De beslissing van de rechtbank heeft niet alleen gevolgen voor Sony-BMG, maar ook voor de concurrenten EMI en Warner.

Ze hebben immers vergevorderde plannen om samen te gaan en het vonnis werkt als een koude douche op dat project. Zolang er geen zekerheid is over de mate waarin de concentratie in de platenindustrie de concurrentie schaadt, heeft het geen zin om nieuwe fusieprojecten op poten te zetten.

De concentratie in de platenindustrie is al jaren bezig. De teruglopende omzetten, mogelijk veroorzaakt door illegaal kopiëren en downloaden, nopen de platenmaatschappijen ertoe de kosten te beperken. Fuseren is dan een makkelijke oplossing. De kosten kunnen dan immers worden gedeeld.

Maar de concentratie verloopt moeizaam. Sinds 2000, toen de neergang van de industrie begon, wordt er al onophoudelijk gesproken over allerlei combinaties en fusies tussen de vijf grote majors Universal, EMI, Warner Music, Sony Music en BMG. In 2000 deden het Britse EMI en het Amerikaanse Warner een eerste stap door een fusie aan te kondigen. Samen zouden ze Universal als nummer één van de wereld van de troon te stoten. Maar de Europese Commissie dwarsboomde de plannen. Een fusie zou maar mogelijk zijn als er grote delen van het bedrijf verkocht zouden worden, oordeelde de Commissie, en dat zagen de fusiepartners niet zitten.

Zeven maanden later probeerde EMI het met het Duitse BMG. Maar opnieuw gooide de Europese Commissie roet in het eten: er zouden grote toegevingen gedaan moeten worden. De partners zagen af van hun plannen. EMI, dat in 2002 zo'n 1.800 banen moest schrappen in een afslankoperatie, bleef echter onophoudelijk het voorwerp van overnamespeculatie. Toch waren het concurrenten Sony en BMG die in 2004 aankondigden samen te gaan en tegen de verwachting van velen daar ook toestemming voor kregen.

Aangemoedigd door dat succes begonnen EMI en Warner weer toenaderingspogingen. Die mondden eerder dit jaar uit in twee biedingen. EMI biedt 4,6 miljard dollar voor zijn concurrent, terwijl omgekeerd Warner een even groot bedrag over heeft voor het Britse bedrijf. Beide ondernemingen willen echter liever een actieve rol spelen in het proces en hebben elk de biedingen afgewezen.

Het vonnis van gisteren heeft het hele overnameproces echter op losse schroeven gezet. Het aandeel EMI zakte gisteren met 9,2 procent tot 277,75 pence. Op zijn beurt zakte de koers van het Amerikaanse muziekbedrijf. Gisteravond rond 19 uur was de waarde van een aandeel Warner Music in New York met 15,2 procent verminderd. EMI-topman Eric Nicoli verklaarde dat hij de deal toch wil proberen door te zetten. Maar het bedrijf verklaarde wel dat de impact van het vonnis nader geanalyseerd moet worden voordat er conclusies getrokken kunnen worden. Ook bij Warner zal worden nagegaan wat de impact van het vonnis is op de eventuele fusie.

Warner Music was vorig jaar goed voor 11,3 procent van de omzet in de muziekindustrie. EMI had een marktaandeel van 13,4 procent. Sony had 21,5 procent van de markt in handen en marktleider Universal beheerste 25,5 procent. Onafhankelijke labels realiseren samen 28,4 procent van de muziekomzet.