur ook nog een beetje sexy uitzien, cfr. de Nederlandse wielervedette Leontien Van Moorsel.

Decennialang stelde het vrouwentennis in ons land niets voor. Dan verschenen plots Kim Clijsters en Justine Henin aan het firmament. Kranten waren te klein, tv-programma's werden onderbroken. De vrouwenwielersport moet alleen wachten op een dergelijke Redster en Verlosster.

Deze opstelling getuigt van naïviteit en leidt tot passiviteit. Het verleent de sportverantwoordelijken het excuus dat alles staat of valt met de toevallige aanvoer van talent. Talent moet echter ook ontdekt worden en kansen krijgen. Clijsters is de exponent van een jarenlang doorgevoerd tennisbeleid van de Vlaamse Tennisvereniging. Er werd in het tennis een brede rekruterings- en opleidingsbasis gecreëerd waaruit op termijn, haast volgens de wetten van de statistiek, ooit wel eens een vedette moest opstaan.

Boonen, Nuyens, Gilbert, Steegmans, Van Summeren zijn niet de toevallige vertegenwoordigers van een supergetalenteerde wielergeneratie. Ze zijn de producten van een jeugdwerking en structurele aanpak die eind jaren negentig werd ingevoerd.

In het Belgische vrouwenwielrennen bestaat die structuur niet. Die structuur bestaat niet omdat de vooroordelen en clichés over vrouwen op een racefiets legio zijn. Het wordt tijd dat ook dit emancipatiegat wordt dichtgereden.