BRUSSEL - Schoonmaakbedrijven die klanten laten betalen met dienstencheques mogen bovenop de vastgelegde uurprijs van 6,2 euro bijkomende kosten aanrekenen. Zo kunnen ze het verschil goedmaken tussen het uurloon van hun personeel enerzijds, en de prijs die de gebruiker betaalt en de overheidssubsidie anderzijds.

Het gaat volgens de federale minister van Werk, Frank Vandenbroucke, in geen geval om een veralgemeende prijsverhoging, zoals Het Laatste Nieuws schreef. Slechts enkele bedrijven rekenen extra kosten aan bovenop de dienstencheque. Die politiek dreigt hen, volgens het kabinet-Vandenbroucke, ,,uit de markt te prijzen'' die voor bijna de helft door uitzendkantoren wordt ingenomen.

Het kabinet van de SP.A-minister kreeg gisteren een aanval te verwerken van de christelijke vakbond ACV op het verschil in arbeidsvoorwaarden tussen twee soorten werknemers in het systeem van de dienstencheques. Er is een groep werknemers die na verloop van tijd minstens een halftijdse job moet aangeboden krijgen, bovenop hun sociale uitkering; voor een tweede groep geldt die regel niet en kunnen kleinere arbeidscontracten blijven doorlopen. Het ACV wil die discriminatie aanklagen bij het Arbitragehof. Die procedure heeft geen opschortend karakter.

Volgens Vandenbroucke is het verschil in statuut gerechtvaardigd omdat de tweede groep vaak uit vroegere zwartwerkers bestaat die slechts enkele uren per week officieel willen bijklussen.

(jir)