De wereldspeler: James Tobin
Foto: © AP


(1918-2002) is een Amerikaans econoom en vader van de Tobintaks.

Hij was economisch adviseur onder president Kennedy en gaf tot aan zijn pensioen in 1988 les aan de befaamde universiteit van Yale. In 1981 won hij de Nobelprijs Economie (maar niet voor de Tobintaks).

Tobin was een aanhanger van de Keynesiaanse economie. Hij geloofde dat de staat de taak had om in te grijpen in de economie om de productie te stabiliseren en recessies te voorkomen.

Bekendheid verwierf hij vooral door de naar hem genoemde 'Tobintaks'. Dat idee uit 1971 stelde voor om een minieme belasting (0,1 procent) te heffen op alle internationale financiële transacties. Het idee erachter was dat een dergelijke taks een stabiliserend effect zou hebben op de internationale wisselkoersen. De mondiale fiscale speculatie, die veel transacties verorzaakt, zou erdoor afgeremd worden. Met de belasting wilde Tobin economische crisissen zoals de ineenstorting in 1971 van het wisselkoerssysteem van Bretton-Woods, voorkomen. Die crisis was volgens hem veroorzaakt door grootschalige fiscale speculatie. Terloops stelde hij voor het opgehaalde geld te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Het idee werd door collega's als onhaalbaar onthaald en werd snel herleid tot niet meer dan een interessante denkoefening.

Toen eind de jaren '90 Zuid-Oost-Azië in een economische crisis terechtkwam, recupereerde de andersglobalistenbeweging de Tobintaks. Tot grote onvrede van Tobin trouwens die de andersglobalisten als amokmakers beschouwde. Het grote verschil was volgens hem dat zij tegen vrijhandel streden, terwijl hij daar net voor was.

Toch waren vooral in Europa enkele politici het idee niet ongenegen. België keurde midden 2004 als eerste en nog steeds enige land ter wereld een wet goed die voorzag in een aangepaste Tobintaks, de zogenaamde 'Spahn-versie'. Er is wel een achterpoortje: de wet wordt pas van kracht als alle Europese landen in de taks voorzien, en het is onwaarschijnlijk dat dit ooit zal gebeuren.

(jvp)