Brazilië klimt met rasse schreden omhoog op de ranglijst van favoriete landen voor Belgische ondernemers. De toegangspoort tot Latijns-Amerika scoort beter dan India of China.

V OOR alle duidelijkheid: de cijfers over internationaal ondernemen uit de studie van Stefan Stremersch en Bruno Tindemans, van de Flanders Business School in Antwerpen, slaan op de dochterbedrijven die Belgische ondernemingen (met meer dan 200 werknemers) in het buitenland hebben opgericht of overgenomen.

,,Het gaat dus niet over investeringen in bestaande buitenlandse activiteiten en nog veel minder over uitbesteding van activiteiten aan derden, aan andere buitenlandse bedrijven of partners. Dat is outsourcing . Hier gaat het om offshoring , het internationaal verplaatsen of herschikken van activiteiten, maar onder eigen beheer. En om totaal nieuwe activiteiten.''

De belangrijkste resultaten in vogelvlucht:

Afstand : In 1994 bedroeg de gemiddelde afstand tussen het Belgische moederbedrijf en de nieuw opgerichte buitenlandse dochter net geen 2.000 km. Tien jaar later is die afstand opgelopen tot gemiddeld net geen 2.500 km. ,,Die grotere afstand toont aan dat het ondernemen vlak over de grens, bij de buren - zeg maar in Rijsel, Aken of Eindhoven - meer en meer wordt verlaten voor activiteiten verderaf.''

Concentratie : Of de mate waarin de buitenlandse activiteit van de Belgische bedrijven verspreid is over een beperkt aantal of juist veel verschillende landen. In 1994 ging het om een score van 0,74, maar die is sindsdien gedaald tot 0,64. ,,Onze bedrijven gaan in een steeds grotere kring van landen ondernemen.''

Buren : Het aandeel van de buurlanden in de ondernemingsbarometer is gedaald van 49 % in 1994 tot 39 % in 2003 (zie grafiek). Frankrijk blijft met voorsprong het belangrijkste land voor Belgische bedrijven om met een nieuwe dochter te starten. Het aantal Franse dochters neemt nog toe, in absolute cijfers, maar het aandeel ervan in de totaliteit neemt gevoelig af. Die daling in marktaandeel geldt ook voor Duitsland. In Nederland gaat het zelfs om een daling van het absolute aantal. De Verenigde Staten zijn iets minder belangrijk geworden, maar nog net goed voor de top-vijf, na het Verenigd Koninkrijk. Andere Europese landen als Italië, Spanje en Luxemburg vullen de top-tien.

Nieuwe buren: Ook bij de nieuwe buren in de Europese lidstaten van Centraal-Europa zijn de Belgische ondernemers actief, maar om grote aantallen gaat het niet. Er is zelfs sprake van een lichte daling: van ongeveer 7 procent tien jaar geleden tot 5 à 6 procent nu. Tien jaar geleden stonden Tsjechië en Polen in de top tien. Nu is dat alleen nog Polen, met 98 nieuwe dochterbedrijven in vier jaar tijd. ,,Het verhaal dat alle Belgische bedrijven naar het oosten trekken, gaat dus niet op. Buiten Polen en Tsjechië doen alleen Slovakije en Hongarije het redelijk. In de andere landen zijn we nauwelijks of niet aanwezig.''

BRIC : De rush van de Belgen naar de vier grote groeilanden (Brazilië, Rusland, India en China, of BRIC) is zondermeer opmerkelijk. In Brazilië is er een stijging van 45 naar 109 dochterbedrijven, telkens over een periode van vijf jaar. Dat is meer dan een verdubbeling. Dat geldt ook voor China, van 33 naar 72 Belgische dochters, en voor Rusland, van 16 naar 49 dochterbedrijven. Niet voor India. Dat land blijft achterop met een aandeel van slechts 0,3 %, of amper dertien Belgische bedrijven.

Volgens Tindemans en Stremersch zien de Belgische ondernemers Brazilië ,,vooral als toegangspoort tot de commerciële markt van Latijns-Amerika, veel meer dan als goedkoop productieland met lage lonen''.