Met verliezen tot 2,3% voor de Bel20 dreigen de Europese beurzen weer ten onder te gaan. Het moedeloos makende wapengekletter rond Israël werd vaak geciteerd als oorzaak van de nieuwe verkoopgolf op de beurzen. Maar voor beleggers is dat meer een alibi om te verkopen.

De nieuwe historische topkoers voor de olie lijkt een juistere verklaring. Wat allicht vooral te maken heeft met het groeiende besef dat Iran zich hard kan en zal blijven opstellen in de onderhandelingen over zijn nucleaire ambities.

Eergisteren liet de Finse voorzitter van de EU horen dat aan deze olieprijzen het breekpunt voor de Europese economie zowat bereikt is. Dan rijst onmiddellijk de vraag hoe ver het breekpunt van de Amerikaanse economie dan al niet moet overschreden zijn, want de VS verbruiken niet alleen meer energie, maar steunen daarvoor ook nog eens meer op olie dan Europa.

En zo mag de vrees van de beleggers stilaan exclusief uitgaan naar een groeivertraging. Want het goede nieuws van gisteren was dat de Europese Centrale Bank in haar maandrapport aangaf gewonnen te zijn voor een geleidelijke verhoging van de rente. Een snelle sprongsgewijze verstrakking zal dus beperkt blijven tot de koker van enkele heetgebakerde analisten.

Ondertussen blijft het oorverdovend stil rond maatregelen die echt iets zouden kunnen doen aan de hoge olieprijzen. Tot op heden heeft het olieverbruik slechts marginaal geleden onder de hoge prijzen. Nochtans is minder verbruiken de enige fundamentele manier om de hausse te stoppen.

Daarvoor kijken naar het zich volop ontwikkelende China is niet alleen egoïstisch, maar ook dom, want dat land is onmisbaar voor de economische groei van de wereld.

Het zijn de westerse politici en hun burgers die blijven uitblinken in zelfgenoegzaamheid.