Europa laat nog niet in zijn kaarten kijken over de ,,oplossingen'' die nodig zijn om de geplande fusie van Suez en Gaz de France (GdF) te doen plaatsvinden. Parijs doet alles om de lont uit het dossier te halen.

HET dossier over de fusie van Suez en Gaz de France sleept nu al ruim een half jaar aan, maar komt de komende twee maanden in de laatste rechte lijn.

De komende weken moet het antwoord komen op de vraag die ook de Belgische regering en heel wat grote Belgische energieconsumenten bezighoudt: hoeveel greep mag de nieuwe Franse energiegigant hebben op de productie en het transport van elektriciteit en gas in ons land?

De fusie van GdF en Suez zou een energiegigant van formaat opleveren, met een beurskapitalisatie van meer dan 70 miljard euro en een quasi-monopolie op de Belgische energiemarkt. Dat Suez en GdF bepaalde activa van de hand zullen moeten doen om van Europa het groene licht te krijgen voor hun fusie, lijdt geen twijfel. Ze hebben zelf al verklaard dat ze de 24,5%-participatie van GdF in de kleine Belgische stroomproducent SPE van de hand willen doen, evenals belangen in de stroomnetwerkbeheerder Elia en in de Belgische gasterminals. De vraag is of dat voor Europa voldoende is. Mogelijk zal de Commissie ook vragen om een deel van de Electrabel-centrales en/of het Fluxys-netwerk te verkopen. Ook een gedwongen verkoop van een deel van het Franse gasnetwerk zou voor beide bedrijven bijzonder moeilijk te slikken zijn.

Al is het niet zeker dat Europa van het dossier een krachtmeting wil maken. Brussel is ook beducht voor gezichtsverlies wanneer er te strenge voorwaarden worden opgelegd. De Europese Commissie heeft de zaak Schneider-Legrand nog vers in het geheugen. De Commissie had het samengaan van die twee Franse elektrobedrijven enkele jaren geleden afgeblokt, maar werd daarvoor later teruggefloten door het Europese Hof van Justitie.

De Franse minister van Financiën, Thierry Breton, verklaarde donderdag in Le Figaro dat hij niet ongerust is over de Europese concurrentiebezwaren. Om Europa ter wille te zijn, werkt Parijs alvast aan een plan om de rechtstreekse overheidsparticipatie van bijna 80% in GdF terug te brengen tot minder dan 34% (bijna 40% met inbegrip van indirecte participaties). Het Franse parlement wordt op 7 september, een week vroeger dan normaal, bijeengeroepen om te stemmen over een wet die dat mogelijk moet maken. De socialistische oppositie heeft al aangekondigd dat ze een amendementenslag zal voeren om dat tegen te houden. Maar ook bij een deel van de rechtse regeringspartij UMP ligt de privatisering van GdF moeilijk. Nicholas Sarkozy, de invloedrijke minister van Binnenlandse zaken en een UMP-kopstuk, sprak er pas afgelopen dinsdag voor de eerste keer openlijk zijn steun voor uit.

De krant Le Parisien maakte vrijdag dan weer melding van plannen om het ook met de Italiaanse regering op een akkoordje te gooien. Volgens het bericht zou de Frans-Nederlandse luchtvaartmaatschappij Air France-KLM een alliantie aangaan met de noodlijdende Italiaanse maatschapij Alitalia. In ruil zou het Italiaanse energiebedrijf Enel dan zijn aanspraken op Suez moeten laten vallen (waardoor de aandeelhouders van Suez wel moeten kiezen voor GdF). Een woordvoerster van Breton deed het bericht af als een ,,ongefundeerd gerucht''. De Franse regering bezit 18% van Air France-KLM, terwijl Rome voor 32% eigenaar is van Enel.