Economie groeit sneller dan Nationale Bank verwacht had
Voorzitter Guy Quaden van de Nationale Bank ziet voor 2005 een budgettaire inspanning nodig van 2,5 miljard euro. Foto: © Photo News
BRUSSEL - De groei van de Belgische economie kan dit jaar hoger uitvallen dan de 2,3 procent die de Nationale Bank in juni verwachtte, zegt gouverneur Guy Quaden in een gesprek met De Standaard. Aangezien volgend jaar normalerwijs een verdere groeiversnelling zal optreden, zou een structureel tekort op de begroting 2005 onaanvaardbaar zijn. Er zal een budgettaire inspanning van ongeveer 2,5 miljard euro nodig zijn.

DE conjunctuuropleving is in het tweede kwartaal van dit jaar beginnen te versnellen: het Belgisch bruto binnenlands product viel 0,8 procent hoger uit dan in het eerste kwartaal. Tegenover een jaar voordien bedroeg de groei 2,7 procent.

In juni bedroeg de prognose van de Nationale Bank voor 2004 als geheel 2,3 procent en voor volgend jaar 2,6 procent. ,,Als we onze ramingen vandaag zouden overdoen, denk ik dat we een kleine aanpassing à la hausse zouden doorvoeren, althans voor dit jaar,'' zegt Quaden. ,,Er zijn veel redenen om optimistisch te zijn voor volgend jaar, maar we moeten ook voorzichtig zijn. De Europese economieën hangen immers sterk af van wat in de rest van de wereld, in het bijzonder in de Verenigde Staten en China, zal gebeuren.''

Zoals in het verleden wel vaker het geval was, presteert de Belgische economie tijdens het begin van de opleving beter dan het Europese gemiddelde. Dat komt omdat de impulsen vooral van de buitenlandse vraag komen en België in verhouding tot de omvang van zijn economie veel exporteert. Maar ook het particuliere verbruik blijkt sneller te stijgen dan gemiddeld in Europa. Misschien, oppert Quaden, heeft de fiscale hervorming bij ons gunstiger effecten dan in Duitsland, waar ze samengaat met een ontsporing van de overheidsfinanciën en de bevolking dus uit voorzorg meer spaart.

De sterke stijging van de ruwe-olieprijs kon de groeiversnelling niet tegenhouden, net zo min als de dure euro dat kon. De prijsstijging is procentueel veel geringer dan in de jaren zeventig, en het belang van olie in onze economieën is sindsdien sterk afgenomen.

De gouverneur ziet geen enkele geldige reden waarom België in 2005, na twee conjunctureel goede jaren, nog een structureel tekort op zijn overheidsfinanciën zou hebben - zonder operaties met eenmalige opbrengst. Van de vereiste budgettaire besparing ter waarde van 1 procent van het bbp zei minister van Begroting Van de Lanotte in de zomer al de helft te hebben gevonden.

Sommige landen van het eurogebied kunnen dromen van een vergroting van hun budgettaire bewegingsruimte als het Groei- en Stabiliteitspact zou worden hervormd, maar niemand stelt voor het pact te versoepelen voor landen met een zeer grote overheidsschuld, zoals België, waarschuwt Quaden.

Wat de arbeidsmarkt betreft, sluit Quaden niet uit dat een verlenging van de werkweek bij gelijkblijvend loon in sommige individuele gevallen de problemen van bedrijven kan verlichten, maar een algemene oplossing ziet hij er zeker niet in. Om morgen, met de vergrijzing, de economische groei te kunnen garanderen en de sociale uitkeringen te kunnen betalen, is de fundamentele opgave meer mensen te overtuigen tot de arbeidsmarkt toe te treden of er langer te blijven, en dat bereikt men niet door hen te vragen langer te werken voor hetzelfde loon.

De concurrentiekracht van de ondernemingen moet in de eerste plaats worden gevrijwaard door loonmatiging. In de afgelopen jaren werd de wet op de concurrentiekracht, die de evolutie van de loonkosten in Nederland, Duitsland en Frankrijk meet, grosso modo gerespecteerd.

Ten tweede vergt het behoud van de concurrentiekracht een verder stijgende productiviteit. Veel landen, waaronder de Verenigde Staten, hebben lagere loonkosten en een langere arbeidsduur dan wij. België heeft zich tot dusver gered dankzij zijn hoge productiviteit per gewerkt uur, maar Quaden meent te weten dat onze voorsprong op dat vlak is afgenomen, in het bijzonder tegenover de VS. We investeren minder in informatie- en communicatietechnologieën en in vorming van de werknemers. Er zal dus meer moeten worden geïnvesteerd en beter worden opgeleid.

Een derde mogelijke manier om de concurrentiekracht te vrijwaren, is de sociale zekerheid deels via alternatieve weg te financieren. De sociale-zekerheidsuitgaven zijn gestegen en de ontvangsten zijn gedaald, wat niet kan blijven voortduren. De groei van de uitgaven moet bijgevolg worden afgeremd, en als men de huidige bijdragen nog verder wil verminderen, moeten er nieuwe financieringsbronnen worden gevonden.

Vraag is welke bron zwaarder moet worden belast: kapitaal (via de Algemene Sociale Bijdrage) of verbruik (via de indirecte belastingen of de energie). In elk geval moet volgens Quaden worden vermeden dat de loonkosten via compensatie- of indexeringsmechanismen toch weer worden verzwaard.