De Europese Commissie heeft in juli 2004 ten onrechte beslist dat de joint venture van de platenmaatschappijen Sony Music en BMG door de beugel kon. Tot die conclusie kwam het Europees Gerecht van Eerste Aanleg gisteren. De rechters deden de uitspraak naar aanleiding van een klacht van Impala, de belangenorganisatie van onafhankelijke platenmaatschappijen.

In hun zeer uitgebreide vonnis stellen de rechters dat de Europese Commissie niet voldoende argumenten gebruikte en evenmin over voldoende elementen beschikte om een conclusie te trekken. Zowel de afwezigheid van een dominante marktpositie als van de mogelijkheid dat die zou kunnen ontstaan, zijn onvoldoende aangetoond, aldus de rechters. Ze spraken over een ,,manifeste beoordelingsfout''.

De Commissie ging ervan uit dat de markt voor cd's door de veelvuldige prijspromoties niet transparant genoeg is om een dominante marktpositie mogelijk te maken. Maar die stelling werd onvoldoende met gegevens onderbouwd, vindt de rechtbank. Voorts steunde de Commissie haar oordeel op de afwezigheid van enig bewijs dat er in het verleden al platenmaatschappijen uit de bocht waren gegaan. Maar, zegt de rechtbank, dat komt waarschijnlijk doordat er effectieve strafmaatregelen bestaan. Dat die niet gebruikt zijn, doet niet ter zake.

Over de grond van de zaak doet de rechtbank geen uitspraak. De vraag of het samenvoegen van Sony Music en BMG de concurrentie belemmert, blijft dus onbeantwoord. Het was nochtans die overweging die Impala ertoe had aangezet de beslissing van de Commissie aan te vechten. De organisatie had erop gewezen dat de concentratie in de platenindustrie de positie van de onafhankelijke maatschappijen schade toebracht. Een eerder onderzoek door de Europese Commissie had die mogelijkheid trouwens al aangetoond. De onafhankelijke platenlabels waren vooral bang dat de creatieve vernieuwing in de muziekwereld belemmerd zou worden. Grote maatschappijen steken immers vooral veel geld in de promotie van grote, gevestigde waarden die garant staan voor een hoog verkoopcijfer. Een verdere concentratie van de platenmaatschappijen zou op die manier de culturele diversiteit in Europa kunnen belemmeren, zo argumenteerde Impala. De Belgische platenbaas Michel Lambot van het PIAS-label, toen voorzitter van Impala: ,,Het resultaat van deze fusie is een juridische, economische, culturele en politieke ramp. En die ramp had vermeden kunnen worden als de Europese Unie haar rol als bewaker van concurrentie, consumentenkeuze en culturele diversiteit correct had vervuld.''

De organisatie stond trouwens niet alleen in haar kritiek op de joint venture. Ook de detailhandel, consumentenorganisaties, online-winkels en artiesten zelf waren ertegen. Impala sprak gisteren over een ,,geweldige overwinning''.

De Europese Commissie zelf argumenteerde in juli 2004 dat er onvoldoende bewijs was voor een nadelig effect van de joint venture, hoewel er wel indicaties waren van prijsafspraken tussen de vijf grote platenmaatschappijen. Maar een doorslaggevend bewijs kon de Commissie niet vinden, en bovendien werd vastgesteld dat Sony-BMG in Europa geen marktleider zou worden. Die positie bleef weggelegd voor Vivendi-dochter Universal.

De goedkeuring kwam als een verrassing, want twee maanden voordien had de Commissie de twee betrokken bedrijven nog in een voorlopige conclusie gewaarschuwd dat de fusie niet in overeenstemming was met de Europese regels wegens gevaar voor een dominante marktpositie. Na de betrokken partijen en experts gehoord te hebben, maakte de Commissie dus een bocht van 180 graden. Een bombardement met marktgegevens door de twee platenmaatschappijen en twijfel over de juridische draagkracht van een fusieverbod, zouden de Commissie van gedachten hebben doen veranderen. Er zouden te weinig doorslaggevende argumenten geweest zijn voor de afkeuring. Nu blijkt dus het tegendeel: er zijn te weinig doorslaggevende argumenten voor de goedkeuring.

Nu de goedkeuring door de rechtbank vernietigd is, zal de joint venture opnieuw moeten worden aangemeld. Daarvoor heeft Sony-BMG zeven dagen de tijd. De Europese Commissie zal opnieuw beoordelen of het samengaan de concurrentie benadeelt, maar nu in de context van de huidige marktsituatie. Dat onderzoek duurt in een eerste fase een maand, en kan eventueel met vier maanden worden verlengd. De Commissie kan ook in beroep gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Daarover zal te zijner tijd een beslissing worden genomen, zei Commissie-woordvoerder Jonathan Todd gisteren op de dagelijkse persbriefing. De Commissie heeft twee maanden tijd om beroep aan te tekenen.

Bij de twee moedermaatschappijen van Sony-BMG, Sony en Bertelsmann, werd terughoudend gereageerd op het nieuws. Voorlopig is het in elk geval business as usual . ,,Dit vonnis heeft geen invloed op de rechtsgeldigheid van de joint venture'', aldus een communiqué van Bertelsmann. Woordvoerder Oliver Fahlbusch wilde in een telefonische reactie niet ingaan op de mogelijkheid dat de joint venture alsnog oranje of rood licht krijgt, en misschien ontbonden moet worden. ,,We gaan het vonnis eerst uitgebreid bestuderen en zullen dan met de Europese Commissie overleggen over wat ons te doen staat.''

Dat de joint venture al sinds augustus 2004 operationeel is, bemoeilijkt het eventueel terugdraaien ervan. Na bijna twee jaar zijn Sony Music en BMG volledig geïntegreerd. Een volledige ontrafeling van de joint venture zou ook de meest extreme maatregel zijn die de Commissie kan nemen. Wanneer alsnog wordt vastgesteld dat de joint venture de eerlijke concurrentie belemmert, kan de Commissie ook maatregelen voorstellen om aan de bezwaren van Impala tegemoet te komen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het afstoten van bepaalde bedrijfsonderdelen of labels.

www.sonybmg.com www.impalasite.org www.curia.europa.eu