BRUSSEL - Windkracht10. Onder die titel stellen de SPA'ers Caroline Gennez en Bart Martens tien maatregelen voor om de productie van groene stroom uit wind te vertienvoudigen tegen het einde van de regeerperiode. ,,Want als we de uitstap uit de kernenergie in 2010 willen honoreren, moeten we dringend op zoek naar alternatieven'', zegt Gennez.

GENNEZ en Martens kiezen voor windenergie omdat dat de hernieuwbare energiebron is die op korte termijn het meeste energie kan leveren. Vandaag produceren windmolens al genoeg stroom voor 115.000 huishoudens, in 2010 moeten dat er volgens Gennez 2 miljoen zijn.

Enkele maatregelen vallen onder de bevoegdheid van de federale regering. Het gaat dan onder meer over de bebakeningseisen voor windmolens, om ze zichtbaar te maken voor het luchtverkeer. Die moeten afgezwakt worden, vinden Gennez en Martens. In ons land moeten de windmolens flitslichten en een rode schildering op de mast en wieken hebben. In onze buurlanden is een van beide maatregelen voldoende.

Verder moet de minimumprijs voor groene stroom ook contractueel vastgelegd worden bij nieuwe projecten en moeten de evenwichtskosten herbekeken worden. Dat zijn kosten die Electrabel aanrekent als de producent van windenergie de beloofde productie niet haalt. Martens vraagt dat de marge van 10 procent afwijking op de beloofde productie verhoogd wordt tot 50 of zelfs 100 procent.

Gennez en Martens vragen ook dat de federale regering de belofte van de ministerraad van Gembloux uitvoert. Daar werd onder meer beslist dat Elia, de netwerkbeheerder van het Belgische hoogspanningsnet, 25 miljoen euro zou betalen om het windmolenpark voor de Belgische kust met het elektriciteitsnet op het vasteland te verbinden.

Ook van de Vlaamse regering vragen beide socialisten inspanningen: het gaat dan over een versoepeling van de voorwaarden voor de inplanting van turbines, bijvoorbeeld de afstand van de turbine tot woningen of natuurgebieden.

Nog van de Vlaamse regering vragen Gennez en Martens een contractueel gegarandeerde minimumprijs. Vlaanderen moet ook meer investeren in onderzoek en ontwikkeling. We lopen op dat gebied erg achterop in vergelijking met onze buurlanden.

De gemeentebesturen ten slotte moeten ertoe aangezet worden om hernieuwbare energie op hun grondgebied te stimuleren. Ze hebben immers een belangrijke voorbeeldfunctie, zegt Martens. Ze kunnen bijvoorbeeld geschikte locaties zoeken voor windmolens.

In het algemeen moeten de overheden een groter draagvlak voor windenergie creëren.