BEIROET - De Opec-landen moeten de volgende maanden zoveel mogelijk ruwe olie bovenhalen. Deze uitspraak van de minister van Energie van Qatar zegt alles over de stemming binnen de groep oliestaten die samen goed zijn voor bijna 80 procent van de bewezen oliereserves en 38 procent van de olieproductie. Vandaag vergadert de Opec in de Libanese hoofdstad Beiroet.

Na Saudi-Arabië lieten gisteren ook de Verenigde Arabische Emiraten weten dat ze de beslissing van de Opec over een productieverhoging niet afwachten om de eigen productie al gevoelig te verhogen. De Verenigde Arabische Emiraten gaan 400.000 vaten extra per dag bovenhalen. Eerder kondigden de Saudi's al aan dat ze er 700.000 vaten bijdoen. De minister van Energie van Qatar, Abdullah bin Hamad am Attiyah, voegde er gisteren nog aan toe dat de Opec dicht bij een unanieme beslissing staat om de olieproductie met 2,5 miljoen vaten per dag te verhogen tot 26 miljoen vaten. Dat is een stijging met 11 procent. Daarmee zitten alle Opec-staten dicht tegen hun maximale productiemogelijkheden. Volgens de Indonesische voorzitter Purnomo Yusgiantoro is 12 procent meer olie het maximum.

Maar het ziet er naar uit dat een beslissing om 11 procent meer olie te produceren neerkomt op een vrijgeleide om zoveel mogelijk olie op te pompen. De meeste Opec-leden zitten trouwens nu al aan hun productieplafond.

De Algerijnse minister van Energie ging gisteren nog een stap verder. Hij is van mening dat de Opec vandaag geen productiequota meer moet opleggen aan de olieproducenten.

,,Het is de enige manier om nog een impact te hebben op de oliemarkten'', verklaarde hij. De schrapping van de quota zou voor Saudi-Arabië het licht op groen zetten om zoveel mogelijk olie boven te halen. De Algerijnse minister van Energie hoopt dat zo'n beslissing een ,,psychologische impact zal hebben op de prijzen''.