Goudbezit is altijd al synoniem geweest van rijkdom en welvaart. Maar die associatie gaat maar op als er voldoende oorlogen en andere wereldbranden woeden of terroristische aanslagen worden gepleegd die het bestaande economische systeem en de geld-afspraken die daarin gelden, totaal op de helling zetten.

De Oudheid, de Middeleeuwen, de Renaissance en ook de recente geschiedenis staan bol van de situaties waarin mensen - hoe rijk ook - hun volledige bezit zouden zijn kwijtgespeeld als (een deel van) hun vermogen niet in goud was belegd.

Goud behoudt fundamenteel zijn waarde. Het is niet afhankelijk van afspraken die tussen mensen of instellingen worden gemaakt. Biljettengeld is intrinsiek' niet meer dan een stukje papier dat waarde heeft omdat we dat zo zijn overeengekomen. Zonder die afspraken is een biljet van 500 euro niet meer waard dan een van 5.

Een (burger)oorlog kan zo'n afspraak echter snel ongedaan maken. Daarom hebben pessimisten doorgaans meer belangstelling voor goud dan optimisten. Maar je hebt nog geen oorlog nodig om mensen te overtuigen van de relativiteit van een bankbiljet of een muntstuk. Wie herinnert zich niet de inflatiegolf die ons land op het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig overspoelde? In twee jaar tijd werd de koopkracht toen met 30 procent uitgehold.

Goud daarentegen blijkt door de eeuwen heen zijn waarde te behouden. Dat lijkt vrij logisch. Wanneer je briefje van 100 euro 30 procent minder waard is geworden, zal de goudhandelaar voor een staaf van een kilogram niet langer tevreden zijn met 10.000 euro, maar zal hij 30 procent meer of zowat 13.000 euro vragen.

Maar in de praktijk gaat het niet zo vlot. Want ook goud lijkt afhankelijk van de wet van vraag en aanbod. Als alles rustig is op het politiek-strategische front en aanslagen ver van ons bed plaatsvinden, dan krijgt de pessimist in de meesten onder ons niet veel kans. Dus daalt de vaag naar goud, ook de prijs.

Als de prijs sterk onder druk komt, is de exploitatie van bepaalde goudmijnen niet langer rendabel. Houdt de lage prijs aan, dan sluiten die mijnen hun deuren. Daardoor neemt het aanbod af en volstaat een geringere vraag om de prijs weer op te krikken.

Als de prijs gedurende lange tijd echt fors omhoog gaat, zoals de jongste jaren het geval is, dan worden na verloop van tijd oude mijnen weer in exploitatie genomen. Het aanbod neemt toe en bij gelijk blijvende vraag zal de prijs dalen.

En dan hebben we met een heel belangrijk element nog geen rekening gehouden. Goud brengt niets op. Geen rente, geen coupon. Enkel prijsschommelingen. Wie daar de afgelopen decennia handig op inpikte, slaagde er allicht bij momenten in de inflatie nipt voor te blijven, maar door de band zal het resultaat allesbehalve indrukwekkend zijn.

Alles hangt uiteraard af van het ogenblik waarop je hebt aangekocht. Begin 1980 bijvoorbeeld stuwde het gecombineerde effect van de gijzeling in de Amerikaanse ambassade in Teheran en de Sovjet-invasie in Afghanistan de goudprijs naar 850 dollar per ons. De jongste twintig jaar kwam de prijs niet meer boven de 500 dollar uit, met een gemiddelde van hooguit 350 dollar per ons.

Tot twee jaar geleden ging het met de prijs eerder de verkeerde kant op. Voor een ons werd bij het begin van de eeuw nog nauwelijks 250 dollar betaald. Nu al meer dan 400 dollar, maar analisten voorspellen het einde van de hausse.

Wie dertig jaar geleden goud kocht, is er misschien met veel geluk in geslaagd te kopen tegen 110 dollar per ons. Nu brengt een eventuele verkoop ongeveer 415 dollar per ons op. Bijna een verviervoudiging. Klinkt misschien indrukwekkend, maar op jaarbasis is dat een rendement van minder dan 4,5 procent.

In dezelfde periode vertien- tot verdertienvoudigden de koersen op de belangrijkste westerse aandelenmarkten, wat rendementen gaf tussen 7,75 en 8,5 procent op jaarbasis. De gemiddelde inflatie in diezelfde periode schommelt rond de 3,7 procent.

Voor een Europese belegger komt bij een goudbelegging ook nog een dollarrisico om de hoek kijken. Internationaal wordt de prijs van de meeste grondstoffen - goud is geen uitzondering - nog vooral in dollar uitgedrukt. De jongste twee jaar is de prijs in dollar uitgedrukt met 50 procent gestegen, maar in euro bleef de klim beperkt tot 10 procent.

Geen nood echter. Doorgaans gaan een verzwakking van de dollar en een stijging van de goudprijs hand in hand. Als de dollar op langere termijn naar zijn evenwichtskoers evolueert van 1,1 dollar per euro, zal de goudprijs weliswaar dalen in dollar, maar omgerekend naar euro moet de prijs al lager zakken dan 360 dollar voor een Europees belegger verlies lijdt.

Op langere termijn slaagt goud er maar nipt in de inflatie voor te blijven, maar wie ooit met hebben en houden op de vlucht is moeten slaan in de hoop elders een nieuw leven te kunnen beginnen, zal dat allicht een zorg wezen. Een pakketje Krugerrands, Maple Leafs of Belgische Louis is in zulke omstandigheden zijn gewicht in goud waard.