DE Nikkei-index zakte gisteren met 1,4%, terwijl de Amerikaanse indexen de beursdag in het groen startten. Beide aandelenmarkten werden gisteren gedreven door monetaire verwachtingen, maar dan van een compleet tegenovergestelde richting.

In Japan kondigde de Japanse centrale bank vorig week aan dat ze het verstrekken van goedkoop geld zal verminderen. Dat is het officiële begin van het monetair strakker aanhalen van de teugels. De beleggers op de Japanse beurzen lijken bloednerveus. De Bank van Japan trachtte de gemoederen te bedaren en stelde dat een verhoging van de rente zeker nog niet voor meteen is. Maar dat blijkt niet te helpen: de geest is uit de fles.

Dat de Amerikaanse beurzen tegelijk vierjarige hoogtepunten neerzetten, heeft te maken met een toenemend geloof dat een monetaire versoepeling naderbij komt. De algemene verwachting is dat de rente nog enkele keren verhoogd zal worden, maar dat zouden dan de laatste stappen zijn in de verkrapping. De beurzen kijken vooruit: met elke stap hoger komt de neerwaartse loop van de cyclus nabij.

Enkele weken terug won in de Verenigde Staten het idee nog veld dat de economische groei de rente toch nog een stuk hoger zou sturen. Maar de nieuwe gunstige inflatiecijfers over februari deden het kamp dat vreest voor een hogere rente, weer fors uitdunnen.

Europa zit qua monetaire evolutie meer in het Japanse kamp. En met een divergerende rente in het vooruitzicht toonde dollar zich gisteren nog eens van zijn zwakste kant.

Ondertussen loopt het resultatenseizoen op zijn laatste benen, zodat de evolutie van de rente de belangrijkste drijfveer wordt voor de beurzen. Is het daarom dat sommigen analisten zo stilaan Amerikaanse aandelen kansrijker achten dan Europese?