De tentakels van de fiscus
Belastingen, het woord op zich bezorgt heel wat Belgen een allergische reactie. De meesten doen alles om ze te vermijden, legaal of illegaal. Maar als een volledig belastingloos wezen door het leven gaan, is zo goed als onmogelijk.

ZOWAT elke handeling die een volwassene stelt, heeft fiscale gevolgen. De tentakels van de fiscus strekken zich uit over alle domeinen van het leven. Of je nu elke dag hard werkt, met een paar vrienden een pintje drinkt, of in je eigen huis geniet van je kapitaal, de fiscus staat klaar om een graantje mee te pikken. Zelfs als je sterft, komt de hele fiscale machinerie op gang.

Belastingen zijn iets van alle tijden en alle landen. Christus zei al: ,,Geef de keizer wat aan de keizer toekomt.'' Dat was het diplomatische antwoord van Jezus op de vraag van de joden of ze hun belastingen aan de Romeinse bezetter moesten betalen.

Zowat overal ter wereld worden allerhande belastingen geheven om publieke noden te lenigen. Dat is meteen ook het voornaamste doel van belastingen. Geld in het laatje krijgen om collectieve diensten te financieren, zoals de infrastructuur om ons te verplaatsen of de politie om ons te beveiligen.

Maar de fundamentele vraag is hoever een samenleving daarin moet of wil gaan. Elke samenleving moet voor zichzelf uitmaken welke diensten 'gratis' door de overheid aangeboden worden en welke diensten door de privésector op de markt gebracht worden tegen betaling. Als de voorkeur gaat naar een samenleving waar de overheid veel uitdeelt, zal de belastingfactuur voor de burgers hoog uitvallen. Als gekozen wordt voor een samenleving waar de burgers zelf voor de meeste van hun noden instaan, zal de belastingfactuur gematigd kunnen blijven.

België kiest voor de eerste weg, maar kampt dan ook met een zware belastingdruk, terwijl de Verenigde Staten bijvoorbeeld, in het tweede kamp te vinden zijn. Maar ook dat is geen vaststaand gegeven. Afhankelijk van de politieke partijen die de regering vormen, zal een samenleving geleidelijk deze of gene richting uitgaan.

Geld ophalen om de publieke noden te financieren is het eerste doel van belastingen, maar de beleidsmakers proberen meestal in één klap via die belastingen het gedrag van de burgers te sturen. Denk maar aan alle fiscale aftrekken die mogelijk zijn voor wie milieuvriendelijk bouwt of de fiscale tegemoetkomingen voor milieuvriendelijke auto's. Een ander mooi voorbeeld zijn de fiscale stimulansen die de overheid geeft om de burgers aan te sporen om te sparen voor de oude dag. Pensioensparen is al jaar en dag een van de populairste wegen om de fiscale factuur wat lichter te maken.

Belastingsystemen werken dikwijls ook op basis van progressiviteit: hoe meer iemand verdient, hoe hoger het belastingtarief. De bedoeling van dergelijke systemen is om de kloof tussen arm en rijk wat af te vlakken.

Maar al die fiscale stimulansen en regels hebben ook een keerzijde. Ze dreigen het belastingsysteem zo ingewikkeld te maken dat een kat haar jongen er niet meer in terugvindt. Daardoor ontstaat het risico dat die fiscale stimulansen hun doel gewoonweg voorbij schieten, dat de mensen voor wie bepaalde aftrekken echt bestemd zijn niet eens weten dat ze bestaan.

Het aangifteformulier in de personenbelasting, dat elk jaar in de loop van de maanden april/mei in de bus valt, is het beste bewijs van die val. Ons systeem is zo complex dat een gewone sterveling met moeite die brief helemaal correct kan invullen zonder dagenlang te cijferen en een beroep te doen op externe hulp of een belastinggids. Het is niet voor niets dat de belastingbrief meestal tot de uiterste datum van indienen op de kast blijft liggen.

In ons complex land heeft bovendien ook nog elk beleidsniveau de bevoegdheid om eigen belastingen te heffen. De federale overheid heeft nog altijd het gros van de belastingmacht in handen, maar heeft met de jaren steeds meer van die bevoegdheden aan de gemeenschappen en gewesten moeten afstaan. De personenbelasting, vennootschapsbelasting en de btw zijn de bekendste federale belastingen, maar vormen slechts een minderheid in het hele gamma belastingen waarmee u en ik dagelijks geconfronteerd worden. De registratie- en successierechten zijn voorbeelden van gewestbelastingen, maar de inning ervan gebeurt nog altijd door de federale overheid. Daarnaast is er een veelvoud aan gemeentelijke belastingen, gaande van een belasting op balkons over een belasting op wegwijzers naar restaurants of handelszaken tot een taks op paarden.

