,,Recessiescenario's overdreven''
De analisten van KBC en ING verwachten de komende maanden een daling van de olieprijs. Foto: © An Nelissen
BRUSSEL - De wereldeconomie kent de jongste maanden een dip, maar dat volstaat niet om te gewagen van de voorbode van een recessie, vinden de analisten van KBC Asset Management en ING België. Allebei zien ze voldoende redenen om de aandelenmarkten de rug niet toe te keren.

EDWIN De Boeck heeft het over een ,,lagere versnelling'' van de wereldeconomie, Peter Vanden Houte bestempelt het als een ,, mid-cycle blues ''. Maar de hoofdeconomisten van KBC Asset Management en ING Investment Management zien daarin nog geen reden om het hoofd te laten hangen. ,,Ook in het verleden hebben we tussentijdse schommelingen gekend in de conjunctuurcyclus, die typisch 8 à 10 jaar duurt'', zegt de laatste. ,,De huidige vertraging beschouw ik als een correctie in zo'n opwaartse cyclus. Ik verwacht dat ze rond de zomermaanden voorbij zal zijn.''

De redenen voor het gematigde optimisme van beide economisten lopen vrijwel gelijk. Allebei verwachten ze de komende maanden een daling van de olieprijs , ,,richting 45 dollar'', in reactie op een forse stijging van de olievoorraden en een afkoeling van de olievraag in landen als China.

In de tweede jaarhelft zou de economie ook het gunstige effect moeten voelen van de forse daling van de langetermijnrente , hoewel die rente zelf toch wel op een bodem lijkt te zitten. Het ,,mysterie'' van de lage langetermijnrente wordt volgens de analisten deels verklaard door de sterke vraag naar langlopende beleggingen bij institutionele beleggers zoals verzekeraars, en anderzijds door de marktverwachting in Europa dat de Europese Centrale Bank (ECB) nog een renteverlaging in petto heeft. Maar Vanden Houte en De Boeck geloven daar niet in. Zij gaan uit van een stabiele kortetermijnrente in Europa, en nog een beperkte renteverhoging in de VS, met hooguit 75 basispunten.

Vergeet trouwens niet, zegt Vanden Houte, dat een langetermijnrente van 3,5 à 4% in historisch perspectief een perfect normaal gemiddelde is, zeker in periodes van lage inflatie zoals vandaag. Heel sterke stijgingen van die rente verwacht hij dus niet.

Edwin De Boeck wijst ook op de toenemende rol van de ontluikende markten, vooral dan in Zuidoost-Azië, als motor van de wereldeconomie. De slappe economie in Europa mag daarnaast niet doen vergeten dat de groei in de VS behoorlijk blijft - beide analisten gaan voor dit jaar uit van 3,4%, tegen amper 1,2 à 1,4% in de eurozone. De Amerikaanse arbeidsmarkt, die de belangrijkste impuls moet leveren aan de economische groei, blijft nieuwe jobs genereren, zij het minder dan enkele maanden geleden. Ook in Europa gaat het qua werkgelegenheid overigens wat beter. En in de hele geïndustrialiseerde wereld beschikt het bedrijfsleven over stevige cashvoorraden en een gezonde financiële structuur.

Een factor die in Europa nog wat soelaas kan brengen, is de recente depreciatie van de euro , die de concurrentiekracht van de Europese bedrijven ten goede komt. De Boeck wijst erop dat het oude continent tijdens de jongste jaren van economisch herstel gehinderd werd door een duurdere munt, terwijl dat in vroegere cycli (1998-2001 en 1992-1995) niet zo was. Vanden Houte verwacht evenwel niet dat de huidige dollarhausse nog lang te gaan heeft. ,,Tegen eind dit jaar zie ik de euro terug naar 1,25 dollar gaan (tegenover 1,2 vandaag)'', zegt hij.

In China valt vooral op dat de lokale consumptie de rol aan het overnemen is van de investeringen als economische motor. Dat is goed nieuws voor westerse bedrijven die daar produceren, maar het betekent wel dat het politiek gevoelige overschot op de handelsbalans met de VS verder zal toenemen. Een revaluatie van de yuan zal zich onvermijdelijk opdringen. Vanden Houte trekt een parallel met Japan in de jaren tachtig en voorspelt dat de yuan de komende 10 jaar tot 50% in waarde kan stijgen tegenover de dollar.

KBC Asset Management toont zich een voorstander van beleggingen in groeimarkten , ook in de Centraal-Europese markten waar de bank van hier erg actief is. Obligatiebeleggers die extra rendement zoeken, kunnen een belegging in dollarobligaties uit de groeilanden zeker overwegen, vindt De Boeck. De rentepremie tegenover Amerikaans staatspapier is weliswaar een stuk kleiner dan enkele jaren geleden, maar de risico's in die markten zijn dan ook sterk verminderd, stelt hij vast. ,,De groei is er evenwichtiger, en je stelt vast dat crises in de ene markt niet automatisch meer overslaan naar andere markten. Het besmettingseffect is afgenomen.''