Volgende week komt de Europese Commissie met een nieuw voorstel voor de hervorming van het Europese suikerbeleid. Van dat voorstel hangt veel af. Niet alleen in Europa, maar ook in de derde wereld. Ontwikkelingslanden hebben de afgelopen weken massaal gelobbyd om de beslissing in hun voordeel te beslechten.

STEL dat Europa een beslissing zou kunnen nemen die in 's werelds armste landen meer dan honderdduizend inwoners een inkomen zou kunnen bieden. Stel dat die beslissing in deze landen bovendien 775 miljoen dollar aan investeringen zou aantrekken. En dat door de beslissing de landen in kwestie 300 tot 400 miljoen dollar aan extra exportinkomsten tegemoet zouden kunnen zien. En dat alles zonder dat de eigen Europese inwoners enige schade zouden lijden. Zou de Europese Commissie dan zo'n beslissing nemen?

Het antwoord is nee. Bij de herziening van het Europese suikerregime stevent de Europese Commissie af op een voorstel dat voor de derde wereld het slechtst denkbare scenario is. In plaats van nieuwe kansen dreigt de hervorming er vooral economische schade en een verlies aan inkomsten op te leveren. De Europese Commissie stelt immers voor om de Europese suikermarkt, al decennialang een door tariefmuren en quota beschermd eiland waar een kunstmatig hoge prijs geldt, te liberaliseren en te integreren in de wereldmarkt. De Europese suikerprijs zal sterk dalen. Heel wat suikerproducenten uit de derde wereld zullen in de problemen komen.

Dat de Europese suikermarkt hervormd moet worden, staat buiten kijf. Suiker is het meest beschermde gewas van de EU. Boeren krijgen een gegarandeerde prijs voor hun bieten, ongeacht of er vraag naar is of niet. Het systeem is al bijna twintig jaar niet gewijzigd en heeft alle Europese landbouwhervormingen doorstaan.

Het gevolg laat zich raden: een massale overproductie. Bovendien staat de rendabele Europese suikermarkt ook open voor zestien voormalige Europese kolonies (de ACP-landen), die via het zogenaamde suikerprotocol verzekerd zijn van een afzetmarkt. Het enorme Europese suikeroverschot wordt met behulp van subsidies op de wereldmarkt gedumpt, met een daling van de wereldprijs als gevolg. Door dit alles is de bizarre situatie ontstaan dat de Europese Unie tegelijkertijd 's werelds tweede uitvoerder én 's werelds derde invoerder van suiker is. De Wereldhandelsorganisatie heeft de EU voor de exportsubsidies veroordeeld.

De Europese Commissie heeft in juli vorig jaar een eerste voorstel gedaan om de markt te hervormen. Het voorstel komt vooral neer op een sterke prijsdaling, waarvoor de Europese boeren gedeeltelijk gecompenseerd worden met inkomenssteun. Ook de quota (de vaste hoeveelheden die elke lidstaat mag produceren) worden verminderd. Een en ander zou tussen 2005 en 2008 zijn beslag moeten krijgen. Woensdag komt commissaris Fischer-Boel met een nieuw voorstel, maar uitgelekte documenten wijzen erop dat de belangrijkste principes gehandhaafd blijven.

Het voorstel heeft vooral zware kritiek geoogst. Niet alleen van Europese boeren, die hun inkomen achteruit zien gaan, maar vooral ook uit de derde wereld. Voor de ACP-landen, waarvan er enkele zeer zwaar afhankelijk zijn van de suikerindustrie, dreigen de gevolgen immers dramatisch te worden. Bij een lagere Europese prijs kunnen zij niet langer concurrentieel produceren. Over compensatiemaatregelen voor deze landen is de Commissie vaag. Maar gevreesd wordt dat het zal neerkomen op meer ontwikkelingshulp. Aid in plaats van trade dus, wat volledig in tegenspraak is met de uitgangspunten van een doeltreffend ontwikkelingsbeleid.

Evadne Coye, ambassadrice bij de EU van ACP-suikerproducent Jamaica: ,,Als we op de open markt moeten concurreren, zullen veel ACP-landen hun suikerproductie zien wegvallen. Je kunt denken: als je niet concurrentieel bent, kun je beter stoppen. Maar zo eenvoudig is het niet. In veel landen is suikerproductie een eeuwenlange traditie. En er is niet direct een alternatief voorhanden. Wat wij vragen, is een actieplan voor de overgangsperiode. En niet eentje op basis van aid replacing trade . Wel een plan voor een diversificatie van onze economie.''

Maar er is meer. Ook voor een andere groep ontwikkelingslanden dreigt het suikervoorstel een koude douche te worden. Het gaat om de 49 minst ontwikkelde landen (Least Developed Countries, LDC's), die in het kader van het Everything But Arms-initiatief vanaf 2009 onbeperkt suiker mogen verkopen op de Europese markt. Voor de dertien suikerproducerende LDC's een buitenkansje om hun suikerindustrie een duw in de rug te geven. Maar het prijsverlagende effect van de hervorming zet de eventuele investeringen op de helling. Als ze hun suiker tegen de wereldmarktprijs moeten verkopen, kunnen de meeste immers niet rendabel produceren. Bovendien werkt de onbeperkte toegang de prijsdaling nog eens in de hand.

Het zijn de LDC's die vorige maand met een alternatief hervormingsplan op de proppen zijn gekomen. De LDC Sugar Group, een lobbymachine van de desbetreffende landen, liet het Britse economische studiebureau LMC uitzoeken hoe de Europese markt hervormd kan worden mét inachtneming van haar belangen. De conclusie: ,,De LDC's zouden meer gebaat zijn bij een overgangsperiode waarbij de prijzen op een hoger niveau worden gehandhaafd. Dat betekent meer investeringen, meer bedrijfswinsten en meer exportinkomsten.'' De cijfers aan het begin van dit artikel komen uit het LMC-rapport.

Thierry Kesteloot van Oxfam Solidariteit: ,,Het is duidelijk dat er veel partijen zijn die een gereguleerde markt willen behouden, zowel hier als in het zuiden. Maar de Commissie luistert niet naar hun argumenten en drukt een oplossing door die ideologisch gedreven is en steunt op een lagere marktprijs.''

Het pleidooi voor een managed market , waarbij de suikerprijzen hoog gehouden worden maar het aanbod met behulp van quotabeperkingen met de vraag in overeenstemming wordt gebracht, klinkt niet alleen luid vanuit de derde wereld en de ngo's. Ook een groep Europese landen, waaronder België, pleit daarvoor. Zo'n oplossing zou immers ook de eigen suikerboeren beter uitkomen.

Minister van Landbouw Sabine Laruelle: ,,In dit dossier zitten het noorden en het zuiden in hetzelfde schuitje: de prijs die de Europese Commissie voorstelt, is niet lonend. Het ideale model is om de productie te begrenzen en de quota aan te passen aan de consumptie. Nu gebeurt het omgekeerde: de prijs wordt naar beneden gehaald, maar er komt geen limiet op de te produceren hoeveelheid.''

Niet alle Europese landen denken er echter zo over. De meer liberaal georiënteerde lidstaten, zoals Zweden, Denemarken, Groot-Brittannië en enkele Oost-Europese landen, staan achter de liberalisering. Tegelijkertijd is er ook een groep landen, waar Finland, Ierland en Spanje deel van uitmaken, die liefst alles bij het oude wil laten. Het voorstel van de Europese Commissie zal hoe dan ook nog niet het einde van het verhaal zijn. Een goedkeuring door de lidstaten zal immers nog heel wat voeten in de aarde hebben.