LEVENSVERZEKERINGEN met gegarandeerd rendement (Tak 21) deden het het afgelopen jaar duidelijk minder goed. En dan hebben we het niet over het aantal contracten of over de bedragen die erin gestort werden. Neen, het zijn de rendementen die niet al te denderend waren.

De ,,First'' van Ethias - allicht de bekendste op de markt - dook van 4,75 procent in 2004 naar 4,1 procent het afgelopen jaar. Nagenoeg netto, want de extreem lage kosten zijn het handelsmerk van de First. De rendementsduik komt niet echt als een verrassing, want de First was afgelopen jaar opvallend minder aanwezig in het straatbeeld, en dat is nooit een goed teken.

Afer is voor velen dan weer een nobele onbekende. De Europese peetvader van de beleggingsverzekering stuit de jongste jaren op zware concurrentie. Afgelopen jaar haalde Afer een rendement van 4,41 procent, na aftrek van de beheerskosten.

Terug naar eigen land, naar ,,Invest for Life'' van AGF. Met een rendement van 5,25 procent deed de verzekeraar uit de Allianz Group een jaar geleden al beter dan zijn concurrenten. Nu haalt Invest for Life 5 procent, een rendement waar de concurrenten in 2004 al tevreden mee waren.

AGF bereikt dat resultaat door maar 80 procent van de premies te beleggen in obligaties en de rest in aandelen. En die deden het de voorbije twee jaren weer erg goed.

En dan is er ook nog Axa. Zowel de ,,Crest 10'' als de ,,Crest 30'' presteerden beter dan het jaar voordien, met respectievelijk 4,15 en 5,5 procent. Merkwaardig? Niet echt, want het getal achter de benaming slaat op het percentage aandelen in de portefeuille. En alleen Crest 10 biedt een gegarandeerd minimumrendement. Sinds december bedraagt dat 2,75 procent.

Tegenover wat meer risico staat ook hier een hoger rendement. Midden dit jaar kwam er ook een Crest 40 op de markt. Dat verzekeringsproduct deed het dankzij de puike beursprestaties uiteraard nog beter. Op jaarbasis kwam het rendement uit op 6,05 procent.

Zijn we daarmee tevreden, of niet? Dat de rendementen zakken, lijkt ons onvermijdelijk in een markt waar de rente tot voor kort systematisch daalde. Elke obligatielening die op eindvervaldag komt, moeten de verzekeraars vervangen door papier met een lagere coupon.

Meer wat is het alternatief? Een Tak 21 rendeert nog altijd een stuk beter dan het spaarboekje, om van termijnrekeningen en kasbons maar te zwijgen. Tak 23 is een alternatief, maar het rendement van dat neefje uit dezelfde sector is afhankelijk van de prestaties van de beurs. Een kwestie van beleggersprofiel dus.

Luc Coppens is redacteur bij ,,De Standaard''.