Belastingen zijn voor overheden ook een zeer belangrijk instrument om te concurreren met andere regio's. Het is niet voor niets dat bijvoorbeeld in Monaco het kruim van de goedverdienende topsporters elkaar voor de voeten loopt. In het staatje zijn belastingen zo goed als onbestaande. Wie in ons land in de kloof tussen zijn bruto- en nettoloon staart, begint al gauw te duizelen.

Maar ook investeringsbeslissingen van grote bedrijven worden in belangrijke mate bepaald door het belastingstelsel dat van toepassing is. Het is niet voor niets dat de federale regering regelmatig de boer op gaat om haar nieuwste lokmiddel, de zogenaamde notionele intrestaftrek, aan te prijzen. Bedrijven die eigen middelen in hun activiteiten investeren, krijgen daarvoor voortaan een belastingaftrek. Ierland is het schoolvoorbeeld van een land dat dankzij fikse belastingverlagingen zijn economie laat bloeien door talloze buitenlandse investeringen aan te trekken.

In die concurrentiestrijd past ook het idee van een zogenaamde vlaktaks: één uniform tarief, liefst zo laag mogelijk, voor alle belastingplichtigen. Dus geen progressief belastingstelsel met verschillende tarieven naarmate het inkomen stijgt, gecombineerd met een ingewikkeld systeem van uitzonderingen, aftrekposten en fiscale spitstechnologie. Zo'n vlaktaks, gecombineerd met een forse verlaging van de vennootschapsbelasting, is tegenwoordig populair in een aantal Oost-Europese landen. Die hopen om op die manier nieuwe investeringen aan te trekken.

Die concurrentie is meteen ook een van de voornaamste redenen waarom het zo moeilijk is om in de Europese Unie tot een gemeenschappelijk fiscaal beleid te komen. De lidstaten geven bovendien niet graag de macht af om via het fiscale beleid het gedrag van hun burgers en vennootschappen te sturen.

De Belgen hebben, zoals het overgrote deel van de wereldbevolking, een broertje dood aan het betalen van belastingen. De inventiviteit om belastingen te ontwijken, of zelfs te ontduiken, kent dan ook geen grenzen. Sinds Luxemburg dit jaar ook belastingen heft op de intresten die de Belgen daar innen, zit er wel een pak minder volk in de couponnetjestrein dan een paar jaar geleden. Dankzij de Europese spaarrichtlijn is het sinds dit jaar niet meer mogelijk om de belastingen te ontlopen door de roerende inkomsten in een andere Europese lidstaat te gaan innen en in ons land niet aan te geven.

De Belgische overheid heeft op die spaarrichtlijn ingespeeld en de burgers in 2004 de mogelijkheid geboden om eenmalig, tegen een zeer voordelig tarief, hun geld uit het buitenland terug te halen en te investeren in de Belgische economie. Die fiscale-amnestieoperatie kreeg officieel de naam Eenmalige Bevrijdende Aangifte (EBA). Die operatie leidde tot heel wat discussie. Geld dat terugkeert en in onze economie gepompt wordt, zwengelt die economie aan, wat op zich opnieuw leidt naar hogere belastinginkomsten. Aan de andere kant botst het tegen het rechtvaardigheidsgevoel dat fiscale zondaars die jaren de fiscus om de tuin geleid hebben, vrijuit gaan, mits ze een bedrag betalen dat lager is dan de ontdoken belasting.

Trouwens, zo eenmalig was die EBA niet. Want sinds dit jaar heeft de regering een permanente regeling ingevoerd om de spons te vegen over de fiscale zonden uit het verleden. Een belastingplichtige kan wel slechts één keer van die regeling gebruik maken. En dit keer moet de ontdoken belasting wél betaald worden. Voor sommige inkomsten komt daar nog een kleine boete bovenop.

Maar zwartwerk en fraude blijven welig tieren in tal van sectoren. Het is niet eenvoudig om de vicieuze fraudecirkel te doorbreken. De meeste Belgen proberen de fiscus wel eens een neus te zetten omdat de belastingdruk te hoog is. 'Iedereen doet het', is dan het klassieke uitvlucht. Maar net omdat zovelen een loopje nemen met hun fiscale verplichtingen, blijft de belastingdruk in ons land hoog. Anders slaagt de overheid er niet in om voldoende geld in het laatje te krijgen om de uitgebreide Belgische collectieve diensten te financieren. Alleen zelfdiscipline en een zeer goed werkend controleapparaat, zijn in staat om die cirkel te doorbreken.