HET is weer Batibouw en een aantal banken bestoken hun potentiële klanten dan traditioneel met scherpe tarieven.

Het is daarom ook het moment om even stil te staan bij de woonlening.

De keuze tussen de verschillende vormen van een woonlening houdt onder meer in dat er gekozen moet worden tussen een vast of variabel krediet. Ook de looptijd van de lening is een element in de beslissing. Het aanbod van de banken is sterk uitgebreid en kredieten tot zelfs 40 jaar zijn een mogelijkheid. Hierdoor wordt het mogelijk om grotere bedragen te lenen.

In de kredieten met variabele rente zijn er eveneens een aantal nieuwigheden. Zo is het mogelijk te kiezen voor een variabele rentevoet, zonder het risico dat de afbetaling bij een stijgende rente te zwaar zal worden. De rentestijging uit zich immers een verlenging van de looptijd van het krediet, eerder dan een verhoging van de afbetaling.

Momenteel lenen veel mensen met vaste rentevoet. Dat is gezien de huidige rentestand aantrekkelijk. De spreiding tussen een jaarlijks variabele rente en een vaste rente is immers erg klein

Neem bijvoorbeeld een lening van 100.000 euro op 20 jaar. Je zoekt een financiering en twijfelt tussen een vaste of variabele rentevoet. Een lening met quotiteit (het percentage van de woningwaarde dat je leent) van 80 procent kan je, indien je kiest voor een jaarlijks aanpasbare rente, momenteel bijvoorbeeld afsluiten voor 3,41 procent. Laten we er ter vereenvoudiging van uitgaan dat dit percentage maximaal kan stijgen tot 6,41 procent. Leen je met een rente die 20 jaar vast blijft, dan bedraagt de interestvoet 4,31 procent.

We gaan uit van een terugbetalingsformule met vaste jaarlijkse bedragen (annuïteiten). Met onze formule met variabele rentevoet, betalen we in het slechtste geval, dus bij maximale stijging van de rente in het totaal 64.107 euro interesten. Met de vaste rente over de hele looptijd, betalen we in totaal 51.231 euro interesten terug.

Neem nu aan dat we niet verwachten dat de rente in de toekomstige periode erg zal gaan stijgen, en gaan we bijvoorbeeld uit van een behoud van de initiële rente van 3,41 procent, dan hebben we op het einde van de rit slechts 39.579 euro aan interesten betaald. De keuze van de rentevaste periode hangt dus af van uw verwachtingen omtrent de ontwikkeling van de rente.

In vele gevallen zal het vandaag de dag echter interessant zijn om een vaste rente te kiezen. Je koopt immers zekerheid voor 20 jaar voor een risicopremie van 0,9 procentpunt.

Let wel : je kan deze conclusie niet algemeen toepassen. Voor elk specifiek dossier op zich loont het de moeite even stil te staan en te berekenen welke formule de meest aantrekkelijke is. Ook de methode van terugbetalen zal daarbij een belangrijk element zijn.

Je moet je hierbij ook de vraag stellen naar de kost van het alternatief. Kiezen voor externe financiering houdt in dat je eigen gelden vrij blijven om te beleggen. Het is met andere woorden ook van belang te weten welke return je op deze middelen kan halen, om zo globaal een beslissing te kunnen nemen.

Jo Stremersch is vennoot bij Stremersch, Van Broekhoven & Partners, Financiële Planners